Joris en de levende kerststal

Geplaatst: 18 december, 2017 in Blog, Fictie

Joris speelde al vanaf zijn eerste levensjaar het kindje Jezus in de ‘levende’ kerststal. Tot vreugde van zijn vader, want die kon dan even vrijaf nemen van de zware last die het vaderschap met zich meebracht. Maar na dertig jaar had Joris er wel genoeg van. Hij vond zichzelf niet langer geloofwaardig als het kindje Jezus. Toen Joris de kerstcommissie vertelde dat hij nu wel eens voor Josef wilde spelen in plaats van voor Jezus was men geschokt. Om te breken met de traditie van de levende kerststal met Joris als het kindje Jezus, je moet maar durven. En wat zou men er in het dorp van zeggen. Iemand van de kerstcommissie die vrijwilligerswerk deed in het asielzoekerscentrum stelde nog voor een jong Syrisch katholiek gezin te gebruiken voor de levende stal. Het voorstel werd weggewuifd; Jezus, Josef en Maria met een tintje, dat zou niet geloofwaardig zijn.

Het verhaal dat Joris geen kindje Jezus meer wilde zijn verspreidde zich als een lopend vuurtje. Joris voelde dat er over hem gepraat werd als hij boodschappen deed. In de Spar was het gefluister niet van de lucht. Joris begon zich steeds minder op zijn gemak te voelen. Ook waren er mensen die de hand van Joris wilden schudden omdat ze respect hadden voor zijn besluit, dat ze Joris moedig vonden omdat hij opstond tegen de goegemeente. Kortom, het broeide in het dorp. Je was of vóór Joris en zijn besluit of tégen Joris en zijn besluit. En de tegenstanders van het besluit van Joris intimideerden de voorstanders. En omgekeerd. Er werden stenen door ramen gegooid. Er werden auto’s in de fik gestoken.

Je begrijpt, dit was nooit de bedoeling van Joris geweest en hij besloot te gaan overleggen met de kerstcommissie om tot een compromis te komen. De kerstcommissie verzocht Joris om geleidelijk te stoppen met het spelen van het kindje Jezus en in ieder geval dit jaar nog voor het kindje Jezus te spelen. Dat het dorp al te abrupte veranderingen met het kindje Jezus niet aankon, was nu wel duidelijk. Om de lieve vrede te bewaren ging Joris akkoord.

Joris besefte dat hij als kindje Jezus borg stond voor vrede in zijn dorp. En dat de échte Jezus daarom best wel trots op hem zou zijn. Om van God maar niet te spreken.

Advertenties

Joris heeft zijn tuin winterklaar

Geplaatst: 26 november, 2017 in Blog, Fictie

Joris was zijn tuin aan het ‘winterklaar’ maken. Hij harkte de bladeren aan en ruimde de de boel op. Toen zag Joris een verkleumde trol zitten. Blijkbaar had de trol zich niet voorbereid op de komende winter en deed hij verkleumd en wel een poging zijn winterslaap aan te vangen. Joris harkte een deel van de bladeren naar de trol opdat hij een warm nest kon maken en de winter lekker warm snurkend door kon brengen. Joris maakte een mentale notitie niet te vergeten een lavendelzakje bij het nest van de trol te leggen om de stankgrens binnen de perken te houden. De rest van de bladeren veegde Joris naar de vaste slaapplek van de egel. De egel groette Joris en bedankte hem voor zijn goede zorgen. De egel wees naar de trol en keek Joris misprijzend aan. “Ja ook een trol heeft een slaapplek nodig,” zei Joris streng. Leven en laten leven.”

Nu alles opgeruimd was keek Joris nog even bij de slaapplek van de kabouter en de eekhoorn. De eekhoorn en de kabouter konden het uitstekend vinden. De kabouter kon heerlijk slapen onder de warme staart van de eekhoorn en als dank haalde de kabouter in de winter nootjes die de eekhoorn op geheime plekjes bewaard had. “Symbiose heet dat,” bedacht Joris wijs.

Daarna keek Joris nog even bij de logees die bij hem in huis woonden. Een dakloze muis en haar dochter mochten van Joris de winter doorbrengen in een holte van de krabpaal van de kat waarvan Joris afscheid moest nemen na een lang ziektebed. Joris liet nog wel eens een traantje om het gemis van zijn kat. Hij was een van zijn beste vrienden. Maar het eenoudergezin dat bezit van de krabpaal had genomen verzachtte het leed een beetje voor Joris. Nu was hij niet zo alleen.

Die avond ging Joris nog even naar de trol voor zijn lavendelzakje. De trol keek Joris dankbaar aan: “Dank je voor alles,” zei de trol beleefd, “het is heerlijk warm zo.” “Geen dank,” knikte Joris. Alles was stil en iedereen sliep. Joris kon eindelijk uitrusten van de zomerse drukte en hoefde tot het komende voorjaar geen ruzies en ander leed meer te sussen in zijn achtertuin.

Marktwerking

Geplaatst: 25 november, 2017 in Blog, column

Geachte…

Zoals eerder bericht zijn wij doende de dienst waar u gebruik van maakt aan de markt over te laten. Om te bereiken dat de dienst die u gebruikt goedkoper wordt hebben we besloten de dienst op te splitsen in drie concurrerende diensten. Om te kunnen bepalen van welke dienstverlening u gebruik wil gaan maken verwachten we van u dat u gebruik gaat maken van uw zelfredzaamheid.

Voorts hebben we besloten een financiële prikkel in te stellen alvorens u gebruik kunt maken van de dienst. Dit om zelfredzaamheid te bevorderen en mensen die in de kracht van hun leven staan de kans te geven daarvan gebruik te maken.

U begrijpt dat, hoewel er keihard gewerkt wordt, de reorganisatie enige tijd kan duren en alvorens alles gestroomlijnd is er een wachtlijst kan ontstaan. Daarom hebben wij een dienst in het leven geroepen die bepaalt of u gebruik kan maken van de dienst. Om de marktwerking te bevorderen hebben we hiervoor twee concurrerende diensten in het leven geroepen.

Om te voorkomen dat mensen die voldoende zelfredzaam zijn en in de kracht van hun leven staan zich onnodig laten controleren op geschiktheid vonden we dat ook hier een financiële prikkel op zijn plek is.

Mocht u nog vragen hebben, dan kan dat via e-mail maar alléén nadat u gecontroleerd bent en geschikt bevonden bent om gebruik te maken van de dienst.

Aannemend dat we u hiermee voldoende geïnformeerd hebben,

De dienstverlener

De blijde zwartepietenboodschap

Geplaatst: 24 november, 2017 in Blog, column

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, een kusje op een been dat wegrot zal de rot niet doen stoppen, dat been zal er echt af moeten worden gezaagd. Sorry, sneu, helaas. Ik moest daaraan denken toen ik las dat een stel zwartepiet-malloten vonden dat ze een school moesten binnenvallen om duidelijk te maken dat Nederland ten onder zou gaan als Zwarte Piet zou verdwijnen. Protesterend schoolpersoneel moest maar opdonderen naar eigen land.

Waarom ik aan zachte heelmeesters dacht? Omdat tijdens de Sinterklaas-intocht in

Bizar, doe even normaal. Dat zal ze leren!

Dokkum een weg versperd werd door pro-pieten die wilden voorkomen dat er in Dokkum geprotesteerd zou kunnen worden tegen Zwarte Piet. Dat oom agent ‘al handjes schuddend’ met de organisators van de blokkade overeenkwam de bussen huiswaarts te doen keren en de pro-pieten lachend en met instemming hun zin te geven. Natuurlijk mocht de organisatrice van de blokkade ongestoord haar verhaal in Pauw doen.

Er was vooral begrip voor de actie van de pro-pieten. Het is een kinderfeest en dat hoor je niet te verstoren met geluiden die duidelijk maken dat blackface gewoon niet kan en dat Zwarte Piet racisme is. Zelfs de minister-president voor alle Nederlanders had begrip voor de pro-piet actie.

Vervolgens kwam er een actie om het tot na Sinterklaas het vooral niet te hebben over Zwarte Piet. Het kinderfeest dient niet verstoord te worden nietwaar. Zelfs witte Piet van Vollenhoven was het met de actie eens. Geen antiracisme tijdens een racistisch feestje mensen, want kinderfeest. Het woord kinderfeest wordt gebruikt als kryptoniet om de tegenstanders van Zwarte Piet de mond te snoeren. En zo te zien lukt dat heel aardig.

En nu vallen Zwarte Pieten scholen binnen om ‘hun’ Piet voor de ondergang te behoeden. Tot nu toe het laatste voorval van de optelsom dat het faciliteren van racisme heet. Het resultaat van het gedogen, zelfs het aanmoedigen van racisme, van het behoud van Zwarte Piet. De tijd is rijp voor zwartepietmalloten om moed te vatten en panden binnen te vallen om de blijde zwartepietenboodschap te brengen.

Racistische rot zal met wortel en tak moeten worden weggesneden voor het uit de hand loopt en er echte ongelukken gaan gebeuren. Maar helaas hebben kwakzalvers het voor het zeggen in Nederland.

Nu koffie.

Krimp in uw testikels

Geplaatst: 23 november, 2017 in Blog, column, Fictie

“U bent hier omdat we de resultaten van het onderzoek binnen hebben en u het een en ander willen uitleggen. Het blijkt dat uw testikels krimpen door een virusinfectie. Indien onbehandeld zal, nadat uw testikels volledig verschrompeld en verdroogd zijn, het virus zich verspreiden over de rest van uw geslachtsorgaan tot alles verschrompeld is tot een fikse ‘harige krent,’ oh wacht, u bent Kaukasisch, dus laten we zeggen ‘harige rozijn,’ die alleen geschikt is om zittend mee te plassen. En dat moeten we niet willen mijnheer. Daarom nodigen we u uit om volgende week langs te komen om uw testikels te laten verwijderen om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Overigens hebben we een assortiment namaaktestikels waarmee u uw originele testikels, indien u dat wenst, kunt laten vervangen. Indien u vragen heeft kan een consulente u daarbij adviseren. Voorts viel het een van mijn assistentes op dat uw scrotum een tikkeltje uitgezakt was, en het tuitje van uw penis er een beetje treurig bij hing. Ze moest er zelfs een beetje om lachen. Mocht u dat wensen, dan kunnen wij uw geslacht opwaarderen en moderniseren, weg met uw rare tuitje, weg met uw uitgezakte scrotum. Dat was het mijnheer, vergeet niet wijde kleding mee te nemen voor na de operatie. De was kan wel een briesje gebruiken om te drogen nietwaar? Haha. Vragen? Geen vragen. Tot volgende week en de ballen.”

De hel die gene zijde heet

Geplaatst: 22 november, 2017 in Blog, Fictie

Op vrij jonge leeftijd merkte ze dat ze personen kon zien die ‘gewone’ mensen niet konden zien. Ze herinnerde zich hoe vier engeltjes uit de slaapkamermuur verschenen om haar welterusten te wuiven. Ze vertelde erover en merkte dat men het afdeed als ‘lief’ en ‘rijke fantasie.’ Maar ze wist dat het écht was. En ze begreep dat wat ze zag ze beter voor zichzelf kon houden. Naarmate ze ouder werd zag ze andere verschijningen, zowel vriendelijke als ronduit agressieve, schofterige types. Ze leerde de verschijningen te onderscheiden van mensen zoals jij en ik. En zoals dat gaat in dit soort verhalen kreeg ze een vriend. Een vriend die de gewone mensen niet konden zien. Hij was lief voor haar. En zij was lief voor hem. Hij beschermde haar voor de boze buitenwereld en leerde haar de goede van de kwade verschijningen te onderscheiden. Hij legde haar uit dat wat ze zag en meemaakte, geheim moest houden. Hij legde haar uit dat ze alleen hém kon vertrouwen. En dat deed ze ook. Ze voelde zich veilig als hij zich bij haar in de buurt bevond.

Het was een mooie zomerse dag toen ze lag te zonnen op het strand. Haar vriend was bij haar en vertelde hoe graag hij haar bij zich wilde hebben, hoe graag hij haar wilde kunnen voelen en beminnen. Ze sidderde bij de gedachte dat ze samen zouden kunnen vrijen tot het einde der tijden. Maar ze wist dat dat niet kon. En, zoals dat gaat op het strand als het een mooie zomerdag is, vroeg een knappe jongeman aan het meisje hoe laat het was. De jongeman was gespierd, knap en had een zachte, vriendelijke stem. Het meisje keek hem aan en schrok; ze voelde haar verlangen naar een echte fysieke relatie en wist dat dat nooit mogelijk zou zijn met haar huidige vriend: “Half drie.”

Die avond smeekte het meisje haar vriend haar los te laten. Ze wilde vrijen, ze wilde een man, ze wilde kinderen. Ze wilde een ‘gewoon’ mens worden. Maar haar vriend wilde haar niet loslaten en werd jaloers. Hij besloot steeds bij haar in te buurt te blijven en haar tegelijkertijd te negeren. Dat ze wist dat, wat ze ook deed hij altijd zou toekijken, dat hij haar voortdurend zou observeren en bespieden. Hij stuurde andere verschijningen op haar af om haar lastig te vallen, om haar vervelende dingen in te fluisteren, om haar tot waanzin te drijven.

Ze stapte in het huwelijksbootje met de man die haar vroeg hoe laat het was. Ze trouwden klokslag half drie in een kapel bij het strand. Ze gaf hem een innige kus. Haar ‘vriend’ keek zoals altijd toe. Ze had geleerd geen acht meer op hem en op de stemmen die haar de meest vreselijke dingen influisterden te slaan. Ze was, voor zover mogelijk gelukkig.

Haar man overleed vrij kort na haar huwelijk. En je raadt het al, ze kon hem nog steeds ‘zien.’ Hij was in gezelschap van haar ‘andere vriend’ die ze wilde loslaten toen ze behoefte kreeg aan een fysieke relatie. Ze smeekte haar overleden man haar los te laten, maar nu hij had gehoord hoe ze haar eerste vriend had laten vallen, kon daar geen sprake van zijn. Nu twee mannen tegen haar samenspanden werd het haar teveel. De priemende ogen, het gefluister, ze wist zich geen raad.

Ze begon zich af te vragen of het verstandig zou zijn een eind aan haar leven te maken. Of ze tussen wal en schip zou belanden. Of de kwelling na haar dood onverdroten door zou gaan. Zelfmoord was daarom geen optie, en ze besloot een paragnost op te zoeken, iemand die haar zou kunnen helpen zich af te sluiten voor de hel die ‘gene zijde’ heet.

De paragnost die ze uiteindelijk bezocht stond bekend als een charlatan, als iemand die dingen zag die niet bestonden. “Iemand zoals ik,” bedacht het meisje. En toen de paragnost de deur opendeed keek hij het meisje met grote ogen aan. “Vlug,” zei hij en ze haastten zich naar een ruimte die hij ‘safe space’ noemde.

“Hier kunnen ze je niet zien of horen,” zei de paragnost, “hier zul je geen last van ze hebben.” Het meisje kreeg een ritueel aangereikt van de paragnost om gene zijde op een afstand te houden. Een bouwtekening waarin stond hoe je een safe space kon maken waar geesten je niet lastig konden vallen.

Het meisje paste haar rituelen toe en maakte haar safe space, precies volgens de specificaties. Eindelijk voelde ze zich met rust gelaten en veilig. Eindelijk kon ze rustig slapen. En ze sliep tot ze gewekt werd door een agent. Een zaklamp scheen in haar ogen: “Mevrouw?”

Ze zat onder het bloed. In haar woning lagen twee mannen. Ze waren allebei doodgestoken. Specialisten zeiden dat de mannen op rituele wijze gedood waren. Men dacht aan voodoo-praktijken. Ze zag hoe haar safe space behangen was met aluminiumfolie. Het stonk er naar knoflook. “Ben ik gek?” vroeg ze zich af.

Inmiddels is het meisje weer terug in de inrichting waaruit ze ontsnapt was. Haar beide vrienden van gene zijde komen haar dagelijks bezoeken om haar te troosten: “Ze geloven je niet, ze zien niet wat jij kan zien. Er is meer tussen hemel en aarde.” Iedere middag heeft ze een gesprek met haar helderziende die geduldig uitlegt hoe ze zich kan beschermen tegen de invloeden van gene zijde. Maar het meisje heeft de helderziende allang door: “Die is nep.” Ze vertrouwt op haar minnaars die haar beschermen tegen de boze buitenwereld. Zonder hen was ze allang gek geworden.

Joris en het gedoe met Zwarte Piet

Geplaatst: 21 november, 2017 in Blog, column

Joris had weinig moeite met Zwarte Piet. Niet dat hij van plan was Zwarte Piet te verdedigen door actie te gaan voeren of zo, nee dat vond hij ook weer overdreven. Joris vond de drukte rond Zwarte Piet een beetje overdreven. “Van beide kanten,” zoals een bekende wereldleider ooit zei.

Dit jaar kreeg Joris nieuwe overburen. Ze waren van Afrikaanse afkomst. Joris was niet echt gewoon om met mensen van een andere cultuur en/of afkomst om te gaan en hield daarom een beetje afstand. Verder dan een vriendelijke groet kwam het eigenlijk nooit. “Leven en laten leven,” vond Joris.

Joris keek, zoals ieder jaar vanaf een afstandje toe hoe Sinterklaas het dorp binnenkwam. Dit keer had de goede Sint 4 Zwarte Pieten bij zich die vrolijk joelend en dansend pepernoten uitdeelden aan de kinderen. Zijn overburen keken ook toe. Hun kinderen joelden en dansten mee. Joris kon zien dat de overburen zorgelijk keken “Toch geen anti-zwarte piet-mensen?”, hoopte Joris, “net nu het zo gezellig is.”

“Hé kijk, een zwarte piet,” riep een van de kinderen naar zijn overbuurman, “en daar twee zwartepietenkinderen!” Alle kinderen begonnen te joelen. Joris keek toe hoe zijn overburen hun kinderen probeerden af te schermen van al het gedoe.

“Alles goed?” vroeg Joris daags na het voorval aan zijn overbuurman. “Ach, wij overleven het wel,” zei de overbuurman, “maar de kinderen, die worden nu geplaagd met zwarte piet en zo. Gelukkig is het over een paar weken weer voorbij.”

Joris begreep nu waarom Zwarte Piet niet kon. Niet alleen vanwege vroeger met de slavernij, maar ook om te voorkomen dat donkere kinderen gepest worden vanwege een kinderfeestje dat voor witte kinderen bedoeld is. Niet dat Joris nu actie gaat voeren, maar Joris is nu wel doende na te denken over wat hij vond en wat hij nu vindt.