20. De raad van elf

Geplaatst: 24 september, 2019 in Blog

De Witteboordenclan was in de periode van schaarste dermate machtig geworden dat de clan door de gemiddelde stedeling als enige legitieme vertegenwoordiger van de macht werd gezien. De clan bepaalde alles in het leven van de stedeling: wat
zijn rechten waren, hoeveel hij verdiende, te eten kreeg, het rantsoen steenkool, de belastingen op de diensten van De Witteboordenclan, enzovoort enzovoort.

Om ruzies te beslechten en de samenwerking te verbeteren, besloten de leiders van de clan een raad op te richten. Daar er elf stadsdelen waren met ieder een leider werd de raad ‘de raad van elf’ genoemd. De raad besloot ook een algemeen leider te kiezen. Er was maar één lid van de raad die de verantwoording van algemeen leiderschap op zich wilde nemen. Dat was Rkon de machtige: de leider van het centrum van de stad. Machtig omdat alle geldstromen via hem liepen en hem alleen. Iedereen wist dat alle tegenstanders van Rkon gemarteld en gedood werden. Hij was wreed en bloeddorstig. Tegen hem stemmen zou zelfmoord zijn. Rkon werd derhalve unaniem tot leider verkozen.

De raad boog zich de volgende dag over het enige punt dat op de agenda stond: Een leger dat in naam van de god Ka dorpen opslokte en de jonge mannen in hun gelederen opnam. Het leger naderde De Vesting en die moest koste wat het koste in de handen van De Witteboordenclan blijven vanwege de vrouwen en hun nageslacht.

De geruchten over bliksemende speren en vurige zwaarden werden niet serieus genomen en daarom werd besloten tot een frontale aanval op het leger van Ka. Rkon wilde geen gewonden of gevangenen. Iedereen in het leger van Ka moest worden afgeslacht.

19 Het hellezuur

Geplaatst: 23 september, 2019 in Blog

Smo werd wakker in de wandelgang die toegang gaf tot de lift. Een beetje beduusd van het bliksemgeweld deed hij zijn ogen open. Hij zag Ka en bewoog vervaarlijk maar vruchteloos met zijn vorktong want hij kon Ka niet grijpen en verorberen. Ka wandelde op zijn gemak naar Smo en fluisterde iets in zijn oor. Ka struinde naar de liftdeur, ging liggen, sloot zijn ogen en viel in slaap.

De gedode priesters uit de tempel zagen het licht van de wandelgang naar het hiernamaals. Eenmaal in de wandelgang hoorden ze tot hun verbazing Smo snurken. De wandelgang trilde ervan. Vol goede moed wandelden de priesters naar hun oude vertrouwde waker.

Smo werd wakker van de stoet priesters en snuffelde met zijn vorktong. Ka had Smo bevolen voortaan voor hém te werken en ieder die Ka kwaad toewenste moest worden tegengehouden, beter gezegd, opgegeten worden door Smo. Terwijl de priesters met open armen Smo wilden begroeten rook Smo verraad en haat jegens Ka: “Dit stel heeft kwaad in de zin.”

Smo slingerde met zijn vorktong en slikte de priesters in. Zonder te kauwen. In de maag van Smo was tijd een futiliteit. Met andere woorden: In de maag van Smo bestond geen tijd. Ka had de maag van Smo ingericht als hel. De priesters waren terecht gekomen in het zuur, het hellezuur. Tot het einde der tijden zouden ze verteerd worden en misschien zelfs nog daarna.

 

18. Pria heeft zich bekeerd

Geplaatst: 21 september, 2019 in Blog

Pria keek toe hoe generaal Dro Smo tot poeder verpulverde. Toen hij de bliksem uit de speer zag en Dro: “In naam van Ka!”, hoorde roepen wist hij dat er een nieuwe, machtige god was. Dat het om dode Ka in de kar en om de gedode delegatie ging.

Generaal Dro stormde de tempel binnen en zag Pra knielen en buigen: “In naam van Ka,” prevelde Pria. Dro richtte zijn speer op Pria maar er verscheen geen bliksem. Blijkbaar had Pria zich bekeerd voor er ook maar een klap uitgedeeld was. De andere priesters reageerden in paniek en schreeuwden iets over de voorouders. Dro’s speer bliksemde en alle andere priesters verpulverden tot poeder.

Kruipend en prevelend begaf Pria zich naar Dro en zijn gezellen: “Ik ben niet waardig, ik ben niet waardig.” Dro ergerde zich aan het gekruip van Pria en wenste dat zijn speer hem had verpulverd maar blijkbaar had Ka andere plannen voor Pria. “Verbrand alle boeken en alle andere zaken die de voorouders en andere goden aanbidden.”

Pria verbrandde de boeken, maakte alle beeltenissen stuk en vertrapte de relikwieën tot de tempel geheel ontdaan was van alle ketterij. Twee dagen en twee nachten duurde het karwei. Dro keek Pria aan. “Jij gaat het boek van de werken van Ka schrijven,” zei Dro in een opwelling. “In naam van Ka,” mompelde Pria, “in naam van Ka!

 

17. In naam van Ka!

Geplaatst: 20 september, 2019 in Blog

Smo stopte met snurken en werd wakker. Verderop zag hij een vijftal personen in glimmende metalen pakken. Zijn vorktong gleed uit zijn mond om de geur van het stel op te snuiven. Die kwamen hem bekend voor. Hij realiseerde zich dat het de geur was van de personen die hij een tijd geleden had opgepeuzeld. De mesthoop achter hem was al wat er van hen over was. En nu waren ze weer hier?

Een van de personen wandelde naar Smo. Het was Dro. Hij was door Ka gepromoveerd tot generaal omdat hij, met gevaar voor eigen leven Smo durfde te passeren om Ka als nieuwe god te presenteren. Een vergeefse poging die hij, net als de rest van de delegatie met zijn leven moest bekopen. De delegatie noemde zich, nu ze terug naar de aarde gestuurd waren: ‘Afgezanten van Ka.’ Ka had de afgezanten voorzien van een stalen pak, iets wat nog nooit vertoond was op de platte planeet. Ze noemden het ‘Ka’s pak,’ tegenwoordig beter bekend als ‘kaspak’. Verder waren ze in het bezit van Ka’s bliksemende speren en vurige zwaarden.

Generaal Dro richtte zijn speer op Smo. Een bliksemschicht schoot uit zijn speer. Smo was op slag verpulverd tot een hoopje as. Alleen zijn vorktong bewoog nog en kronkelde hulpeloos als een tweekoppige blinde woestijnworm in het zand na. “In naam van Ka,” riep Dro, verbijsterd als hij was over de goddelijke kracht van zijn bliksemende speer.

Dro keek om en wenkte de andere afgezanten. Ze gingen de tempel binnen om orde op zaken te stellen. Om duidelijk te maken dat er maar één god was en dat tegenspraak bekocht zou worden met de dood: “In naam van Ka!”

16. Ka gaat een heilige oorlog voeren

Geplaatst: 18 september, 2019 in Blog

Ka dacht na over hoe hij god was geworden en hoe hij, na de goden te hebben afgeslacht, de enige échte god was. De aarde moest weten dat Ka de god was, dat Hij en Hij alleen aanbeden mocht worden.

Ka was, toen hij nog op aarde was nederig en hardwerkend, tot hij er dood bij neerviel. Ka was religieus en bad en prevelde zoveel hij kon. Hij leed een kuis leven, was maagd en nooit was hij ontevreden, nooit klaagde hij en hij vertrouwde er altijd op dat hij in het hiernamaals beloond zou worden voor zijn ontberingen.

Ka vond, nu hij god was dat iedereen, net als hij destijds toen hij nog op de aarde woonde hard moest werken, kuis moest leven, moest bidden en prevelen, en alleen Hém mocht aanbidden. En als ze dat goed deden na hun dood beloond zouden worden met een  vrouw en boerderij in het hiernamaals. Dat iedereen die hem niet als god erkende gedood moest worden.

Daarom had Ka een leger nodig, een leger dat in het bezit was van goddelijke wapens: vurige zwaarden en bliksemende speren. Een leger dat het enige en ware geloof van de god Ka kwam brengen. Ka maakte een vuist en hoorde zijn knokkels kraken. Ka was van plan het eerste van zijn leger met hulp van de delegatie die met de lift onderweg was naar het penthouse te organiseren. Ka keek op. De deur van de lift ging open en Ka groette de delegatieleden met open armen: “Welkom heren.”

15. In de maag van Smo

Geplaatst: 17 september, 2019 in Blog

De os, Kena en de rest van de delegatie tolden rond in de maag van Smo. De spijsvertering van Smo werkte traag. Uren leken dagen, dagen leken weken. Niemand wist hoe lang de delegatie in de maag van Smo verbleef voor ze dood en verteerd waren. De delegatie bad om vergiffenis en verlossing uit de hel die de maag van Smo was. Ze kregen honger en besloten de os te doden zodat ze te eten hadden tot ze dood en verteerd waren. Kena had, zoals iedere mijnwerker een klein kolenschepje waarmee hij at bij zich en sloeg daarmee de os op zijn kop. De rest van de delegatie greep ook naar hun kolenschepje en sloeg de os zo hard ze kon. Het duurde een uur, wat ook een dag geweest kan zijn of misschien zelfs een week, tot de os omviel en opgepeuzeld kon worden. Ze zouden in ieder geval geen hongerdood sterven. Ze vonden het raar om eten te verteren terwijl je zelf verteerd werd; je poep en je plas deed in een lijf dat je uiteindelijk uit wilde poepen en plassen. De os was na een maand, het kan ook een jaar geweest zijn, volledig opgepeuzeld en ze voelden dat hun maag weer ging rammelen. Gelukkig waren ze al bijna dood. Échte honger zouden ze niet lijden. Ze voelden hoe hun ledematen oplosten in het maagzuur. Hoe hun lijf langzaam verdween en het licht voor ze uitging. Langzaam, tergend langzaam stierven ze. Eindelijk kon de delegatie in de lift naar het hiernamaals stappen. In de lift kregen ze een kaartje met de ‘P’ van ‘penthouse’ erop, waar Ka verbleef als hij auditie hield.

14. De Witteboordenclan

Geplaatst: 15 september, 2019 in Blog

De zaken gingen goed voor de bende van de onderste onderlaag. Door steenkool te vermengen met het op steenkool lijkende zwartkool konden ze woekerwinsten maken op de zwarte markt. Keer op keer tuinden mensen die wanhopig naar wat warmte zochten in de verleidelijk lage prijzen van de verdunde steenkool. Ook de voedselschaarste legde de bende geen windeieren. Er werden complete fabrieken ingericht om vleeswaren te verzwaren met water. Meel werd in speciale mengfabrieken verzwaard met kalk.

De bende van de onderste onderlaag noemde zich voortaan ‘De Witteboordenclan.’ Een clan wiens leiders hun handen niet vuil maakten en daarom een witte boord droegen. Als je een witte boord droeg wás je iemand, werd je beleefd gegroet en deed men een stapje voor je opzij. 

In de kolencentra werd hard gewerkt door de dames die hun gezicht gemutileerd hadden om zich te lelijk te maken voor aanranders. Ze werden niet langer verkracht en misbruikt door de opgewaardeerde bende. Hoewel, ze moesten hard werken voor wat eten en een beetje steenkool. En het mengen van steenkool met zwartkool was zwaar werk, zo zwaar dat sommige dames er steviger begonnen uit te zien dan de gemiddelde witteboorden-mijnheer. Dames die het werk niet aankonden werden naar de meelmengfabriek. Het werk was lichter maar niet minder stoffig. De sluiers die ooit gebruikt werden om hun lelijkheid te bedekken werden nu gebruikt om zich te beschermen tegen stof.

Ook de bordelen werden overgenomen door De Witteboordenclan. Met als gevolg dat leden van De Witteboordenclan daar gratis hun gerief konden halen. Prostituees protesteerden, maar de souteneurs waren machteloos en konden de dames niet langer beschermen tegen misbruik en uitbuiting. Sekswerk was niet meer wat het ooit was.

De Witteboordenclan begon zaken te doen met De Vesting wiens vrouwelijke inwoners geen voedsel- en steenkooltekort hadden. Immers, vrouwen waren van belang voor de voorplanting en het voortbestaan van de populatie. Het duurde dan ook niet lang tot het kader van De Witteboordenclan vrij toegang had tot De Vesting om aan haar gerief te komen en kinderen te verwekken. Wie geld had, had macht, wie macht had was de sterkste. En een sterk lijf volstond niet langer.

Tekorten waren goed voor zakendoen en voor De Witteboordenclan was er geen tekort aan zaken.

13. Ka grijpt de macht

Geplaatst: 13 september, 2019 in Blog

“Goden kunnen zoveel doen,” mompelde Ka, “en ik ben de enige god die iets doet. Misschien ben ik de enige echte god en zijn die andere goden het god zijn niet waard. Eigenlijk ben ik de enige echte god. De levende god. De god die Dro teruggestuurd heeft om Mo te helpen bij de zoektocht naar het beloofde land van mijn volk. Ik moet van die andere goden af, ze zijn nutteloos en inert. De enige echte, de almachtige.” Ka voelde zijn gezicht een beetje gloeien bij de gedachte alleen.

De luie goden waren dik en vet als tandeloze walrussen en door het nietsdoen waren hun ledematen zo goed als geatrofieerd. Het was voor een kersverse fitte god als Ka dan ook een peulenschil om de goden een voor een te onthoofden met zijn door hem gecreëerde goddelijke, vurige zwaard.  Het werd een waar bloedbad in het godenrijk. Een godenrijk waar Ka het rijk eindelijk alleen had. En nu Ka de enige god was zou de platte aarde het weten ook.

Ka wilde zijn volk eerst leiden naar het beloofde land. En dan … Ka voelde zijn borstkas zwellen. De mogelijkheden waren eindeloos. “Nu eerst rusten,” besloot Ka, “het zijn drukke dagen geweest en er komen er nog veel meer.”

12. Ka heeft een verassing voor Dro in petto

Geplaatst: 12 september, 2019 in Blog

Toen de deur van de lift voor Dro opende op de begane grond werd het even donker.

Dro stond op een stoel, doodziek van het bewezen feit dat de aarde plat was, wel kunstmatig moest zijn en verbonden was met een moederplaneet, “een fucking onderwereld,” mompelde Dro en hij sprong van de stoel. Hij spartelde even alvorens het touw brak. Zijn zelfmoordpoging was mislukt.

Ka had de tijd voor Dro teruggezet naar het moment dat hij zelfmoord pleegde, tijd betekent immers niets in het hiernamaals, en had het touw waaraan hij zich zou verhangen ondeugdelijk gemaakt. En om Dro zijn zin in het leven terug te helpen had hij een verassing voor Dro in petto. Dro was bijzonder trots op zijn goddelijke vermogens en zag dat het goed was.

Dro krabbelde overeind na zijn mislukte zelfmoordpoging, “Alles goed lieverd?”, vroeg een stem die Dro bijzonder bekend voorkwam. Toen hoorde hij het geluid van koeien, schapen en ander vee. En Dro herinnerde zich zich de tijd die hij doorbracht in het hiernamaals, de afspraak die hij gemaakt had met Ka waardoor hij nu weer op de platte planeet aarde woonde. Maar die vrouw, die geluiden: “Neeeeee!”

Ka wandelde door het godenrijk en keek toe hoe de zelfmoordpoging van Dro mislukte. Keek toe hoe Dro in paniek raakte toen hij merkte dat zijn vrouw met bijbehorende boerderij en veestapel met hem mee waren verhuisd. “Wat god verbonden heeft zal de mens niet scheiden,” mompelde Ka,” en wie ben ik om daar tegenin te gaan.

11. Dro heeft spijt en Ka brengt uitkomst

Geplaatst: 11 september, 2019 in Blog

Dro was diep ongelukkig met hetgeen het hiernamaals hem op had getrakteerd. Het geloei en geblèr van de dieren maakte hem horendol. Zijn hersenloze, slaafse vrouw die hij vooral gebruikte om ‘aan zijn gerief’ te komen en verder niks mee kon. Een bestaan dat zijn verstandelijke vermogens afstompte. Dro verveelde zich, dag na dag, week na week. Hoewel tijd niet bestond in het hiernamaals leek de tijd te kruipen. Als hij niet al dood was zou hij zich hierdoor meteen van het leven beroven. Dro filosofeerde over het idee zich te verhangen in het hiernamaals. “Zou ik dan in de hel komen, zou mijn volgzame vrouw zich dan ook verhangen, me opwachten in de hel? Of ben ik al in de hel?” Dro had spijt van zijn daad en wilde terug naar de platte planeet. Dro wilde wetenschap bedrijven.

Toen Ka bij de boerderij van Dro aanklopte deed zijn vrouw open. “Is Dro aanwezig?”. “Hier!”, riep Dro naar Ka, “kom binnen!” Dro deelde zijn leed met Ka en huilde bittere tranen. “Was ik maar weer op de platte planeet,” klaagde Dro, “mijn verstand rot weg hier,” “Ik heb je hulp nodig,” zei Ka, “om mijn volk naar een betere wereld te helpen.” “Alleen als ik terug mag naar de platte aarde,” zei Dro op besliste toon, “als ik weg kan uit deze helse verveling.”

En zo geschiedde, Dro mocht terug naar de platte planeet. Ka gaf Dro een liftpas waar ‘begane grond’ op stond. Ka was verbaasd over zijn goddelijke vermogens en vroeg zich af uit welke hoed hij dat pasje had getoverd. Dro draalde niet en stapte meteen in de lift en bedankte Ka en beloofde Mo op te zoeken en hem te helpen bij de tocht naar het door Ka beloofde land.