Archief voor augustus, 2015

Bloemkoolman en de boze boeren

Geplaatst: 31 augustus, 2015 in column, Fictie

Op een mooie zomerse dag reed ik met mijn auto naar het platteland. Om frisse lucht op te snuiven, even door te waaien, om tot rust te komen. Ik parkeerde mijn auto op een verlaten landweggetje. Wat een rust. Ik keek naar de koeien en de kalfjes en bewonderde de schapen en lammetjes. Mijn favoriete muziek klonk zachtjes in de auto. Mijn oogleden werden zwaarder en al gauw dommelde ik weg naar een oord waar alles nog groener en vrediger was…

KumbayaOp een zeker moment droomde ik van straatwerkers die met zwaar geschut de weg opbraken. Ik opende mijn ogen en zag hoe mijn auto omsingeld was door een tiental tractoren met bijbehorende boeren. Een van de boeren liep naar me toe en klopte op het raam: Je hoort hier niet, blijf waar je bent, de politie komt zo. Ik schrok en vroeg waarom ik hier niet zou mogen zijn.  Gelaten wachtte ik af.

Toen rook ik iets dat ik even niet thuis kon brengen. Het was bloemkoolmanBloemkoolman wist wat er aan de hand was; hij had niet voor niets een scanner gescoord op marktplaats! De superheld sprak de boeren vermanend toe over het gevaar van onderbuikgevoelens, eigenrichting, hooivorkenbrigades en lynchpartijen: Daar staan jullie als trotse boer zijnde toch ver boven! De boeren dropen af en zwoeren zich nooit meer te laten leiden door angst en onrust en zworen hun boerenapp alleen nog te gebruiken voor feestjes en noodgevallen.

Toen de agenten arriveerden op de plek des onheils was iedereen al weg. Een van de agenten snoof een luchtje op: Bloemkoolman! De agenten maakten een rondedans van blijdschap en zongen ‘Kumbaya my Lord’ en ‘Potje met vet’ tot het krieken van de dag.

Bloemkoolman: inleiding

Geplaatst: 27 augustus, 2015 in Fictie

Toen mijn moeder van mij beviel was ik al dood. Ik vond dat prima, mijn moeder niet. Ze huilde en huilde, tot ze geen tranen meer had. Mijn vader probeerde haar te troosten maar vergeefs. Mijn moeder werd hysterisch en onhandelbaar. Daarom besloot mijn vader naar een louche natuurgeneeskundige te gaan om raad. Misschien had hij troostende kruiden voor vrouwen als mijn moeder. Maar de louche natuurgeneeskundige had iets anders, iets waar mijn vader alleen maar van kon dromen.

bloemkoolmanMijn vader en moeder togen naar mijn graf met een bloemkool. Een mooie witte bloemkool. Vers van de groenteboer. Ook hadden ze meststof bij zich die een speciale behandeling had gekregen van de louche natuurgeneeskundige. De bloemkool werd op mijn graf geplaatst en overgoten met het goedje van de louche natuurgeneeskundige. In vier weken zou de bloemkool moeten uitgroeien tot een baarmoeder waaruit ik levend en wel met een keizersnede verwijderd zou worden.

De bloemkool groeide en groeide, zijn wortels kraakten mijn kistje en drongen in mijn lijf. Mijn DNA werd opgenomen in de bloemkool en ik werd wakker in de bloemkoolbaarmoeder. Ik groeide als kool natuurlijk, en na vier weken werd ik uit de bloemkool gehaald. Mijn ouders huilden van geluk en mijn moeders hysterie verdween op slag.

Helaas bleek ik naast menselijke, ook bloemkoolkenmerken te hebben. Zo had ik een bloemkoolachtige huid op mijn schedel en neus. Ik was kaal en had bloemkooloren. Ik moest iedere dag, om niet te bederven, een modderbad nemen met mest, liefst vers van de koe. Je begrijpt, ik stonk een een beetje en met mijn uiterlijk was ik niet bepaald populair op school. Ik werd gepest en was eenzaam.

Daarom besloot ik te gaan boksen om mezelf te kunnen verdedigen, want schelden doet alleen zeer als je de bek van de persoon die scheldt dicht mept. Toen ik een jaar of vijftien was viel niemand mij meer lastig over mijn uiterlijk en/of geur. Ik was te gespierd en te sterk. Ik besloot mezelf voortaan bloemkoolman te noemen en onrecht te gaan bestrijden. Ik wilde een superheld worden!

Van de dood en de verleiding

Geplaatst: 19 augustus, 2015 in Blog, column, Herinneringen

Gewoon op mijn fiets, onderweg naar huis met mijn verdriet als metgezel.
Mijn trouwe metgezel, samen met zijn broer en zus; eenzaamheid en depressie.

Ik ben zojuist bij mijn ouders op bezoek geweest.
Ik merkte dat ze zich zorgen over mij maakten.
Ik hoorde hun verwijten gelaten aan.
Ik nipte aan het zoveelste flesje bier.

Nu ben ik onderweg naar huis.
Een grote vrachtwagen passeert.
Ik schrik van mijn gedachten en mijn gevoel.
De enorme rust die ik ervaar:
‘Als ik met mijn fiets voor die vrachtwagen…’

Ik haast me naar huis.
Wat een afschuwelijke gedachte, en die verleiding…

Het staat me na al die jaren nog steeds scherp voor de geest.
Ik liet me bijna verleiden door de dood.

Ook verschenen in 120w.nl

De hittegolf

Geplaatst: 17 augustus, 2015 in Fictie

Het flatje waar ik woonde zoemde van de ventilatoren die ik strategisch had opgesteld; er was sprake van een hittegolf die alle records brak. Maar het mocht niet baten, er was geen ontkomen aan. Ik ging naakt op mijn rug in bed liggen, met mijn knieën opgetrokken, om zo het zwakste deel van mijn lijf met een ventilator te verkoelen. Toch voelde ik iets groeien. Nee, niet mijn geslacht, was het maar zo. Het waren aderen die God in al zijn wijsheid precies daar had geplaatst waar je ze beter niet kan hebben. Ze jeukten en ze staken. En ze zwollen op. Groter en groter. Ik wist het zeker, er zouden records worden gebroken. Ik liep naar de koelkast en pakte een paar ijsblokjes uit de vriezer om het leed enigszins te verkoelen. En een flesje bier, om het leed te benevelen. Ik onderdrukte de aandrang om een verkoelend bierflesje in mijn aars te steken. Want ze zwollen op. En het werd al maar heter.

De nacht was broeierig, ik probeerde te slapen, maar het gezoem van de ventilatoren hield me wakker, maar liever dat dan de hitte die me wakker houdt. De volgende ochtend werd ik wakker, badend in het zweet. De ventilatoren zoemden niet, alles was stil, doodstil; de stroom was uitgevallen. Om niet gek te worden nam ik een zo koud mogelijke douche.
Op de tegels in de douche druppelde bloed, mijn bloed, blijkbaar waren mijn aambeien gaan bloeden. Ik observeerde het zaakje, zo goed en zo kwaad als het ging, gebukt in de spiegel. De douchedeur ging open. Een kleine mijnheer in doktersjas kwam binnen om samen met mij de schade op te nemen.

De dokter keek me streng aan en haalde een mesje uit zijn dokterstas: ‘nu even flink wezen.’ De dokter sneed met een handige beweging de aambeien weg en vertrok. Het bloed stroomde nu uit mijn achterwerk. Ik probeerde alles weg te spoelen, maar het had geen zin, het bloed bleef maar stromen. Een lange mijnheer kwam binnen, hij had een weckfles bij zich met daarin zwarte beestjes: ‘Dat zijn bloedzuigers mijnheer.’ Ik bukte om de beestjes te laten plaatsen. Voor iedere afgesneden aambei een bloedzuiger. En God, wat was het heet. Het bloed stroomde niet langer en opgelucht kon ik al het bloed wegspoelen.

De bloedzuigers zwollen op en ze staken en ze jeukten. De ventilatoren sprongen weer aan, de stroom was terug. Opgelucht ging ik met opgetrokken knieën op bed liggen. Een zuster kwam kijken, ter controle. Ze stak een thermometer in mijn bips om mijn temperatuur op te nemen: ‘Meer dan 40 graden mijnheer en God wat is het heet.’ Ze trok haar kleding uit en bukte zich: ‘Wat vind u van mijn aambeien?’ Ik schrok wakker, badend in het zweet, de ventilatoren zoemden en ik had het warm, veel te warm.

Was ik nu echt wakker? Ik twijfelde, de vorige keer dat ik wakker werd was ik immers ook niet wakker. Ik besloot mijn bips eens te inspecteren. Ik hurkte boven mijn scheerspiegel en zag 3 opgezwollen bloedzuigers kronkelden. Ik moet zeggen dat ik er behoorlijk van schrok: Droom ik nog steeds of ben ik mijn verstand aan het verliezen?’ De zuster kwam binnen en stuurde me terug naar bed: ‘U heeft hoge koorts en u moet rusten.’

Toen ik wakker werd lag ik in het ziekenhuis. Het was er aangenaam koel en de zuster die eerder haar aambeien wilde tonen gaf me een koortsthermometer die ik in mijn bips mocht steken. Ze glimlachte vriendelijk en vroeg me of alles goed was. Ik knikte instemmend en vroeg haar hoe ik hier terecht was gekomen: ‘U had veel bloedverlies en hoge koorts mijnheer.’ Ik vroeg haar hoe het met mijn aambeien zat: ‘U heeft geen aambeien mijnheer, wel hebben we een bierflesje chirurgisch uit uw bips moeten verwijderen. Mocht u de neiging hebben dat ooit weer te doen, mag ik u dan beleefd aanraden eerst de dop te verwijderen?’

 

Geschreven voor Aicha Qandisha’s zomerse verhalenwedstrijd.

De dood in de pot

Geplaatst: 15 augustus, 2015 in Fictie

Hij reisde graag met het openbaar vervoer, al was het maar om alle gesprekken af te kunnen luisteren die rond hem plaatsvonden. Hij genoot van de onnozelheid van het gemiddelde gesprek. Zo stapte hij op een druilerige donderdagavond, koopavond, in de bus naar de stad. Hij nam plaats achter twee kwekkende huisvrouwen, ze kwekten over het huishouden, de kinderen, hun man, de buren en God mag weten wat al niet meer. De man verkneukelde zich om zoveel onnozelheid en zoog zich vol met een zelfgenoegzaam superioriteitsgevoel.

Echter, op een zeker moment voelde de man een steek in zijn hart en het was alsof een obees persoon op zijn borstkas was gaan zitten. En hij verafschuwde obese personen. Zijn adem stokte, en het werd stil, doodstil. De twee kwekkende huisvrouwen zwegen en keken om. De man schrok van de twee kwekkende huisvrouwen; de een had een gigantische kippenkop, vurige ogen en een puntige snavel. De andere huisvrouw had een harige rattenkop met overmaatse, vlijmscherpe tanden.

De man schrok, maar kon door de toestand waarin hij verkeerde niets doen. De kippenkop pikte zijn ogen uit en de rattenkop vrat zijn vingers, kleren en al wat restte van zijn lijf op. De man voelde hoe hij doodging en hij zijn lijf verliet, hij keek toe zijn lijf werd opgepeuzeld. De buschauffeur stopte de bus vanwege het gekrakeel en kwam een kijkje nemen. De buschauffeur stampte met zijn hoeven en zwaaide vervaarlijk met zijn staart: ‘of het een beetje zachter kon!’ De dames beloofden het zachtjes aan te doen, de buschauffeur kon zijn reis voortzetten en hij arriveerde op het eindstation. Een eindstation dat de inmiddels morsdode man niet kende.

De man zag hoe de dames hem volledig hadden opgevreten maar zijn hersenen en oren intact hadden gelaten. Hij zag hoe zijn hersenen en oren in een flinke glazen pot werden gedaan en op sterk water werden gezet. Hij zag dat zijn ingemaakte hersenen en oren naar een school werden gebracht. Een huishoudschool vol kwekkende meisjes, juffen en meer van dat soort. Hij zag dat de twee kwekkende dames les gaven op de huishoudschool. Hij zag hoe de pot met zijn verstand in een klaslokaal werd gezet vol kakelende en kijvende meisjes.

Op dat moment voelde de man hoe hij in de pot gezogen werd; hij was niet langer uitgetreden. Zijn zicht werd hem ontnomen maar gelukkig was zijn verstand nog intact, evenals zijn gehoor. Zijn gehoor was beter dan ooit en iedere dag hoorde hij de gesprekken aan van de meisjes, iedere dag ergerde zijn verstand zich aan het gekeuvel en gekijf dat zijn oren moesten aanhoren. Op een dag werd het hem teveel en verloor hij zijn verstand. Maar niet zijn oren.

Krijgt het verhaal Jan Roos navolging?

Geplaatst: 13 augustus, 2015 in Blog, column

CMOP_cpVAAEjx2KJan Roos dreigde met een kapmes uit een hoes. Best wel eng zou je zeggen, maar om de een of andere reden lachen we erom. Want diep in ons hart weten we dat het slechts een dreigmiddel was. In ons hart weten we dat Jan Roos zijn onthoofdende daad niet bij het woord zou voegen, stel je voor zeg! Een steekwapen zou veel enger zijn geweest. Ons onderbewuste weet dat iemand die met een stiletto dreigt veel gevaarlijker is dan Jan Roos met een kapmes. Sterker nog, ik stel dat de situatie met Jan Roos veel meer indruk had gemaakt als hij met een mes had gedreigd. Ik stel dat de politie dan allang bij de heer Roos op de stoep had gestaan. Met een mes dreigen is immers veel echter.

Een hakmes heeft iets onwerkelijks. Ik moest denken aan Rwanda waar mensen elkaar uitmoordden met hakmessen omdat ze tot de verkeerde stam behoorden en ze elkaar uitmaakten voor ongedierte en kakkerlakken. Ik zag de beelden, maar de realiteit van het geweld aldaar wilde maar moeizaam tot mijn bewustzijn doordringen. Het waren beelden van een andere planeet zo leek het.

Het gevaar van het zwaaien met een hakmes door een bekende nitwit ligt meer in de navolging ervan. Wie is de volgende gek die met een hakmes gaat zwaaien? Ik zag dat je voor 45 euro een hakmes online kan bestellen. Ik vraag me af of er al hakmessen besteld worden naar aanleiding van het verhaal Jan Roos. Het wordt echt griezelig als het verhaal Jan Roos navolging krijgt, maar dan echt, met doden en gewonden.

Eerder verschenen in Krapuul.

Joris heeft lekkere trek

Geplaatst: 11 augustus, 2015 in column, Fictie

U kent het geluid misschien wel, obsceen en dwingend, luid en onverbiddelijk. Het geluid van uw maag als u trek heeft, honger, hoorbaar aan de overkant van de straat. Joris hoorde het geluid, niet aan de overkant van de straat, maar in zijn lijf. Hij hoorde het terwijl hij keek naar een opgeschoten jongen die een patatje at, uit een plastic bakje met aanhangsel, een extra vakje voor de toevoegingen, zoals daar zijn mayo, ketchup, mosterd, uien en pindasaus.

patatjeToen de jongen zijn maaltijd genoten had, gooide hij het bakje niet zoals het hoort in de afvalbak, nee hij liet het achteloos vallen als onaanraakbaar goed, besmet en vies. Wonder boven wonder was het bakje niet ondersteboven gevallen. Joris, inmiddels bedreven in het daklozenbestaan, raapte het bakje achteloos op, alsof hij het zelf per ongeluk had laten vallen, en van plan was het netjes in een afvalbak te gooien.

Opzichtig en met opgeheven hoofd lepelde Joris met zijn wijsvinger de restjes toevoeging uit het aanhangsel van het bakje. Daarna keek hij nog even om zich heen, alsof hij iets wilde bewijzen en liet het bakje vallen, in de afvalbak waar het hoorde. De maag van Joris was iets tot rust gekomen en wachtte geduldig op zijn volgende snack. ‘Maar die is alleen voor de lekkere trek,’ troostte Joris zichzelf.