Archief voor de ‘Blog’ Categorie

15. In de maag van Smo

Geplaatst: 17 september, 2019 in Blog

De os, Kena en de rest van de delegatie tolden rond in de maag van Smo. De spijsvertering van Smo werkte traag. Uren leken dagen, dagen leken weken. Niemand wist hoe lang de delegatie in de maag van Smo verbleef voor ze dood en verteerd waren. De delegatie bad om vergiffenis en verlossing uit de hel die de maag van Smo was. Ze kregen honger en besloten de os te doden zodat ze te eten hadden tot ze dood en verteerd waren. Kena had, zoals iedere mijnwerker een klein kolenschepje waarmee hij at bij zich en sloeg daarmee de os op zijn kop. De rest van de delegatie greep ook naar hun kolenschepje en sloeg de os zo hard ze kon. Het duurde een uur, wat ook een dag geweest kan zijn of misschien zelfs een week, tot de os omviel en opgepeuzeld kon worden. Ze zouden in ieder geval geen hongerdood sterven. Ze vonden het raar om eten te verteren terwijl je zelf verteerd werd; je poep en je plas deed in een lijf dat je uiteindelijk uit wilde poepen en plassen. De os was na een maand, het kan ook een jaar geweest zijn, volledig opgepeuzeld en ze voelden dat hun maag weer ging rammelen. Gelukkig waren ze al bijna dood. Échte honger zouden ze niet lijden. Ze voelden hoe hun ledematen oplosten in het maagzuur. Hoe hun lijf langzaam verdween en het licht voor ze uitging. Langzaam, tergend langzaam stierven ze. Eindelijk kon de delegatie in de lift naar het hiernamaals stappen. In de lift kregen ze een kaartje met de ‘P’ van ‘penthouse’ erop, waar Ka verbleef als hij auditie hield.

14. De Witteboordenclan

Geplaatst: 15 september, 2019 in Blog

De zaken gingen goed voor de bende van de onderste onderlaag. Door steenkool te vermengen met het op steenkool lijkende zwartkool konden ze woekerwinsten maken op de zwarte markt. Keer op keer tuinden mensen die wanhopig naar wat warmte zochten in de verleidelijk lage prijzen van de verdunde steenkool. Ook de voedselschaarste legde de bende geen windeieren. Er werden complete fabrieken ingericht om vleeswaren te verzwaren met water. Meel werd in speciale mengfabrieken verzwaard met kalk.

De bende van de onderste onderlaag noemde zich voortaan ‘De Witteboordenclan.’ Een clan wiens leiders hun handen niet vuil maakten en daarom een witte boord droegen. Als je een witte boord droeg wás je iemand, werd je beleefd gegroet en deed men een stapje voor je opzij. 

In de kolencentra werd hard gewerkt door de dames die hun gezicht gemutileerd hadden om zich te lelijk te maken voor aanranders. Ze werden niet langer verkracht en misbruikt door de opgewaardeerde bende. Hoewel, ze moesten hard werken voor wat eten en een beetje steenkool. En het mengen van steenkool met zwartkool was zwaar werk, zo zwaar dat sommige dames er steviger begonnen uit te zien dan de gemiddelde witteboorden-mijnheer. Dames die het werk niet aankonden werden naar de meelmengfabriek. Het werk was lichter maar niet minder stoffig. De sluiers die ooit gebruikt werden om hun lelijkheid te bedekken werden nu gebruikt om zich te beschermen tegen stof.

Ook de bordelen werden overgenomen door De Witteboordenclan. Met als gevolg dat leden van De Witteboordenclan daar gratis hun gerief konden halen. Prostituees protesteerden, maar de souteneurs waren machteloos en konden de dames niet langer beschermen tegen misbruik en uitbuiting. Sekswerk was niet meer wat het ooit was.

De Witteboordenclan begon zaken te doen met De Vesting wiens vrouwelijke inwoners geen voedsel- en steenkooltekort hadden. Immers, vrouwen waren van belang voor de voorplanting en het voortbestaan van de populatie. Het duurde dan ook niet lang tot het kader van De Witteboordenclan vrij toegang had tot De Vesting om aan haar gerief te komen en kinderen te verwekken. Wie geld had, had macht, wie macht had was de sterkste. En een sterk lijf volstond niet langer.

Tekorten waren goed voor zakendoen en voor De Witteboordenclan was er geen tekort aan zaken.

13. Ka grijpt de macht

Geplaatst: 13 september, 2019 in Blog

“Goden kunnen zoveel doen,” mompelde Ka, “en ik ben de enige god die iets doet. Misschien ben ik de enige echte god en zijn die andere goden het god zijn niet waard. Eigenlijk ben ik de enige echte god. De levende god. De god die Dro teruggestuurd heeft om Mo te helpen bij de zoektocht naar het beloofde land van mijn volk. Ik moet van die andere goden af, ze zijn nutteloos en inert. De enige echte, de almachtige.” Ka voelde zijn gezicht een beetje gloeien bij de gedachte alleen.

De luie goden waren dik en vet als tandeloze walrussen en door het nietsdoen waren hun ledematen zo goed als geatrofieerd. Het was voor een kersverse fitte god als Ka dan ook een peulenschil om de goden een voor een te onthoofden met zijn door hem gecreëerde goddelijke, vurige zwaard.  Het werd een waar bloedbad in het godenrijk. Een godenrijk waar Ka het rijk eindelijk alleen had. En nu Ka de enige god was zou de platte aarde het weten ook.

Ka wilde zijn volk eerst leiden naar het beloofde land. En dan … Ka voelde zijn borstkas zwellen. De mogelijkheden waren eindeloos. “Nu eerst rusten,” besloot Ka, “het zijn drukke dagen geweest en er komen er nog veel meer.”

12. Ka heeft een verassing voor Dro in petto

Geplaatst: 12 september, 2019 in Blog

Toen de deur van de lift voor Dro opende op de begane grond werd het even donker.

Dro stond op een stoel, doodziek van het bewezen feit dat de aarde plat was, wel kunstmatig moest zijn en verbonden was met een moederplaneet, “een fucking onderwereld,” mompelde Dro en hij sprong van de stoel. Hij spartelde even alvorens het touw brak. Zijn zelfmoordpoging was mislukt.

Ka had de tijd voor Dro teruggezet naar het moment dat hij zelfmoord pleegde, tijd betekent immers niets in het hiernamaals, en had het touw waaraan hij zich zou verhangen ondeugdelijk gemaakt. En om Dro zijn zin in het leven terug te helpen had hij een verassing voor Dro in petto. Dro was bijzonder trots op zijn goddelijke vermogens en zag dat het goed was.

Dro krabbelde overeind na zijn mislukte zelfmoordpoging, “Alles goed lieverd?”, vroeg een stem die Dro bijzonder bekend voorkwam. Toen hoorde hij het geluid van koeien, schapen en ander vee. En Dro herinnerde zich zich de tijd die hij doorbracht in het hiernamaals, de afspraak die hij gemaakt had met Ka waardoor hij nu weer op de platte planeet aarde woonde. Maar die vrouw, die geluiden: “Neeeeee!”

Ka wandelde door het godenrijk en keek toe hoe de zelfmoordpoging van Dro mislukte. Keek toe hoe Dro in paniek raakte toen hij merkte dat zijn vrouw met bijbehorende boerderij en veestapel met hem mee waren verhuisd. “Wat god verbonden heeft zal de mens niet scheiden,” mompelde Ka,” en wie ben ik om daar tegenin te gaan.

11. Dro heeft spijt en Ka brengt uitkomst

Geplaatst: 11 september, 2019 in Blog

Dro was diep ongelukkig met hetgeen het hiernamaals hem op had getrakteerd. Het geloei en geblèr van de dieren maakte hem horendol. Zijn hersenloze, slaafse vrouw die hij vooral gebruikte om ‘aan zijn gerief’ te komen en verder niks mee kon. Een bestaan dat zijn verstandelijke vermogens afstompte. Dro verveelde zich, dag na dag, week na week. Hoewel tijd niet bestond in het hiernamaals leek de tijd te kruipen. Als hij niet al dood was zou hij zich hierdoor meteen van het leven beroven. Dro filosofeerde over het idee zich te verhangen in het hiernamaals. “Zou ik dan in de hel komen, zou mijn volgzame vrouw zich dan ook verhangen, me opwachten in de hel? Of ben ik al in de hel?” Dro had spijt van zijn daad en wilde terug naar de platte planeet. Dro wilde wetenschap bedrijven.

Toen Ka bij de boerderij van Dro aanklopte deed zijn vrouw open. “Is Dro aanwezig?”. “Hier!”, riep Dro naar Ka, “kom binnen!” Dro deelde zijn leed met Ka en huilde bittere tranen. “Was ik maar weer op de platte planeet,” klaagde Dro, “mijn verstand rot weg hier,” “Ik heb je hulp nodig,” zei Ka, “om mijn volk naar een betere wereld te helpen.” “Alleen als ik terug mag naar de platte aarde,” zei Dro op besliste toon, “als ik weg kan uit deze helse verveling.”

En zo geschiedde, Dro mocht terug naar de platte planeet. Ka gaf Dro een liftpas waar ‘begane grond’ op stond. Ka was verbaasd over zijn goddelijke vermogens en vroeg zich af uit welke hoed hij dat pasje had getoverd. Dro draalde niet en stapte meteen in de lift en bedankte Ka en beloofde Mo op te zoeken en hem te helpen bij de tocht naar het door Ka beloofde land.

Ka baalde toen hij zag dat Mo zijn verschijning in de droom alweer vergeten was. Mo was bezig met belangrijkere zaken, zoals een hapje eten, lauwwarm water drinken en zich warmen aan zijn houtvuurtje. Ka had een nieuw plan nodig.

Mo hoorde een geluid uit de kachel, “Mo!, Mo!” Mo vroeg zich af of hij hallucineerde.”Mo!” Mo opende het luikje van de kachel en keek in de vlammetjes en zag de contouren van Ka in het vuur. “Mo! Ik ben het, Ka, je weet wel, de god die de witte bodem van de kolenmijn onthuld heeft. Ik kom je vertellen dat jij de uitverkoren mijnwerker bent, ik heb jou uitgekozen als de profeet die het mijnvolk naar het beloofde land leidt. Later meer!” Mo deed het luikje weer dicht: “uitverkoren mijnwerker?, profeet?, later meer?”

Wat ‘later meer’ betreft, ‘Ka moest nu iets bedenken om zijn volk naar een betere wereld te helpen. Hij besloot daarom af te dalen naar de boerderij van Dro en zijn trouwe vrouw met bijbehorende veestapel. Dro was tenslotte een wetenschapper en zou hem met zijn intellect kunnen helpen met het vinden van de betere wereld die hij voor zijn volk gepland had.

Ka zette zijn jaloezie op het perfecte leven van Dro opzij en daalde af naar het hiernamaals voor gewone mensen om een bezoekje te brengen aan Dro.

9. Mo heeft raar gedroomd

Geplaatst: 9 september, 2019 in Blog

Ka keek machteloos neer op het volk dat hem zo dierbaar was. Hij vroeg aan de goden of hij iets voor zijn volk zou kunnen betekenen. Maar goden deden niets, doen niets en zullen nooit iets doen, zoveel was Ka inmiddels wel duidelijk. Ka besloot daarom te experimenteren met zijn, als die er al waren, goddelijke vermogens. Hij besloot in een droom te verschijnen aan een jonge, sterke mijnwerker. Een persoon die zijn volk zou kunnen leiden naar een betere wereld, naar een, laten we zeggen beloofd land of iets dergelijks. En terwijl hij neerkeek op zijn volk zag hij dat het goed was.

Toen Mo wakker werd krabde hij zich achter de oren. Hij had raar gedroomd en probeerde zich te herinneren waar het over ging, “oh ja, een beloofd land of zo.” Maar zoals het zo vaak met dromen gaat vervaagden de droombeelden snel, sneller dan Mo zijn karige ontbijt kon verschalken; een korstje droog brood en een beker lauwwarm water.

Het was inmiddels winter geworden en de kolen waren zo goed als op. Alleen op de zwarte markt kon je nog kolen en voldoende eten krijgen.

Mo at zo weinig als hij maar kon en geld voor steenkool had hij niet. Het huis van Mo was dan ook koud en kil. Zijn kachel stookte op wat hout dat hij verkregen had door zijn schuur te slopen. Alle bomen in de buurt waren inmiddels omgehakt en opgestookt. Ouderen en zwakkeren stierven door kou en honger. Alleen de sterksten zouden deze winter overleven.