Archief voor de ‘Fictie’ Categorie

Joris en de holle boom bij de vaart

Geplaatst: 3 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris haastte zich naar huis omdat hij niet al te nat wilde worden van de wolkbreuk. De holle boom bij de vaart bracht uitkomst. Joris wurmde zich in de holte van de boom. Joris voelde hoe de boom hem een knuffel gaf en zag hoe de boom zijn door de herfst uitgedunde bladerdak naar voren boog om Joris zoveel mogelijk af te schermen van de stortbui.

Als kind speelde Joris vaak in de holle boom bij de vaart. Dan beleefde hij avonturen met kabouters en trollen. Die hadden steeds ruzie. En Joris hielp altijd de kabouters.

“Weet je nog hoe ik heet?”, vroeg een barse stem aan Joris.  Joris dacht diep na: “Ja,” zei Joris: “Jouw naam is Boombast.” Joris was verbaasd dat de boom hem na al die jaren nog herkende, maar eigenlijk ook niet; bomen hebben net als olifanten een goed ontwikkeld geheugen.

Joris herinnerde zich waardoor Boombast hol was geworden. Dat kwam doordat iemand schuilde onder Boombast tijdens een onweersbui. ‘En de bliksem slaat altijd in op bomen waar iemand onder schuilt.’ Boombast werd geraakt door de bliksem en werd hol.

Er werd op de bast van Boombast geklopt. Een kabouter vroeg of er nog plek was om te schuilen. Joris ging wijdbeens staan om ruimte te maken voor de kletsnatte kabouter. Ook de kabouter kon zich de tijd nog herinneren dat Joris klein was en hoe hij de kabouters dapper hielp in de strijd tegen de trollen.

Het stopte met regenen. Joris bedankte Boombast voor zijn gastvrijheid. De kletsnatte kabouter nam afscheid van Joris met een tik op zijn puntmuts. Joris wuifde en haastte zich naar huis want het begon al te schemeren. En dan komen de trollen uit de grond.

Joris viert Halloween

Geplaatst: 2 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris had een doos snoep gekocht voor Halloween. En toen hij bij de deur wachtte op de eerste kinderen nam hij een Mars. Een half uur later nam Joris een Twix. En toen de avond om was had Joris nog veel meer gesnoept. De doos met snoep was leeg ondanks dat er niemand had aangebeld.

Joris voelde zich een beetje verdrietig en een beetje misselijk. Een traan van Joris spatte uiteen op de lege doos. Je kon een doffe tik horen. Joris haalde een mes uit de keukenla en sneed het plakband van de bodem van de doos door. Joris vouwde de doos netjes op en legde hem bij het oud papier.

De volgende avond werd er bij Joris aangebeld door een stel kinderen die zich verkleed hadden als spook. Maar Joris had geen snoep meer. De kinderen dropen teleurgesteld af. En later werd er weer aangebeld. Joris besloot alle lichten uit te doen en zette zelfs de tv uit. Joris deed net alsof hij niet thuis was en zat doodstil in een hoek van de kamer.

De volgende avond ging Joris, om het goed te maken bij alle kinderen langs met een nieuwe doos snoep. Toen de doos leeg was ging Joris tevreden naar huis. Er biggelde een traan langs zijn wang, want Joris vond zichzelf best wel lief. En dat is hij ook.

Joris en de kaatser uit Franeker

Geplaatst: 31 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

“Hoe kaats je een bal?”, vroeg Joris aan de kaatser uit Franeker. Met veel omhaal en gebaren legde de kaatser Joris uit hoe je een bal moest kaatsen: “En als je op de bal spuugt bij ‘de opslag’ kun je hem meer effect meegeven.” Joris knikte begrijpend.

Joris veterde een leren handschoen aan en spuugde een flinke fluim op de kaatsbal. En precies zoals de kaatser uit Franeker hem had voorgedaan, nam Joris een flinke aanloop alvorens hij de bal met een flinke zwiep zo hard als hij kon wegsloeg. De kaatser uit Franeker knikte tevreden: “Heel goed.”

Zelfingenomen draaide Joris zich om en maakte de veters van zijn leren handschoen los. “Niet slecht,” mompelde Joris tevreden. Toen voelde Joris een harde klets in zijn nek. Het was de bal die Joris had gekaatst. Zijn eigen flinke fluim die hij op de bal had gespuugd spatte keihard om zijn oren. “Auw,” zei Joris geschokt tegen de kaatser uit Franeker en voelde hoe zijn eigen fluim tergend langzaam in zijn nek gleed.

“Oh ja,” zei de kaatser uit Franeker: “Wat ik je nog wilde vertellen over het kaatsten van een bal…”

Joris en de man met het glazen oog

Geplaatst: 27 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris schrok een beetje van de man van wie hij ‘via via’ had gehoord dat hij voor een prikje je banden verwisselde. “Niet schrikken,” zei de man vriendelijk: “Ik heb een oog verloren door een dartpijl. En dat is een glazen oog.” Joris knikte begrijpend en vroeg hoeveel het kostte om zijn winterbanden onder zijn auto te laten plaatsen.

Diezelfde middag haalde Joris zijn auto op. Hij stond keurig geparkeerd, met winterbanden en al, klaar om de strenge Hollandse winter te doorstaan. Maar de man met het glazen oog was nergens te bekennen.

Gelukkig had Joris zijn reservesleutels meegenomen en kon hij met zijn auto naar huis rijden. Een van de banden maakte een rammelend geluid. “Zal wel roest zijn van een van de velgen.” bedacht Joris. De volgende ochtend belde Joris de man op en vroeg of hij zijn originele autosleutels vanmiddag kon ophalen.

Het rammelende geluid van een van de banden baarde Joris toch een beetje zorgen en hij vroeg aan de man, toen hij zijn autosleutels ophaalde, of er misschien iets los zat aan een van zijn banden. En Joris vroeg zich af waarom de man vandaag een ooglapje droeg.

Joris is onzichtbaar

Geplaatst: 26 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

Voorzichtig trok Joris de huid van zijn armen. Het deed geen pijn. Het ging heel makkelijk. Joris zag dat hij onzichtbaar was onder zijn huid. En toen hij al de huid van zijn lijf verwijderd had, was hij onzichtbaar. Niemand die hem nog kon zien. Hij kon zichzelf niet zien.

Toen Joris wakker werd keek hij naar zijn armen en zijn lijf. Alles was er nog. Joris dacht na: “Misschien wil die droom me uitleggen dat ik niet opval? Dat niemand me ziet staan?” Joris besloot maatregelen te nemen.

Die zaterdagochtend ging Joris met de bus naar de stad. Boodschappen doen. Dr. Martens schoenen kopen. En misschien nog een zwarte hoed met bijpassend sjaaltje. Joris voelde zijn wangen gloeien toen hij zijn Dr. Martens schoenen paste: “Wat stoer!”

In vol ornaat wandelde Joris door de stad, trots keek hij om zich heen: “Mijn schoenen, mijn hoed, mijn sjaaltje!” Maar toen Joris beter keek zag hij dat niemand op hem lette, of ook maar een blik waardig keurde.

Een beetje teleurgesteld stapte Joris uit de bus. Wandelde naar huis. Zette zijn hoed af. Trok zijn schoenen uit. Hing zijn sjaaltje aan de kapstok. En voelde zich onzichtbaarder dan ooit.

Joris en het mooiste meisje van de klas

Geplaatst: 24 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

“Voor tientje pijpen?”, vroeg een meisje aan Joris toen hij van de Leeuwarder vrijdagmarkt via De Weaze naar het busstation wandelde. Joris schrok. Hij herkende haar stem maar niet de schim die het geluid voortbracht. Joris schrok weer toen hij zich realiseerde dat hij haar kende van de lagere school.

Maria was het meisje op wie Joris het grootste deel van zijn lagere schoolperiode verliefd was. Maria was voor Joris een engel waar hij van droomde en over fantaseerde. Joris heeft nooit durven zeggen dat hij, onbereikbaar als Maria voor hem was, verliefd op haar was.

“Maria,” zei Joris onthutst, “ik was vroeger verliefd op jou.” Joris voelde dat hij bloosde van zijn ontboezeming. Maria keek Joris aan. Haar ogen stonden flets. Waren leeg. “Tientje pijpen of opdonderen,” zei ze en nam een nerveuze haal van haar sigaret.

Joris wilde Maria mee naar huis nemen, haar redden, haar prins op het witte paard zijn… “Donder op,” zei Maria nog strenger: “En gaap me niet zo aan.” Joris haastte zich naar het busstation. Hij besloot nooit meer via De Weaze naar het busstation te wandelen en vroeg zich af of hij haar had kunnen redden als hij haar eerder had verteld dat hij al die tijd verliefd op haar was geweest.

Joris en de Sahara-zandvlooien

Geplaatst: 17 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

Die ochtend zag Joris een hoopje rood zand in zijn achtertuin. Eerst dacht Joris dat het hoopje zand was opgeworpen door een of andere worm die nodig moest poepen. Maar toen Joris beter keek zag hij dat het een drukte van belang was in dat hoopje zand. “Wie zijn jullie?’ vroeg Joris. “Wij zijn Sahara-zandvlooien die zijn overgewaaid uit de Sahara. Nu moeten we overleven in een vreemd land waar weinig Sahara-zand is, dus we verzamelen zoveel mogelijk Sahara-zand om ons een beetje thuis te kunnen voelen,” zei een van de Sahara-zandvlooien. Joris zag de wanhoop in zijn ogen. Het Nederlandse wisselvallige klimaat is niet bepaald ideaal voor deze beestjes uit de Sahara.

Even verderop riepen een stel Nederlandse zandvlooien vanaf hun zandheuvel dat de Sahara-zandvlooien moesten opdonderen: “Ze zitten achter ons zand aan, ze zitten achter onze vrouwen aan en willen ons zand vervangen met Sahara-zand!” Een van de zandvlooien klaagde over de ‘Saharisering van de Nederlandse zandvlo-gemeenschap.’

Joris probeerde de boel te sussen en legde de Nederlandse zandvlooien uit dat ze hier niet uit vrije wil waren gekomen. Maar niks kon de Nederlandse zandvlooien vermurwen: “Ze komen onze cultuur afpakken en ze zuigen bloed van ‘onze’ honden en katten.”

Hoewel er honden en katten zat zijn in Nederland voor zowel Sahara-zandvlooien als Nederlandse zandvlooien wilden de Nederlandse zandvlooien niet delen met hun Sahara-soortgenoten: “Ze zuigen onze honden en katten leeg!”

De volgende dag was de kleine Sahara-zandheuvel verwoest. De Sahara-zandvlooien zaten ondergedoken bij weldenkende Nederlandse zandvlooien. Wachtend op het moment dat de Nederlandse zandvlooiengemeenschap weer bij zinnen zou komen.

Maar dat zou nog wel een tijdje kunnen duren.

Joris maakt een herfsttafel

Geplaatst: 14 oktober, 2017 in Blog, Fictie

Er is een tijd geweest dat men dacht dat je beter geen paddenstoelen kon plukken. En op school werd verteld dat de kinderen een herfsttafel moesten maken zonder paddenstoelen. Joris was een gehoorzame leerling en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging altijd te doen wat meester en juf zeiden. Maar een herfsttafel maken zonder paddenstoelen…

Joris was dol op herfsttafels maken. Heerlijk wandelen in het bos en herfstbladeren zoeken. En dan een paddenstoel plukken en heel hard wegrennen omdat hij niet betrapt wilde worden door een kabouter. Dat was veel spannender dan belletje drukken bij de overbuurman die altijd boos werd…

Joris zocht herfstbladeren, eikeltjes en dennenappels voor zijn herfsttafel. Toen zag hij een paddenstoel, rood met witte stippen… Joris keek er een tijdje naar maar besloot door te lopen en zijn impuls om het kleinood te plukken te negeren.

“Ik ken jou.” Joris keek om. Een kabouter keek Joris streng aan: “Jij hebt mijn huis geplukt vorig jaar.” Joris schrok en excuseerde zich: “Ik zal het nooit weer doen mijnheer de kabouter, op school mogen we alleen nog maar herfsttafels zonder paddenstoelen maken.” De kabouter legde Joris uit dat er woningnood was ontstaan door al die verdwenen paddenstoelen. Dat het te duur werd om in een paddenstoel te wonen. Hoe kabouters rijk zijn geworden met het verkopen van hun paddenstoelen.

Een andere kabouter interrumpeerde de kabouter: “Pluk maar raak hoor, paddenstoelen plukken is goed voor de paddenstoelenmarkt en als een kabouter geen paddenstoel kan betalen door de krapte moet hij maar harder gaan werken. De hardwerkende kabouter kan een huis prima betalen.”

Joris dacht diep na. De ene kabouter kon zijn huis bijna niet betalen omdat de paddenstoelen opraakten. De andere kabouter verdiende geld met paddenstoelenschaarste. Joris vroeg zich af hoe het zou zijn als zijn lieve pappa zijn huis niet zou kunnen betalen. Dan zou Joris met zijn pappa op straat staan en dan zou het veel moeilijker zijn om op zijn lieve pappa te passen.

Op school lieten de kinderen hun herfsttafel zien. Alle kinderen hadden een herfsttafel zonder paddenstoelen gemaakt. “Nu worden paddenstoelen goedkoper en kunnen ook arme kabouters in een huis wonen,” bedacht Joris wijs.

Het jaar daarop maakte Joris opnieuw een herfsttafel zonder paddenstoelen. Hij kwam geen enkele kabouter tegen. “Die zitten allemaal lekker in hun warme paddenstoel,” bedacht Joris en hij kreeg een heerlijk warm gevoel.

Joris en het kontfluitje

Geplaatst: 12 oktober, 2017 in Blog, Fictie

Joris was altijd een beetje nerveus bij feestjes. Vaak wist Joris niet wat te zeggen, en als hij wat zei leek niemand naar hem te luisteren. Joris vroeg zich dan vaak af of men hem wel aardig vond. Van de spanning kreeg Joris dan buikpijn en gasophoping. Vaak ging hij dan naar de wc om zich te ontdoen van dat ongemak

Joris wilde ook wel eens in het middelpunt van de belangstelling staan tijdens een feestje en toen hij las over kontfluitjes en waar je die kon bestellen, besloot hij van de nood een deugd te maken. Een fluittoon als je een scheet laat, dat is toch reuzegrappig? Bovendien hoefde hij dan niet voortdurend naar de wc. Joris kreeg het warm van de gedachte dat hij tijdens een feestje de lachers op zijn hand zou hebben. Dat hij in het middelpunt van de belangstelling zou staan.

En zo geschiedde. Het kontfluitpakketje arriveerde diezelfde week nog en toen Joris zachtjes op het kontfluitje blies en hoorde wat voor geluid het maakte kon hij zijn lach niet onderdrukken. Die nacht droomde Joris van mensen die om hem lachten, hem schouderklopjes gaven en geanimeerd met hem praatten.

En toen was het zover. Joris trof de voorbereidingen voor ‘zijn’ feestje. Hij at die dag hutspot, bruine bonen en uiensoep om die avond maar flink ‘gassig’ te zijn. En toen het tijd was om naar het feestje te gaan drukte Joris zijn kontfluitje in zijn achterwerk. Het voelde allemaal een beetje raar en ongemakkelijk maar een kniesoor die daar op let.

Tijdens het feestje wachtte Joris op de eerste aandrang. Maar tot zijn verbazing gebeurde er niets. Geen gas. Geen kramp. Niets. Alleen dat ongemakkelijke gevoel. En mensen keken hem bezorgd aan. Het ongemak van zijn kontfluitje was duidelijk zichtbaar voor de feestgangers. Joris voelde zich opgelaten en besloot zijn kontfluitje op het toilet te verwijderen. Maar je raadt het al. Al wat Joris probeerde, het kontfluitje zat muur en muurvast.

Joris haastte zich naar huis om daar te proberen het kontfluitje te verwijderen. Maar hoe hij zich ook draaide en keerde, het fluitje zat klem. De volgende ochtend belde Joris de dokter en maakte een afspraak: “Morgenmiddag om 4 uur.” Joris zuchtte en huilde een beetje. Arme Joris.

“Ik heb per ongeluk een fluitje ingeslikt dokter,” loog Joris, “en nu kan ik het niet uitpoepen.” De dokter fronste maar, discreet als hij was, zei niets. Joris liet zijn broek zakken en bukte. De dokter spoot wat lavendelparfum op het achterwerk van Joris en nam een kijkje. Hij scheef een verwijsbrief voor de  gastro-enteroloog.

De gastro-enteroloog nam een kijkje in het achterwerk van Joris en besloot dat het fluitje meteen, operatief verwijderd moest worden. Opgelucht lag Joris op de operatietafel. Toen Joris de narcose kreeg toegediend kon je een lange fluittoon horen. De gastro-enteroloog die het kontfluitje uit het achterwerk van Joris ging verwijderen lachte hardop. Zijn assistente lachte hardop. Eindelijk had Joris, nu hij onder narcose was de lachers op zijn hand.

Van harte beterschap Joris!

De blijde boodschap

Geplaatst: 3 oktober, 2017 in Blog, Fictie

Er is een tijd geweest dat magiërs de wereld domineerden. In de meeste streken waar mensen woonden zwaaiden magiërs de scepter. En de schepper had daar genoeg van. Hij  hield niet van machtsmisbruik en besloot daarom de magiërs te verbannen naar een eiland, ver van de bewoonde wereld. En de schepper zag dat het goed was, rustte op zijn lauweren en vroeg zich stiekem af waarom hij die vermaledijde magiërs in godsnaam geschapen had.

Alles was weer rustig, de mensen gingen heen en vermenigvuldigden zich en god besloot om eens een tripje te maken in het heelal en de aarde een tijdje te laten voor wat het was. Je moet je kinderen, als ze eenmaal volwassen zijn, loslaten nietwaar? Bovendien waren er veel meer duistere planeten die wel wat licht konden gebruiken.

Nu de schepper even niet oplette besloten de magiërs tot een list. Met veel magie en bezweringen maakten ze een doos waarin het zaad van de belangrijkste magiër gestort werd. En met veel bezweringen en magie werd de doos met zaad, zeg maar zaaddoos, te water gelaten.

De magiërs gingen in een kring zitten. Onbeweeglijk focusten ze zich op de zaaddoos die over de wereldzeeën dobberde. Duizenden jaren dobberde de zaaddoos op het zilte water, doorstond stormen, de hitte van de zon en het bijtende zout van de zee. Tot de zaaddoos op een dag aanspoelde en opgemerkt werd door een meisje dat druk aan het ovuleren was. De magiërs waren niet van gisteren en alleen ovulerende meisjes konden de zaaddoos zien.

Als betoverd maakte het meisje de zaaddood open, en kon de magie zijn werk doen. Als in een droom las ze nauwkeurig de gebruiksaanwijzing en impregneerde ze zichzelf met het zaad in de doos. Ze was zwanger! De magiërs voelden dat hun list had gewerkt. En na duizenden jaren geconcentreerd magische dingen denken waren ze, moe maar voldaan volledig versteend.

De betovering was voorbij en het meisje rende naar haar man. “Ik ben zwanger!”, riep ze naar haar man, “en niet van jou!” Haar man schrok maar het meisje wist hem uit te leggen dat ze door god zwanger was gemaakt, en dat omdat ze de gebruiksaanwijzing goed had gelezen, het vlekkeloos was uitgevoerd.

De schepper nam eens een kijkje bij de aarde om zijn schepping te checken. Hij zag een langharige mijnheer over water lopen, brood vermenigvuldigen en andere trucs doen. God schudde zijn hoofd: “Die kutmagiërs,” mompelde hij.

De schepper wist dat de mensheid nu reddeloos verloren was. En hij vroeg zich wederom af waarom hij in godsnaam magiërs geschapen had.