Archief voor september, 2019

22. Sipa is de klos

Geplaatst: 27 september, 2019 in Blog

De duivel van de voorouders woonde in het eerste helse portaal. Hij noemde zich S’tan. Hij was heerser over de moerassen des doods en zijn enige aardse kompaan was Elak de zwarte. S’tan voelde zich eenzaam en alleen. Als duivel wilde, op een uitzondering na, niemand iets met je te maken hebben en werd je gemijd als de pest. Het bestaan van een vertegenwoordiger van het kwaad was geen pretje.

S’tan had geen hart, maar als hij er een had gehad was dat zeker opgesprongen toen hij hoorde dat een vertegenwoordiger van De Witteboordenclan naar Elak, en dus ook naar hem, op zoek was: “Eindelijk iemand om mee te praten en misschien zelfs een vriend!”

S’tan verbood Elak zwarte magie op de vertegenwoordiger toe te passen, sterker nog, eiste dat Elak witte magie gebruikte om de vertegenwoordiger de weg te wijzen. Elak wist niets van witte magie en besloot daarom de vertegenwoordiger op te zoeken voor hij verzoop in de drassige moerasvelden of gek werd van de schemerdampen.

Sipa graaide de witte steen uit de zak van Rkon. Iedereen joelde en lachte blij omdat het Sipa betrof en niet henzelf. Sipa boog zijn hoofd en verliet de raad. Verdrietig pakte hij zijn spulletjes voor de reis door de moerassen des doods naar Elak de zwarte. Sipa wist zeker dat hij de tocht niet zou overleven of op zijn minst als een raaskallende gek terug zou keren.

Sipa ging langs bij zijn favoriete vrouw in De Vesting om voor de laatste maal zijn gerief te halen, om nog één keer zijn zaad te lozen in een vrouw die misschien zwanger van hem zou raken en hem zou verzekeren van een nageslacht.

Met lood in de schoenen ging Sipa op pad omdat zijn laatste uur geslagen had of tot hij bezeten terug zou keren uit de moerassen des doods. Hij was dan ook bijzonder verbaasd toen hij een persoon zag bij de moerassen des doods die hem met een uitnodigend gebaar verwelkomde. Het was Elak de zwarte.

Elak vertelde Sipa over de beslommeringen van S’tan, dat hij een beetje depressief was en wel een vriend kon gebruiken. Sipa haalde opgelucht adem: “Dus ik ga niet dood en word niet gek?” “Integendeel,” zei Elak, “je wordt vertegenwoordiger van het kwaad. Je krijgt macht en aanzien, alles wat je hartje begeert.”

21. Wie gaat op zoek naar Elak de zwarte?

Geplaatst: 26 september, 2019 in Blog

Rkon stuurde zijn spionnen naar het door Ka’s leger bezette gebied. En toen zijn spionnen terugkeerden en allen berichtten over de vurige zwaarden en de bliksemende speren realiseerde Rkon zich dat er waarachtig hogere machten in het spel waren, dat Ka inderdaad een god zou kunnen zijn.
Rkon riep de raad bijeen om te overleggen over de beste strategie om het leger van Ka te verslaan en De Vesting in handen van De Witteboordenclan te houden. Irka de stille mompelde iets over een magiër in de moerassen de doods.
Er waren weinig mensen die zich daarheen durfden te begeven. Slechts een enkeling die zich in de moerassen begaf kwam weer terug, en als je hem vroeg wat er zich in de moerassen bevond kreeg je wartaal en gebazel als antwoord.
“De magiër heet Elak de zwarte. Men zegt dat hij een verbond heeft gesloten met de duivel van onze voorouders. Misschien kan hij ons helpen de goddelijke wapens van Ka te verslaan.” Het was doodstil. Iedereen was stil als Irka sprak, al was het maar om te kunnen horen wat hij zei.
“We gaan loten wie als ‘vrijwilliger’ op zoek moet gaan naar Elak de zwarte,” zei Rkon. “In deze zak heb ik elf steentjes. Één van die steentjes is wit. Degene die het witte steentje uit de zak haalt is de vrijwilliger die popelt om op zoek te gaan naar Elak de zwarte in de moerassen des doods.”

20. De raad van elf

Geplaatst: 24 september, 2019 in Blog

De Witteboordenclan was in de periode van schaarste dermate machtig geworden dat de clan door de gemiddelde stedeling als enige legitieme vertegenwoordiger van de macht werd gezien. De clan bepaalde alles in het leven van de stedeling: wat
zijn rechten waren, hoeveel hij verdiende, te eten kreeg, het rantsoen steenkool, de belastingen op de diensten van De Witteboordenclan, enzovoort enzovoort.

Om ruzies te beslechten en de samenwerking te verbeteren, besloten de leiders van de clan een raad op te richten. Daar er elf stadsdelen waren met ieder een leider werd de raad ‘de raad van elf’ genoemd. De raad besloot ook een algemeen leider te kiezen. Er was maar één lid van de raad die de verantwoording van algemeen leiderschap op zich wilde nemen. Dat was Rkon de machtige: de leider van het centrum van de stad. Machtig omdat alle geldstromen via hem liepen en hem alleen. Iedereen wist dat alle tegenstanders van Rkon gemarteld en gedood werden. Hij was wreed en bloeddorstig. Tegen hem stemmen zou zelfmoord zijn. Rkon werd derhalve unaniem tot leider verkozen.

De raad boog zich de volgende dag over het enige punt dat op de agenda stond: Een leger dat in naam van de god Ka dorpen opslokte en de jonge mannen in hun gelederen opnam. Het leger naderde De Vesting en die moest koste wat het koste in de handen van De Witteboordenclan blijven vanwege de vrouwen en hun nageslacht.

De geruchten over bliksemende speren en vurige zwaarden werden niet serieus genomen en daarom werd besloten tot een frontale aanval op het leger van Ka. Rkon wilde geen gewonden of gevangenen. Iedereen in het leger van Ka moest worden afgeslacht.

19 Het hellezuur

Geplaatst: 23 september, 2019 in Blog

Smo werd wakker in de wandelgang die toegang gaf tot de lift. Een beetje beduusd van het bliksemgeweld deed hij zijn ogen open. Hij zag Ka en bewoog vervaarlijk maar vruchteloos met zijn vorktong want hij kon Ka niet grijpen en verorberen. Ka wandelde op zijn gemak naar Smo en fluisterde iets in zijn oor. Ka struinde naar de liftdeur, ging liggen, sloot zijn ogen en viel in slaap.

De gedode priesters uit de tempel zagen het licht van de wandelgang naar het hiernamaals. Eenmaal in de wandelgang hoorden ze tot hun verbazing Smo snurken. De wandelgang trilde ervan. Vol goede moed wandelden de priesters naar hun oude vertrouwde waker.

Smo werd wakker van de stoet priesters en snuffelde met zijn vorktong. Ka had Smo bevolen voortaan voor hém te werken en ieder die Ka kwaad toewenste moest worden tegengehouden, beter gezegd, opgegeten worden door Smo. Terwijl de priesters met open armen Smo wilden begroeten rook Smo verraad en haat jegens Ka: “Dit stel heeft kwaad in de zin.”

Smo slingerde met zijn vorktong en slikte de priesters in. Zonder te kauwen. In de maag van Smo was tijd een futiliteit. Met andere woorden: In de maag van Smo bestond geen tijd. Ka had de maag van Smo ingericht als hel. De priesters waren terecht gekomen in het zuur, het hellezuur. Tot het einde der tijden zouden ze verteerd worden en misschien zelfs nog daarna.

 

18. Pria heeft zich bekeerd

Geplaatst: 21 september, 2019 in Blog

Pria keek toe hoe generaal Dro Smo tot poeder verpulverde. Toen hij de bliksem uit de speer zag en Dro: “In naam van Ka!”, hoorde roepen wist hij dat er een nieuwe, machtige god was. Dat het om dode Ka in de kar en om de gedode delegatie ging.

Generaal Dro stormde de tempel binnen en zag Pra knielen en buigen: “In naam van Ka,” prevelde Pria. Dro richtte zijn speer op Pria maar er verscheen geen bliksem. Blijkbaar had Pria zich bekeerd voor er ook maar een klap uitgedeeld was. De andere priesters reageerden in paniek en schreeuwden iets over de voorouders. Dro’s speer bliksemde en alle andere priesters verpulverden tot poeder.

Kruipend en prevelend begaf Pria zich naar Dro en zijn gezellen: “Ik ben niet waardig, ik ben niet waardig.” Dro ergerde zich aan het gekruip van Pria en wenste dat zijn speer hem had verpulverd maar blijkbaar had Ka andere plannen voor Pria. “Verbrand alle boeken en alle andere zaken die de voorouders en andere goden aanbidden.”

Pria verbrandde de boeken, maakte alle beeltenissen stuk en vertrapte de relikwieën tot de tempel geheel ontdaan was van alle ketterij. Twee dagen en twee nachten duurde het karwei. Dro keek Pria aan. “Jij gaat het boek van de werken van Ka schrijven,” zei Dro in een opwelling. “In naam van Ka,” mompelde Pria, “in naam van Ka!

 

17. In naam van Ka!

Geplaatst: 20 september, 2019 in Blog

Smo stopte met snurken en werd wakker. Verderop zag hij een vijftal personen in glimmende metalen pakken. Zijn vorktong gleed uit zijn mond om de geur van het stel op te snuiven. Die kwamen hem bekend voor. Hij realiseerde zich dat het de geur was van de personen die hij een tijd geleden had opgepeuzeld. De mesthoop achter hem was al wat er van hen over was. En nu waren ze weer hier?

Een van de personen wandelde naar Smo. Het was Dro. Hij was door Ka gepromoveerd tot generaal omdat hij, met gevaar voor eigen leven Smo durfde te passeren om Ka als nieuwe god te presenteren. Een vergeefse poging die hij, net als de rest van de delegatie met zijn leven moest bekopen. De delegatie noemde zich, nu ze terug naar de aarde gestuurd waren: ‘Afgezanten van Ka.’ Ka had de afgezanten voorzien van een stalen pak, iets wat nog nooit vertoond was op de platte planeet. Ze noemden het ‘Ka’s pak,’ tegenwoordig beter bekend als ‘kaspak’. Verder waren ze in het bezit van Ka’s bliksemende speren en vurige zwaarden.

Generaal Dro richtte zijn speer op Smo. Een bliksemschicht schoot uit zijn speer. Smo was op slag verpulverd tot een hoopje as. Alleen zijn vorktong bewoog nog en kronkelde hulpeloos als een tweekoppige blinde woestijnworm in het zand na. “In naam van Ka,” riep Dro, verbijsterd als hij was over de goddelijke kracht van zijn bliksemende speer.

Dro keek om en wenkte de andere afgezanten. Ze gingen de tempel binnen om orde op zaken te stellen. Om duidelijk te maken dat er maar één god was en dat tegenspraak bekocht zou worden met de dood: “In naam van Ka!”

16. Ka gaat een heilige oorlog voeren

Geplaatst: 18 september, 2019 in Blog

Ka dacht na over hoe hij god was geworden en hoe hij, na de goden te hebben afgeslacht, de enige échte god was. De aarde moest weten dat Ka de god was, dat Hij en Hij alleen aanbeden mocht worden.

Ka was, toen hij nog op aarde was nederig en hardwerkend, tot hij er dood bij neerviel. Ka was religieus en bad en prevelde zoveel hij kon. Hij leed een kuis leven, was maagd en nooit was hij ontevreden, nooit klaagde hij en hij vertrouwde er altijd op dat hij in het hiernamaals beloond zou worden voor zijn ontberingen.

Ka vond, nu hij god was dat iedereen, net als hij destijds toen hij nog op de aarde woonde hard moest werken, kuis moest leven, moest bidden en prevelen, en alleen Hém mocht aanbidden. En als ze dat goed deden na hun dood beloond zouden worden met een  vrouw en boerderij in het hiernamaals. Dat iedereen die hem niet als god erkende gedood moest worden.

Daarom had Ka een leger nodig, een leger dat in het bezit was van goddelijke wapens: vurige zwaarden en bliksemende speren. Een leger dat het enige en ware geloof van de god Ka kwam brengen. Ka maakte een vuist en hoorde zijn knokkels kraken. Ka was van plan het eerste van zijn leger met hulp van de delegatie die met de lift onderweg was naar het penthouse te organiseren. Ka keek op. De deur van de lift ging open en Ka groette de delegatieleden met open armen: “Welkom heren.”