De klusjesman 001

Betonnen vloertje storten

Ik zag een man levenloos liggen in een bekisting voor een betonnen vloer. Of ik dat vloertje wilde storten voor 5000 euro. Extra wel te verstaan. In contanten. Met man en muis.
Ik kende Bert als kind al. Ik weet nog hoe hij altijd op zijn vingers sabbelde in plaats van op zijn duim. Hoe hij geld jatte uit de beurs van zijn moeder om lekkers van te kopen. Chips en snoep. En ik snoepte, spannend als ik het gejat van Bert vond, lekker mee. Bert en ik waren ongeveer even slim. Nou ja, we konden niet meekomen en haakten af van de middelbare school. Ik werd timmerman. Bert leek niets te doen maar had altijd geld zat. Bert kocht op zijn achttiende een gloednieuwe, knalrode VW Polo. Trots reed Bert rond in zijn nieuwe auto. Zijn rijbewijs kwam later wel.
En toen vroeg Bert of ik een betonnen vloertje voor hem wilde storten. En ik kon het geld, karig als mijn inkomen was, wel gebruiken. Bert had alles voor me klaar staan. Een betonmolen, zakjes ‘kant en klaar’ om beton van te draaien, zelfs de bekisting was al getimmerd. Ik hoefde alleen maar wat beton te storten. Een vloertje te leggen. Maar er lag een persoon in de bekisting.
Als in een roes stortte ik beton in de bekisting. Maakte ik de vloer perfect waterpas. Was ik in een uurtje helemaal klaar. Kreeg ik 5000 euro contant in mijn handen. “Hij was nog niet dood weet je,” lacht Bert me toe, “maar nu wel!” Bert schaterlachte en gaf me een schouderklop. “Spreek je later,” zei Bert op serieuze toon en keek me strak aan. “Spreek je later,” mompelde ik. Beduusd droop ik af.

Een nieuw bankstel en tv

Mijn vrouw en ik hadden een nieuw bankstel gekocht en een nieuwe tv met grootbeeld. Het kostte alles bij elkaar bijna 5000 euro, maar ik moet zeggen, een hele verbetering vergeleken met onze oude, versleten leren bankstel die aan onze billen plakte als het warm was en in de winter, ondanks een extra deken over het zitgedeelte steenkoud aanvoelde. Om van de tv maar niet te spreken. Die was oud en niet meer van deze tijd.
Maar toen ik een boterhammetje op onze nieuwe aanwinst wilde eten kreeg ik een reprimande van mijn vrouw: “Vanaf nu wordt er niet meer gegeten op onze nieuwe bank.” Ik werd verwezen naar de eethoek die gedekt was met een waterdicht zeiltje. Een bammetje eten voor onze nieuwe breedbeeld was er niet bij. Warm eten op ons nieuwe meubilair kon je sowieso wel vergeten. En onze nieuwe breedbeeld was ondanks zijn formaat nog steeds ver weg vanaf de eethoek. Een van de fijnere momenten in het leven weg, voor nu en voor altijd. 
Ik had nu niet alleen spijt van het betonnen vloertje dat ik gestort had. Het nieuwe meubilair zou mijn leven tot een hel maken. Armoedige spulletjes maken het leven zoveel dragelijker. Maar gedane zaken nemen geen keer. Mijn vrouw zat parmantig in haar nieuwe fauteuil aandachtig de Telegraaf te lezen. “Je zat vroeger toch bij Jonkheer Van Oostrum in de klas?”, vroeg ze me en wees op een foto in de krant. “Hij is verdwenen en volgens onze Telegraaf is er een misdrijf in het spel.”

Jonkheer Van Oostrum

Als jonkheer geboren worden is geen sinecure. En de geboorte van jonkheer Wierd Van Oostrum junior was zeker geen sinecure. Jonkvrouw Van Oostrum was niet blij met de buik waarmee jonkheer Wierd Van Oostrum haar bezwangerd had. Iedere dag was ze druk met zalfjes en oliën voor haar zwellende buik. En toen braken haar vliezen…
Jonkvrouw Van Oostrum viel flauw toen haar vliezen braken en zag en rook wat voor walgelijks haar geslachtsorgaan zoal kon produceren. Toen ze ontwaakte uit haar flauwte was ze al onderweg naar het ziekenhuis, samen met haar man.
De bevalling verliep, hoewel jonkheer en jonkvrouw Van Oostrum daar anders over dachten en nog steeds denken, voorspoedig. Wierd junior werd geboren na een enkele zucht en een niet noemenswaardige perswee.
Jonkvrouw Van Oostrum wilde na haar afschuwelijke bevallingservaring geen kinderen meer en jonkheer Van Oostum was dermate geschrokken van het aanzicht van haar geboortekanaal tijdens de bevalling dat hij impotent werd en het aanzicht en/of de gedachte aan een vagina hem het klamme zweet op zijn voorhoofd bezorgde. Je begrijpt, jonkheer Wierd Van Oostrum junior was en bleef enig kind.
De jeugd van Wierd was geen pretje. De opvoeding was kil en gevoelloos. Zijn moeder haatte Wierd omdat ze iedere dag door hem herinnerd werd aan de bevalling, en aan haar door haar intens gehate striae die haar onderbuik sierde. En haar borsten hingen op half zes. En zijn vader zag, als hij zijn Wierd junior zag steeds die kale schedel van Wierd die uit een opgerekte vagina geperst werd. Gruwelijk. Je begrijpt, opgroeien was voor Wierd, hoe bevoorrecht hij ook was met zijn ouders, geen pretje.
Op de lagere school was Wierd junior niet bepaald populair. Zijn klasgenoten haatten Wierd omdat meester hem steeds voortrok. Omdat juf hem steeds voortrok. Omdat Wierd nooit strafwerk kreeg. Omdat Wierd altijd met ‘jonkheer’ moest worden aangesproken.
Alleen met Bert kon Wierd goed opschieten. Want Bert was goed met mensen en niet te vergeten met jatten. Als er iets te halen viel was Bert erbij. En bij Wierd, tegen wie Bert als enige geen Jonkheer hoefde te zeggen, viel iets te halen. En Wierd nodigde Bert uit om langs te komen voor zijn achtste verjaardag. 

Wakker Nederland

“Wat doe jij hier?”, vroeg Bert verbaasd, “jij bent toch allang van school af? Ik legde aan Bert uit dat ik mijn school wilde afmaken voor mijn diploma. Omdat ik meer wilde dan alleen maar timmerman zijn. Meer wilde dan alleen maar betonnen vloertjes storten. Bert knikte instemmend en liet me een gulden zien: “Jij ook een Mars?”
Juf deelde de proefwerken uit. “Waar is jonkheer Van Oostrum?”, vroeg ik. Ik wees op de lessenaar van Wierd die keurig op een betonnen vloer stond. Ik kreeg een raar gevoel. We kregen een ‘De Telegraaf’ uitgedeeld. “Geen proefwerk maar de krant van wakker Nederland!”, kakelde juf.
We moesten naar pagina vier van de Telegraaf. Daarop stond een krasfoto van een betonnen vloer. Met een gulden die Bert uit de beurs van zijn moeder had gejat moesten we de foto wegkrassen om te kijken wat er onder de foto van de betonnen vloer zat.
Ik wist allang was er zich onder de betonnen vloer bevond zat en werd bang. De betonnen vloer onder Wierds lessenaar begon te bewegen en te schudden. “Wierd, Wierd, Wierd!”, scandeerde de klas.
“Wakker Nederland, wakker Nederland, wakker Nederland..!” Juf keek me met vurige ogen aan. “Hé, Wakker worden!” Ik deed mijn ogen open. “Welke betonnen vloer?”, vroeg mijn vrouw, “je ijlde over een betonnen vloer.” Ik haalde mijn schouders op. “Ik droomde over vroeger,” antwoordde ik. Mijn vrouw keek me misprijzend aan: “Je kwijlde in je slaap, op mijn níeuwe bankstel nog wel.”

Op verjaardag bij Wierd Junior

Een beetje geïntimideerd belde Bert bij het landhuis van Jonkheer Van Oostrum aan. Wierd junior opende de deur terwijl Bert nog aanbelde. Blijkbaar had Wierd achter de voordeur voordeur gewacht op ‘zijn’ verjaardagsvisite: “Kom binnen!”
Bert gaf zijn verjaardagscadeau aan Wierd; een strip van de Fantastic Four die hij gejat had uit de Spar. Bert keek om zich heen en vroeg zich af of hij de enige genodigde was. En of er wat te jatten viel natuurlijk. Wierd junior liet Bert zien wat hij van zijn ouders voor zijn achtste gekregen had: Een zilveren theelepeltje met zijn naam en geboortedatum daarop.
Het verjaardagsfeestje had iets treurigs. Wierd Senior zat te lezen in de rookkamer en de moeder van Wierd zat tv te kijken; ‘Koffietijd’ met Mireille Bekooij en Hans van Willigenburg. Wierd en Bert speelden in een daarvoor bestemde kamer waar een tipi en een skelter stond. Bert wilde maar al te graag buiten racen op de skelter, maar dat mocht niet van mamma vanwege de rommel, aldus Wierd Junior.  Bert begon zich te vervelen en verzon een smoes om weg te kunnen: “Ik moet zo eten.”
Toen Bert vertrok sprak Wierd senior Bert vanuit de rookkamer aan: “Blijf weg van een bevalling jongen, en mocht je onverhoopt toch aanwezig zijn, kijk dan een andere kant op want wat daaronder gebeurt wil je niet zien.”
Wierd senior zoog peinzend aan zijn pijp en trok vervolgens een vies gezicht. De rookkamer vulde zich met een aangename mokkageur. ‘Koffie,.. koffie.., tijjjd..,’ schalde het door de woonkamer. Bert keek nog één keer rond of er iets te jatten viel alvorens hij een teleurgestelde Wierd junior achterliet die vervolgens stiekem een traantje plengde.

De verdwijning van Wierd junior

Het was de bedoeling dat Wierd, net als zijn vader rechten zou gaan studeren in Leiden en jurist zou worden. En Wierd Junior was ook echt van plan zijn studie tot een goed eind te brengen. Maar…

Je kent misschien het liedje ‘Guus’ van Alexander Curly. Iets dergelijks overkwam Wierd junior. Wierd was een jonkheer die van toeten noch blazen wist. Altijd binnen zat. En het vrije studentenleven sloeg voor Wierd als een mokerslag toe. Hij dronk teveel, zat achter de dames aan en zijn studie liep vaster dan vast. 
Wierd sjeesde tot bittere teleurstelling van zijn vader als student. En Wierd bleef feesten en zuipen. Ontdekte het gokken. Ontdekte de fruitmachine. Zuipen, neuken en gokken was het enige wat Wierd nog wilde. Hij was eindelijk vrij en wilde dat zo houden.
Maar Wierd senior kneep, verbitterd als hij was, de geldkraan voor Wierd dicht. Onterfde hem. Wilde Wierd nooit meer zien. En junior vroeg zich af hoe hij nu aan geld moest komen. En dacht aan Bert. Met zijn knalrode Polo. 
Wierd mocht geld lenen van Bert. En Wierd vond een baantje als ober. Om de lening af te kunnen lossen. De jaren verstreken en Wierd vulde het ene financiële gat met het andere. Tot hij zo diep bij Bert in de schulden zat dat de aflossing voor zijn lening te hoog werd. En hij geen geld van Bert meer kon lenen.
Wierd smeekte en bad om clementie maar Bert was onverbiddelijk: “NEE!” Wierd werd depressief maar betaalde zoveel hij kon aan Bert die het uit piëteit goed vond dat Wierd alleen maar de rente van 25 procent afloste. Jaar, na jaar, na jaar. Voorwaar geen slechte deal voor Wierd. 
Maar op een dag werd het Wierd teveel. Slikte hij een hoeveelheid slaappillen die een olifant zou kunnen vellen. Bert vond Wierd snurkend in de goot. Bert had na al die jaren genoeg van dat gedoe met Wierd.  En Bert regelde wat mensen voor een betonnen vloertje. En zo verdween Wierd en kwamen wij aan onze nieuwe bankstel. 

Advertenties