Archief voor mei, 2015

Mijn ei wil niet doppen

Geplaatst: 28 mei, 2015 in column, Fictie

P7185884Een mooi, zachtgekookt scharrelei, met bruine schaal natuurlijk, want die zijn lekkerder zoals u weet. Nog even doppen en dan kan het ei op mijn voorverwarmde croissant met roomboter. Voorzichtig tik ik een deuk in de schaal om vervolgens het culinaire wonder te gaan doppen. Maar deze ochtend gaat het fout. Het velletje blijft aan het ei plakken. Voorzichtig probeer ik het eitje te redden en peuter het velletje los. Maar dan scheurt het ei, het zorgvuldig zachtgekookte eigeel stroomt uit mijn stukje genot. Ik ontplof en roep mijn vrouw,

mijn ei dat wil niet doppen
ik word helemaal gek
maak meteen een nieuwe of ik sla je op je bek

Mijn vrouw doet dit expres. Om mij dwars te zitten kookt ze de eieren zo, dat ze niet willen doppen. Ik hoor mijn vrouw stommelen in de keuken: ‘Zal ik anders een eitje voor je bakken?’

nee stom mens ik wil een ei dat dopt
als je me dit nog een keer flikt
sla ik je helemaal kapot

Ik hoor mijn vrouw zachtjes huilen, dat doet ze altijd als ze mij op de kast wil jagen. Ik word woest en ren naar de keuken. Ik mep haar in elkaar tot ze stopt met dat aanstellerige gejank.

ik kook mijn ei wel zelf stom mens
hou op met dat gejank
je hebt mijn hele dag verknald
waarvoor ik je bedank

Advertenties

Joris raakt te water

Geplaatst: 26 mei, 2015 in Fictie

Om redenen die er volstrekt niet toe doen raakte Joris te water. Terwijl Joris naar een peilloze diepte zonk, vroeg een koffervis of hij nog bagage had. Joris gaf de koffervis zijn schooltas in bewaring en als beloning mocht de koffervis het laatste boterhammetje uit zijn broodtrommeltje oppeuzelen. ‘Waar gaan we naartoe?’ vroeg de koffervis beleefd. ‘Joris legde uit dat hij geen idee had waar hij naartoe ging en dat hij hier nooit eerder geweest was.

verzopen‘U loopt blauw aan,’ zei de koffervis bezorgd, ‘en u hebt geen kieuwen, misschien hoort u hier niet?’ Maar Joris was inmiddels buiten bewustzijn en hoorde de koffervis niet meer. De koffervis alarmeerde met zijn antennebaarsje een paar dienstdoende loodsmannetjes: ‘Help!‘ Joris was al zo ver heen dat hij paradijsvisjes begon te zien, met recht een bijna-verdrinkervaring.

Twee ballonvissen duwden Joris omhoog en gaven hem mond-op-mondbeademing tot zijn hoofd weer boven water was. Een sidderaal bracht het hart van Joris met een paar ferme stroomstoten weer op gang. De paradijsvisjes vertelden Joris dat hij terug moest naar het aardse, dat zijn tijd nog niet gekomen was en hij nog vele jaren op zijn lieve pappa moest passen.

Joris moet kiezen

Geplaatst: 7 mei, 2015 in column, Fictie

Door alle drukte thuis kwam het wel eens voor dat Joris zijn huiswerk niet maakte, niet goed oplette en soms te laat op school kwam. Het schijnt dat Joris zo nu en dan tijdens een les in slaap viel. Je begrijpt dat de docenten dat niet op zich konden laten zitten. Joris moest regelmatig nablijven en kreeg ook geregeld strafregels. Het gevolg was dat, hoe Joris zijn best ook deed op school hij, door alle besognes thuis, steeds verder achterop raakte. Joris moest kiezen. Want het is zoals in de bijbel staat: ‘Geen enkele knecht kan twee heren dienen.’

Joris koos natuurlijk voor huis en haard. Want thuis was het veilig en kon hij op zijn vader passen. Thuis voelde Joris zich nuttig en gewenst. Op school vond men Joris maar lui en ongeïnteresseerd, vond men Joris maar een vreemde snuiter die niet mee kon komen en niet meedeed. Joris was dan ook opgelucht dat hij op zijn zestiende verjaardag van school mocht en een baan kon gaan zoeken.

kk_melkfabriek3De zuivelfabriek was vlakbij en Joris kon meteen aan de slag achter de lopende band. Het werk was eenvoudig en eentonig. Maar dat vond Joris niet erg. Hier was hij gelijkwaardig aan zijn collega’s, hoefde hij niet op te letten en kreeg hij geen strafwerk. Het loon was goed genoeg en na het werk had Joris tijd genoeg om af te wassen en eten te koken. Bovendien kwam het extra inkomen goed van pas en hoefde de vader van Joris zich minder zorgen over zijn financiën te maken.

Joris en de holtor

Geplaatst: 4 mei, 2015 in column, Fictie

Die ochtend stond Joris voor dag en dauw op op. Mocht u zich afvragen waarom? Daarom. Tijdens het krieken zag Joris een galinhorseinsect heen en weer rennen; het was een holtor. ‘Vanwaar de haast?’, vroeg Joris beleefd. ‘Ik ben in training,’ zei de holtor, ‘want morgen krijgt de snelste het meisje.’ Joris wenste de holtor, die inmiddels bijna buiten gehoorafstand van onze jonge held gesneld was succes, immers, wie wil het meisje niet als je viriel en vlug bent. Vijf minuten later, het krieken was nog in volle gang, zag Joris een ander, blauw insect. Het was een veldwachtor. Hijgend en puffend vroeg de diender of Joris ook een holtor boven de gestelde snelheidslimiet had zien passeren. Joris vertelde over de holtor die in training was om het meisje te krijgen.

‘Ik rende lang geleden om het meisje te krijgen,’ zei de veldwachtor, ‘maar ik was te langzaam.’ ‘Heb je je daarom opgewerkt tot veldwachtor’, vroeg Joris streng, ‘om andere holtorren dwars te zitten?’ Beschaamd boog de veldwachtor zijn voelsprieten. ‘Ik ben inderdaad jaloers op al die holtorren die met succes rennen om het meisje te krijgen. ‘Waarom zoek je geen meisje waarvoor je niet hoeft te rennen,’ zei Joris, ‘een meisje dat van je houdt zoals je bent.’ ‘Er is een meisje dat verliefd op me is,’ zei de veldwachtor, ‘ik denkt dat ze valt op mijn uniform.’ ‘Ook zonder uniform mag je er best wezen, dat weet ik zeker,’ zei Joris tegen de diender.’

Joris keek samen met de veldwachtor toe hoe een andere holtor trainde voor het meisje. De veldwachtor liet een traantje; inplaats van achter de holtor aan te rennen was hij zijn trauma aan het verwerken. De diender trok zijn uniform uit en liet aan Joris zien dat ook hij een trotse holtor was. ‘Nu vlug naar het meisje dat op jou wacht,’ zei Joris geëmotioneerd tegen de nu trotse holtor, die inmiddels op weg was naar het meisje waarvoor hij niet hoefde te rennen.

Joris is bezeten

Geplaatst: 2 mei, 2015 in column, Fictie

Het was een warme, broeierige nazomermiddag. Joris kwam, om redenen die er niet toe doen, bijzonder vermoeid thuis. Hij ging dan ook direct naar bed om aldaar, vrijwel meteen, in een diepe slaap te vallen. Zijn vader kwam niet veel later thuis, dodelijk vermoeid van zijn besognes in het café verderop. Hij zag gelijk wat er aan de hand was; Joris was niet aan het afwassen, stofzuigen en/of het eten koken. Hij probeerde Joris nog wakker te maken maar vergeefs, Joris sliep en bleef slapen. De vader van Joris had dit nog nooit meegemaakt en, bezorgd als hij was deed hij wat iedere katholieke vader zou doen: Hij belde mijnheer pastoor want Joris was bezeten, dat kon niet anders.

999Mijnheer pastoor bond Joris vast op zijn bed om te voorkomen dat hij zou gaan zweven en andere enge dingen zou doen die bezeten mensen doen. Mijnheer pastoor prevelde iets onverstaanbaars alvorens hij Joris wakker schudde met de woorden: ‘Ga terug satan, naar de duistere krochten van de onderwereld waar je vandaan kwam!’ Joris schrok wakker en schreeuwde het uit: ‘Help, maak me los!!’ ‘Hij is inderdaad bezeten,’ zei mijnheer pastoor wijs en schudde hard aan het lijf van de bezeten Joris, die beefde van angst en verwarring.

‘Het is gedaan,’ zei een schorgeschreeuwde mijnheer pastoor na enkele uren duiveluitdrijving, ‘hij slaapt nu.’ ‘Kan hij morgen weer afwassen en koken?’, vroeg de vader van Joris bezorgd. Mijnheer pastoor knikte.  En jij moet zeven keer zeven dagen zeven keer zeven rozenkransjes bidden voor je zoon. ‘Doe ik,’ zei de vader van Joris en hij bedankte mijnheer pastoor. De volgende dag was Joris weer aan het afwassen en koken. Aan de zeven maal zeven zeven dagen zeven maal zeven rozenkransjes is de vader van Joris tot op de dag van vandaag nog niet toegekomen.