Archief voor augustus, 2019

4. De os is niet zuiver op de graat

Geplaatst: 30 augustus, 2019 in Blog

Een van de priesters keek op. Het snurken van Smo was gestopt. Pria wandelde naar het raam dat uitkeek op de ingang. De vorktong van Smo slingerde als een zweep, op zoek naar een geurige prooi. Pria zag een opvallend klein persoon de poort van de tempel naderen. Pria wenkte zijn collega’s. “Gokje wagen?”, vroeg Pria.

Kena stond geïntimideerd stil. Nu het snurken van Smo gestopt was en zijn lange vorktong begerig naar een hapje zocht was kon je zien dat Kena niet trilde door het gesnurk van Smo. Kena trilde, hoewel onvrijwillig, geheel op eigen houtje. Kena wandelde terug naar de delegatie en vroeg om een gunst: “Mag ik de os met de kar en Ka meenemen? Misschien leidt dat af van het monster en kan ik dan zonder al te veel kleerscheuren opgelopen te hebben om een auditie bij de priesters vragen.” Yuko en de anderen gingen akkoord; immers, als Kena opgepeuzeld zou worden door Sno, zou er een volgende vrijwilliger moeten opstaan en zich naar een eventuele slachtbank moeten laten leiden. En met een os en het lijk van de goddelijke Ka maakte Kena meer kans levend en wel in de tempel te komen.

Pria zag hoe de kleine persoon verderop overlegde met de andere kleine personen. “Hij durft niet,” mompelde Pria. “weddenschap gaat niet door.” Toen zag Pria dat de kleine man terugkeerde en een os meenam, met daarachter een kar waar ‘iets’ in lag.

Kena stond nu dicht bij Smo. De vorktong van Smo snuffelde begerig naar het tweetal en het lijk in de kar. Maar toen Smo het lijk in de kar rook trok hij zijn vorktong met een slurpgeluid in. “Ka is waarachtig een god,” mompelde Kena dankbaar en ging de tempel met de os en de kar binnen.  De vorktong slingerde de tempel binnen en greep de os. De kar rolde om en het lijk van Ka viel op de witte vloer van de tempel. “Blijkbaar was de os niet zuiver op de graat.” dacht Kena en legde Ka zo goed en zo kwaad als het ging terug op de kar. 

Advertenties

3. De platte planeet aarde

Geplaatst: 29 augustus, 2019 in Blog

Dro was een wetenschapper. Een wetenschapper die wilde bewijzen dat de aardkloot rond was en niet, zoals de schriften de mensen wilden wijsmaken, plat als een pannenkoek. Toen Dro klaar was met zijn wetenschappelijke berekeningen, bleek dat de aarde wel plat móest zijn en niet, zoals alle wetenschappers de weldenkende mens wilden doen geloven rond. Rond als alle andere planeten en manen in het heelal. Dro had niet alleen bewezen dat de aarde plat was, maar ook dat de aarde om een planeet draaide. En dat ‘de platte schijf aarde’ bevestigd was aan die planeet omdat de aarde te klein was om een eigen aantrekkingskracht te kunnen hebben. Dro noemde de onzichtbare planeet die de natuurkrachten op de ‘platte aarde’ beheersten ‘moeder’ aarde. Dro kwam tot de slotsom dat de schijf waarop de mens woonde wel kunstmatig moest zijn omdat een natuurlijk fenomeen als de platte planeet aarde onmogelijk is.

Dro legde zijn analyse keurig op zijn bureau en schreef een brief:

Geachte collega’s,

Ik heb ontdekt en bewezen dat, zoals de schriften verkondigen, de wereld plat is. Dat de wereld kunstmatig is. En dat we bevestigd zijn aan een moederplaneet.

Daar ik mijn leven in dienst gesteld heb van de wetenschap en daardoor ontdekt heb dat ons leven en bestaan kunstmatig is, heb ik besloten bij deze mijn functie neer te leggen. Het staat u vrij te doen wat u wil met mijn bevindingen omdat ik er niet meer zal zijn als u mijn brief en analyse gelezen hebt.

Groeten,

Dro

Dro stapte op de stoel van zijn bureau en greep het touw dat aan de balk van het plafond bevestigd was.  Hij legde de lus van het touw keurig om zijn nek en trok de knoop aan. Hij sprong van de stoel en hing aan het touw. Hij schokte even na alvorens hij het leven liet.

2. Smo snurkt

Geplaatst: 28 augustus, 2019 in Blog

Smo lag, zoals gewoonlijk te snurken voor de ingang van de tempel. Smo sliep bijna altijd. Een paar keer per jaar werd hij wakker om een ketter of een heks te verorberen. Men fluisterde dat Smo met zijn vorktong kon ruiken of je kwaad in de zin had. Smo was duizenden jaren oud. De voorouders hadden Smo van de godenwereld meegenomen om de ingang van de tempel van de priesters te bewaken. Althans, dat vertelden de schriften.
Het snurken van Smo deed de omgeving trillen. De stenen huizen van de devotees waren daardoor verbrokkeld tot gruis. De devotees waren al eerder vertrokken omdat ze bijna gek werden van de trillingen van het gesnurk van Smo. De tempel was omgeven met ruïnes en verbleekte houten staken van verdwenen tenten waar ooit devotees in woonden. Alleen de tempel stond er nog. Ongeschonden, ongehavend, omgeven met een droge, grauwe levenloze woestenij.
Een delegatie van mijnwerkers was onderweg naar de tempel voor een auditie vanwege Ka en zijn handelingen. Omdat Ka een God in mensvorm was geweest. Omdat Ka zijn leven had gegeven om het wit van de bodem van de mijnschacht te onthullen. Om te vragen hoe hun karma vanaf nu ingevuld diende te worden.
Ka werd meegenomen en lag levenloos in een kar die door een os werd voortgetrokken. De delegatie voelde de vibraties van de snurkende Smo. Vol ontzag pauzeerden ze even. “Wie is het devootst van ons?,” vroeg Yuko, “want die laat Smo hoogstwaarschijnlijk met rust.” Iedereen keek naar de grond. “Ik ga wel,” zei Kena, “ik ben het oudst en mijn longen zijn verstoft. Ik heb toch niet lang meer en ben best wel devoot.” Kena kuchte even, alsof hij zijn betoog daarmee wilde bekrachtigen
Iedereen ging geestdriftig akkoord. De delegatie zette haar tocht voort. In de verte zagen ze de tempel, maagdelijk wit in een grauwe woestenij. “Net zo wit als de vloer in de mijnschacht,” fluisterde Yuko.
Kena keek iedereen strak aan: “Vaarwel.”

1. De bodem is bereikt!

Geplaatst: 27 augustus, 2019 in Blog

Ka was zo goed als dood. Maar hij moest doorwerken tot hij dood neer zou vallen. Alleen dan zou hij door de goden opgenomen worden in de grasrijke velden waar hij een boerderij en een vrouw zou krijgen. De kaste waar hij toe behoorde was een hardwerkend volk dat berustte in haar karma; steenkool hakken tot je er dood bij neervalt. De beloning wachtte in het hiernamaals; een boerderij, landerijen en een mooie vrouw.
Ka was een week niet bovengronds geweest. De weg naar boven was te lang voor hem geworden. Hoestend en proestend rustte hij in een holte van de mijnschacht. Bij het kaarslicht zag hij het bloed dat hij ophoestte. Hij luisterde naar het eindeloze getik van de pikhouwelen. Zijn longen piepten. Hij voelde priemende steken in zijn hartstreek. Zijn einde naderde: “Nog één keer steenkool hakken, zo hard als ik kan, en dan kan ik door de witte tunnel naar de graslanden, naar de goden, naar mijn boerderij en vrijen met mijn vrouw. Nog één keer…”
En Ka hakte en brokken steenkool spatten uiteen, stof vloog op en zijn collega’s moedigden hem aan: “Doorgaan, doorgaan, doorgaan!..” En Ka zag de gitzwarte kolenvloer onder zich wit worden, voelde een mokerslag in zijn hartstreek. Het bloed gulpte uit zijn mond en zijn ogen draaiden weg. Een laatste rochel; Ka viel dood neer en kon op reis naar zijn beloofde boerderij. De omstanders juichten toen ze zagen dat Ka dood was, dat Ka zich doodgewerkt had, dat Ka in het harnas gestorven was, zoals een mijnwerker het betaamt.
Ka werd op een kar gelegd. De grond waar Ka op lag was deels wit. “De witte bodem!,” riep een mijnwerker, “de witte bodem!” De mijnwerkers vielen op hun knieën en aanbaden Ka; Ka bleek een als mens vermomde god te zijn die de mijnwerkers naar het eind van de mijnschacht had geleid.

‘Hij die de witte bodem van de kolenmijn bereikt is de tot mens geworden genadige god die de mijnwerkerskaste bevrijdt van haar karma. Vanaf nu moet de mijnwerker de weg vinden uit deze wereld naar de wereld van onze voorouders. Want zo is het bepaald en zo is zal het zijn.’ 

De mijnwerkers hakten steenkool om de weg vrij te maken voor de witte ondergrond. Het werd tijd om de hogepriesters te waarschuwen. Die wisten hoe de schriften geduid moesten worden en hoe het karma van de mijnwerkers vanaf nu ingevuld zou worden.