Joris en de zorgeloze slak

Geplaatst: 25 juli, 2018 in Blog, column

Het was een natte, vochtige dag. Echt een dag om je paraplu mee te nemen als je naar buiten gaat. Echt een dag voor slakken om met ware doodsverachting de weg over te steken. Een van de slakken zag iemand naderen die onderweg was om zijn brief in de brievenbus  te doen. De slak schrok even, maar toen hij zag dat het Joris was gleed de slak zorgeloos verder over zijn slijmspoor. Joris had de gewoonte om niet op slakken te stappen, niet op beestjes en niet op wormen. Joris vond dat namelijk zielig.

Maar vandaag lette Joris niet op. Hij was namelijk verliefd en wilde een liefdesbrief naar de brievenbus brengen. Joris was die dag met zijn hoofd in de wolken en lette niet op de beestjes, de wormen en de slakken die met dit weer de stoep wilden oversteken. Terwijl de slak zorgeloos zijn tocht voortzette stapte Joris pardoes met zijn schoen op de slak. Het huisje van de slak was een ruïne geworden. Plat als een gebombardeerd huisje in een of ander arm land waar oorlog gevoerd wordt. En de slak was dood. Er was nog slechts een snotterig, levenloos plasje blubber met stukjes slakhuis van hem over.

Een andere slak trok Joris aan zijn schoenveter: “Je hebt mijn man vermoord!” Maar Joris luisterde niet. Hij was in de wolken. En had geen oog meer voor wormen, beestjes en slakken. Dat kwam later pas weer. Nadat zijn grote liefde hem verteld had dat ze al met iemand anders was.

Advertenties

Joris ziet een pad

Geplaatst: 24 juli, 2018 in Blog, column

Joris stapte van zijn fiets. Hij dacht een pad over het fietspad te zien huppelen en hij wilde het beest helpen oversteken. Het zou toch verschrikkelijk zijn als iemand dit dier overhoop zou rijden? Joris keek eens goed: “Maar dat was helemaal geen pad!” Het was een herfstblad dat over het asfalt van het fietspad dwarrelde. Het tafereel leek net op een pad die over de weg huppelde

Joris realiseerde zich dat padden op herfstbladen leken en net zo konden bewegen. Zoveel zelfs, dat je een pad voor een herfstblad kon aanzien. Voorzichtig fietste Joris naar huis. Je weet maar nooit of je over een herfstblad of over een pad fietst.  Bovendien zijn huppelende padden springlevend en dwarrelende herfstbladen morsdood.

Ook verschenen in 120woorden.

De paraplu van Joris

Geplaatst: 22 juli, 2018 in Blog, column

Het was een mooie dag voor een wandeling vond Joris. Maar er was een kans op ‘hier en daar een bui.’ Joris besloot daarom zijn paraplu mee te nemen; je weet maar nooit. Tijdens zijn wandeling keek Joris naar de staalblauwe lucht. Geen wolkje te bekennen. Joris keek om zich heen. Hij zag dat niemand een paraplu had meegenomen voor een eventuele bui. Joris voelde zich een beetje bekeken. Een beetje opgelaten. Joris besloot vol te houden en te gaan wandelen tot het ging regenen. Toen Joris honger begon te krijgen, het was al na zessen, viel er een bui. Trots stak Joris zijn paraplu op: “Zie je wel!”, dacht hij triomfantelijk. Hij zag hoe mensen onder bomen en in portieken moesten schuilen om enigszins droog te blijven. En toen Joris thuiskwam schudde hij trots zijn paraplu uit: “Zo, dat was me een bui,” zei hij iets te luid. Joris keek om zich heen om zich ervan te vergewissen dat iedereen in de straat kon zien dat hij zo verstandig was geweest om een paraplu mee te nemen. Want met Joris viel niet te spotten.

En toen Joris een paar dagen later ging wandelen met zijn paraplu omdat er een kans was op een bui schrok iedereen die Joris zag zich een hoedje omdat ze hun paraplu niet hadden meegenomen. Althans, dat hoopte Joris dan maar.

Snotje in je oor

Geplaatst: 21 juni, 2018 in Blog, column

Ik keek naar zijn oor. Er zat een gehoorapparaat in. “U draagt een gehoorapparaat zie ik,” zei ik, extra luid. Hij knikte en legde me uit wat voor technische snufjes er in het apparaat zaten. Allemaal in dat kleine ding gepropt. En ik maar ‘wow’ roepen en vragen stellen.

Nu loop ik tijdens mijn dagelijkse wandeling altijd met oordopjes in voor de muziek. Niet te hard natuurlijk want dan word je doof. Niemand die naar mijn oren kijkt. Want het zijn overduidelijk oordopjes voor muziek. Niet zo klein en onopvallend als een moderne gehoorapparaat en niemand die zich dan ook afvraagt wat voor snotjes er in mijn oren zitten.

Stel je voor dat ik doof word van mijn oordopjes. En dat ik dan een gehoorapparaat moet dragen om te kunnen horen wat men tegen mij wil zeggen. Met oordopjes op zegt niemand iets tegen me. Want ik dráág oordopjes nietwaar? Die zijn bedoeld om mensen te weerhouden contact met mij te zoeken. Om gezeur en gezeik te voorkomen.

Ik wil, mocht ik ooit dovig worden, oordopjes als gehoorapparaat. Ik wil niet lastiggevallen worden door mensen die melden dat ze een gehoorapparaat in mijn oor zien. Harder gaan praten. Me opeens als een ouwe lul te woord gaan staan. “Zeur niet tegen mij,” zou ik samen met wijlen Rita Hovink willen zeggen.

Ik zie het meteen als ik iemand met een gehoorapparaat zie. En ga meteen vragen hoe of wat en extra luid. Om ze te pesten. Omdat ik die krengen haat. Met dat discrete plastic draadje dat achter hun oor loopt waardoor je je eerst even afvraagt of het misschien een drain is voor oorvocht.

Maar nee. Het is een fucking gehoorapparaat dat zeer aan je ogen doet door zijn hinderlijke discretie.

Fuck dat.

 

Leedvermaak

Geplaatst: 25 april, 2018 in Blog, column

Mijn eerste confrontatie met leedvermaak was op de kleuterschool. Een jongen met een geestelijke beperking plaste voortdurend tijdens de les in zijn broek. Hij kwam uit een asociaal, achterlijk gezin. En alle kinderen uit dat gezin hadden net als de ouders een geestelijke beperking. De hele klas joelde dan. Lachen.

Het was medio jaren 60 van de vorige eeuw en niemand kwam op het idee om hulp voor dat gezin aan te vragen. Niemand deed iets, nou ja, behalve dan lachen om al het leed wat zich daar afspeelde. Verwaarlozing, mishandeling, noem maar op. Lachen.

Een van de kinderen uit dat gezin was normaal. Had geen geestelijke beperking en ging gewoon naar school. Een bijzonder aardige jongen. En hij kreeg verkering met een heel lief meisje. En op een dag wilde dat meisje kennis maken met zijn ouders. Het meisje rende zo hard als ze kon weg uit het huis waar zijn ouders woonden. Ze maakte het meteen uit. Hij heeft haar nooit meer gezien.

Toen ik hoorde wat hem was overkomen voelde ik veel leed en was het vermaak ver te zoeken.

Asociale toestanden in een achterlijk gezin. Iedereen lachte erom. Ik lachte mee. Maar toen ‘het normale kind’ een liefdesdrama drama overkomen was vond het hele dorp dit geen leedvermaak meer. Ik realiseerde me dat hier iets niet klopte.

Omdat wij destijds in het dorp bij de personen in dat gezin mét een geestelijke beperking ons nooit en te nimmer hebben afgevraagd of dat leedvermaak wél gepast was. Echt wel iets waar je je voor mag schamen.

Eikeljeukcrème

Geplaatst: 25 april, 2018 in Blog, column

Mijn vrouw had altijd nieuw, schoon ondergoed voor me klaarliggen voor als ik naar de dokter ging. En op een dag moest ik naar de aan mij toegewezen huisarts van mijn goedkope zorgverzekeraar. Want ik had jeuk aan mijn eikel. En dat is geen pretje. Toen ik in mijn blote bips op de behandeltafel lag en mijn voorhuid naar beneden trok voor nadere inspectie trok hij een vies gezicht: “Ik zie het al mijnheer, een klassiek geval van eikeljeuk.”

“Klassiek?”, vroeg ik, het komt vaker voor?” “Nee,” zei de dokter, “ik heb het nog nooit eerder in het echt gezien, maar tijdens mijn opleiding wel veel gelachen om deze kwaal. En dan blijft dat je bij, vandaar dat klassiek. Gelukkig is er een vrij eenvoudige remedie tegen, eikeljeukcrème. Het is vrij verkrijgbaar bij de apotheek dus u kunt het daar gewoon halen. “Is er ook een Latijnse naam voor die crème?, ” vroeg ik, “het klinkt wat raar om een dergelijke naam te bestellen.”

“Nou nee,” zei de dokter, “eikeljeukcrème is een vrij oud product, het stamt uit de middeleeuwen toen men het nog niet zo nauw nam met de hygiëne en vrijwel iedere man een of meerdere malen een periode van jeuk aan zijn eikel had. Niet alleen het geloof was de oorzaak dat gezinnen zo groot waren. En destijds was er een crèmegilde dat het Latijns niet machtig was. Een gilde dat vond dat de Nederlandse taal volstond. En een van de eerste crèmes die het crèmegilde ontwikkelde was eikeljeukcrème. Daarna ontwikkelde ze tepelkloofzalf en uierzalf. Ook echte Nederlandse namen.”

“Eikeljeukcrème graag,” fluisterde ik voorzichtig.
“Wat zegt u?”
“Eikeljeukcrème graag.”

De apothekersassistente  achter de toonbank bulderde van het lachen, gierde van het lachen en herhaalde hardop mijn verzoek. Veel te luid en dus kon iedereen het horen. Ik voelde me heel klein worden. Mijn testosteron verdween als sneeuw voor de zon, mijn penis verschrompelde kortom, ik voelde me niet op mijn gemak. En iedereen keek me aan en probeerde niet te lachen. Ik herinnerde me de giecheldrang die ik soms had als we stil moesten zitten in de kerk. Zo werk ik dus aangekeken.

Het wachten op de crème leek uren te duren. Eenmaal weer thuis las ik de gebruiksaanwijzing. ‘Geen coïtus gedurende de periode dat u eikeljeukcrème gebruikt.’ En tóen  werd ik boos. Waarom moet dat weer in het Latijn? Waarom niet gewoon ouderwets Nederlands ‘Niet fucking neuken?‘ Is dat te vies soms?

 

Hitler met een emmer op zijn hoofd

Geplaatst: 24 april, 2018 in Blog, column

Hitler keek vanuit het torentje tevreden toe hoe de omsingelde Engelse en Amerikaanse soldaten een voor een werden doodgeschoten. Toen de verdediging van de geallieerden volledig was ingestort besloot Hitler zijn ‘Luftwaffe’ in te zetten om de resterende verzetshaarden plat te bombarderen. Maar toen de Luftwaffe boven het slagveld verscheen werden ze inmiddels achtervolgd door de geallieerde luchtmacht. En zo kwam alles toch nog goed. Hitler moest uit het torentje vluchten. Om niet herkend te worden zette Hitler een blauwe emmer op zijn hoofd. Hij rende hij zo hard hij kon terug naar Duitsland. Ik vroeg me af hoe hij de weg kon vinden met een emmer op zijn hoofd.  Zijn secretaresse werd wel opgepakt. En toen werd ik wakker.