Archief voor april, 2012

Een kabouter heeft het gedaan!

Geplaatst: 30 april, 2012 in Fictie
Tags:

Ik moest even schuilen voor een regenbui en koos voor een bushokje. Er stond een flinke waterplas in het hokje. Een verstopt afvoerputje was de boosdoener. Het putje maakte een borrelend geluid. Toen zag ik de putdeksel bewegen. Een rood puntmutsje kwam tevoorschijn.
“Jij weer?” vroeg ik. “Ja ik weer,” antwoordde de kabouter. Toen trok hij de putdeksel het putje in. Deksel weg, verstopping weg. De waterplas verdween als een dief in de nacht. Ik vloekte, “verdomd vergeten een foto te maken!”
Een bus stopte voor me. Terwijl de deur sissend opende zag de chauffeur hoe ik met mijn fototoestel een plaatje poogde te schieten van het putje zonder putdeksel.
“Een kabouter heeft het gedaan,” flapte ik er uit, “met een rode muts!” De chauffeur schudde zijn hoofd, sissend ging de deur weer dicht.
De bus reed weg, ik droop af, te voet. Gelukkig was het gestopt met regenen.

Advertenties

Presentatoren die veel meer verdienen dan de Balkenende-norm. Je kan je er aan storen en het kan hier en daar inderdaad wat minder.

Ikzelf erger me vooral aan mensen die de Balkenende-norm verdienen en uit hoofde van hun beroep ongestraft geld mogen weg schrapen van zwakkeren in onze maatschappij. Mark, Maxime en Geert, die na zeven weken nietsdoen in het Catshuis voor bijna vier miljard aan gemeenschapsgeld aan kostbare tijd hebben verspild.
En wij mogen ons druk maken over een Balkenende-norm voor mensen die werken voor de publieke omroep. Dat is toch te triest voor woorden.

Het wordt tijd dat mensen die tot op de Balkenende-norm zitten te verbieden eenvoudige mensen geld afhandig te maken die ze niet kunnen missen.

De marathon, een van de hoogtepunten tijdens de Olympische spelen zal dit jaar een speciale zijn. Het wereldrecord zal worden verbroken. De twee uur grens zal worden verpulverd. De kranige renners worden tijdens hun loop namelijk al die tijd blootgesteld aan het beveiligde Londense luchtruim. Raketten staan gericht op de vijand. Helikopters en straaljagers scheren door de lucht. Op zoek naar de vijand. Een raket wordt afgeschoten naar een zelfmoordterrorist. Een straaljager gooit een bom op een auto met een verdachte chauffeur. Een helikopter zal op onverwachte momenten boven de horizon verschijnen, speurend naar de vijand met laser zoekers. De marathonlopers lopen voor hun leven, harder dan ooit.
Een Nederlandse burgemeester kijkt jaloers toe: Hij mag volgend jaar Koninginnedag organiseren.

Kabouters bestaan niet

Geplaatst: 29 april, 2012 in Fictie
Tags:

Ik zag hoe twee takjes de grond in werden getrokken. En nog een en nog een. Nieuwsgierig liep ik naar de bosrand. Ik zag een rood puntmutsje boven de grond uitsteken. “Hallo?” vroeg ik naar de bewegende puntmuts. De puntmuts kwam omhoog en ik ontwaarde een klein mensenhoofd waarvan ik aannam dat het het hoofd van een kabouter was. “U bent een kabouter?” vroeg ik zo beleeft mogelijk. “Ja,” antwoordde de kleine man met rode puntmuts en ging onverdroten verder met het onder de grond trekken van takjes. “Ik heb nog nooit een kabouter gezien,” zei ik voorzichtig.
Maar de kabouter was al verdwenen, onder de grond. Met zijn takjes. Voorzichtig porde ik met een achtergelaten takje in de grond. Geen reactie. “Kabouters bestaan immers niet,” besefte ik.

Ik slenterde naar huis, van slag, uit mijn evenwicht. Een paar spelende kinderen hielden me aan. “Heeft u wel eens kabouters gezien?” vroeg een van de kinderen. “Kabouters bestaan alleen in je fantasie en dat is heel leuk,” loog ik met een blij Sesamstraat gezicht.

Ik loop nu bijna iedere dag naar de bosrand. Even kijken op die plek, even mijmeren. Voor de zekerheid heb ik een fototoestel bij me. Iedere dag droom ik dat ik een prachtig plaatje kan schieten van die kabouter. Met zijn rode muts. Maar ja, dromen zijn bedrog en kabouters….

Mijn vrouw kookt wel eens soep. Ik mag haar dan helpen met snijden en snipperen. Ze kookt haar soep in een steeds grotere pan. Ze doet dat omdat er water bij de soep moet tot het randje. Als ik haar vraag waarom ze niet wat minder water in de pan kan als het net over het randje gaat antwoordt ze steevast: “Dan smaakt de soep niet lekker”. Zodra ze een grotere pan in gebruik heeft genomen wil ze ook meer ingrediĆ«nten gebruiken, meer zout, meer kruiden. En tot slot doet ze er nog wat water bij. Tot net over het randje.
Ik sta achter haar, zeg niks, maar zie haar nek rood worden.
En als we dan haar soep gegeten hebben doet ze de restjes in een Tupperware-kom met handige sluitdeksel.
Ze kiest meestal voor een Tupperware-kom waar de soep net tot het randje komt. Nou ja, net over het randje.

De man zonder benen

Geplaatst: 28 april, 2012 in Fictie
Tags:, , ,

Na drie weken mocht hij weer naar huis. Zijn benen waren netjes afgezet, zijn rolstoel zat lekker, de man zonder benen mocht niet klagen. Onderweg naar buiten draaide de man zonder benen in de lift alvast een sigaret. De man zonder benen keek naar zijn broekspijpen waar geen benen meer in zaten. De man zonder benen klopte de draden tabak van zijn lege broekspijpen. De man zonder benen kon zowaar zijn benen nog voelen.

Daar was de bevrijdende buitenlucht. De man zonder benen kon de rook van mederokers op het pleintje al ruiken.
Alsof de man zonder benen als eerste de finish bijna bereikt had stak hij zijn borst vooruit om zo snel mogelijk door de bevrijdende draaideur te kunnen. Nu kon de man eindelijk weer een sigaret opsteken. Zonder benen dit keer maar dat mocht de pret niet drukken. Maar de draaideur draaide niet. Een onvermurwbaar ‘Buiten dienst’ stond op een bordje die speciaal voor rolstoelers op ooghoogte was gezet.
Een schorre schreeuw ontsnapte uit zijn keel. Wanhopig schopte de man zonder benen tegen het bordje. De man zonder benen was even vergeten dat hij geen benen meer had.
Gehaast rolde de man zonder benen naar de zijdeur om buiten te kunnen komen. In zijn haast zag de man zonder benen het randje van de stoep niet en viel om. Maar zijn sigaret hield de man zonder benen stevig vast. De aansteker rolde weg en raakte bijna buiten zijn bereik.

De man zonder benen lag op zijn rug. In de ene hand een sigaret, de andere zijn aansteker. Met een gelukzalig gezicht stak de man zonder benen zijn sigaret op en wilde een een diepe haal nemen.

“U mag hier niet roken,” zei een vriendelijke mijnheer terwijl hij op een bordje wees. “Kijk, daar mag u roken”
Hij tilde de man zonder benen op en droeg hem naar een bankje waar de man zonder benen rustig kon roken. De man zonder benen nam een diepe haal van zijn peuk. De eerste in drie weken. De man zonder benen keek dankbaar naar de vriendelijke man. Toen voelde de man zonder benen een zware druk op zijn borst, een stekende pijn, onnoemlijke benauwdheid. Terwijl de man zonder benen stervend op de grond rolde zag de man zonder benen de benen van de vriendelijke man.
Bokkenpoten met glimmend gepoetste hoeven: vanaf nu mocht de man zonder benen roken in de hel.

Met stijgende verbazing lees het bericht over de vader die bij zijn elfjarige dochter een kind verwekte. Verbaasd over het feit dat de vader al eerder veroordeeld was voor verkrachting van een dochter in 1995 en toch gezag kreeg over zijn jongste dochter. Omdat de luie rechter niet de moeite nam zijn strafblad te laten checken.

Walgelijk wat de misbruikende man zijn dochters heeft aangedaan. Een niet minder vervelende bijsmaak gaat voor mij uit naar de rechter die blijkbaar de verkrachter op zijn onschuldige ogen vertrouwde en mede verantwoordelijk is voor alle ellende die het kind daardoor is overkomen.

Ik wens de rechter weinig goeds toe en hoop dat hij regelmatig op vervelende wijze met zijn foute uitspraak geconfronteerd wordt.