Post Tagged ‘Kabouter’

Hoe vang je een kabouter?

Geplaatst: 1 mei, 2012 in Fictie
Tags:

Die dag besloot ik het kreng te gaan vangen. Ik had nog geen idee hoe, maar een ding stond vast: zodra ik dat ding weer zie spring ik er bovenop, hoe dan ook.
Ik besloot de plek waar ik de kabouter voor het eerst zag uit te graven om te onderzoeken wat zich daar onder de grond afspeelde.
Gewapend met mollenvallen, een schop en mijn fototoestel wandelde ik naar de bosrand. Toen ik bij de bosrand was aangekomen merkte ik dat ik gevolgd werd. Ik keek om, en toen naar beneden: de kabouter!
Het kreng verdween al in de grond, maar ik sprong boven op zijn rooie muts. Ik had het mormel bij zijn hoofd vast. Maar toch zakte het verder de grond in. Ik liet niet los en werd mee de grond ingetrokken. Toen vielen we samen in een ondergrondse gang. “Jij weer,” zei de kabouter. “Ja ik weer,” antwoordde ik terwijl ik de modder van me afklopte. “En waarom ben ik nu even groot als jij?”

Advertenties

Een kabouter heeft het gedaan!

Geplaatst: 30 april, 2012 in Fictie
Tags:

Ik moest even schuilen voor een regenbui en koos voor een bushokje. Er stond een flinke waterplas in het hokje. Een verstopt afvoerputje was de boosdoener. Het putje maakte een borrelend geluid. Toen zag ik de putdeksel bewegen. Een rood puntmutsje kwam tevoorschijn.
“Jij weer?” vroeg ik. “Ja ik weer,” antwoordde de kabouter. Toen trok hij de putdeksel het putje in. Deksel weg, verstopping weg. De waterplas verdween als een dief in de nacht. Ik vloekte, “verdomd vergeten een foto te maken!”
Een bus stopte voor me. Terwijl de deur sissend opende zag de chauffeur hoe ik met mijn fototoestel een plaatje poogde te schieten van het putje zonder putdeksel.
“Een kabouter heeft het gedaan,” flapte ik er uit, “met een rode muts!” De chauffeur schudde zijn hoofd, sissend ging de deur weer dicht.
De bus reed weg, ik droop af, te voet. Gelukkig was het gestopt met regenen.

Kabouters bestaan niet

Geplaatst: 29 april, 2012 in Fictie
Tags:

Ik zag hoe twee takjes de grond in werden getrokken. En nog een en nog een. Nieuwsgierig liep ik naar de bosrand. Ik zag een rood puntmutsje boven de grond uitsteken. “Hallo?” vroeg ik naar de bewegende puntmuts. De puntmuts kwam omhoog en ik ontwaarde een klein mensenhoofd waarvan ik aannam dat het het hoofd van een kabouter was. “U bent een kabouter?” vroeg ik zo beleeft mogelijk. “Ja,” antwoordde de kleine man met rode puntmuts en ging onverdroten verder met het onder de grond trekken van takjes. “Ik heb nog nooit een kabouter gezien,” zei ik voorzichtig.
Maar de kabouter was al verdwenen, onder de grond. Met zijn takjes. Voorzichtig porde ik met een achtergelaten takje in de grond. Geen reactie. “Kabouters bestaan immers niet,” besefte ik.

Ik slenterde naar huis, van slag, uit mijn evenwicht. Een paar spelende kinderen hielden me aan. “Heeft u wel eens kabouters gezien?” vroeg een van de kinderen. “Kabouters bestaan alleen in je fantasie en dat is heel leuk,” loog ik met een blij Sesamstraat gezicht.

Ik loop nu bijna iedere dag naar de bosrand. Even kijken op die plek, even mijmeren. Voor de zekerheid heb ik een fototoestel bij me. Iedere dag droom ik dat ik een prachtig plaatje kan schieten van die kabouter. Met zijn rode muts. Maar ja, dromen zijn bedrog en kabouters….