Archief voor de ‘Fictie’ Categorie

hosties in prijs verdubbeld

Geplaatst: 21 februari, 2018 in Blog, column, Fictie

Ik las de krant bij de pedicure. Mijn kalknagels begonnen pijnlijk te worden en konden wel een knip- en vijlbeurt gebruiken. ‘Hosties in prijs verdubbeld,’ stond er met grote koeienletters in de krant. Een investeerder zonder scrupules had het bedrijf dat hosties produceerde overgenomen en de prijs van de hosties verhoogd, verdubbeld zelfs.

Mijn moeder had ook kalknagels en bovendien een hamerteen en een likdoorn. Toen haar buurvrouw haar examen voor pedicure deed was mijn moeder haar proefkonijn. Mijn moeder oogstte veel bewondering bij het examen en al haar voetaandoeningen. En buurvrouw slaagde met vlag en wimpel. Mijn moeder was zo trots als een pauw. Moeder droeg in haar kinderjaren uit pure armoede te kleine en tweedehands schoenen en op deze wijze kreeg ze alsnog erkenning voor al het voetenleed dat ze had moeten doorstaan.

De mensen spraken er schande van dat de hostie opeens zo duur was geworden en dat ze opeens maar een halve hostie kregen in plaats van een hele. En er was al een tekort! Opstandige katholieken wilden hun eigen ouderwetse goedkope hosties gaan maken, maar dat mocht niet van de curie. Dat was verboden.

Ik schudde mijn hoofd en legde de krant aan de kant. Mijn kalknagels waren weer netjes en pijnvrij. Met een speciale spiegel liet de pedicure alle kanten van mijn behandelde kalknagels zien: “Dank u, netjes.”  Ik rekende af en gaf een fooi.

Ik wandelde naar de kerk, er werd geprotesteerd. ‘Te dure hosties.’  Ik was rechercheur en voelde aan mijn tenen dat ik meer werk zou krijgen. Hostie-gerelateerde misdaad. Misschien was het tijd om een loonsverhoging aan te vragen.

hostie-tekort

Geplaatst: 20 februari, 2018 in Blog, column, Fictie

Toen ik bij de kapper las dat er een hostie-tekort was waardoor de eucharistievieringen aangepast moesten worden, er verkorte missen werden gehouden, er geloot werd over wie er een hostie tot zich mocht nemen, ja dat er zelfs pastoors werden omgekocht om bepaalde lieden iedere week van een hostie te voorzien moest ik even lachen. Het Vaticaan had in al zijn wijsheid besloten een andere hostie-leverancier te nemen. Een producent die de vraag niet aankon!

De kapper was klaar met mijn knip- en scheerbeurt. Mijn gezicht was keurig glad geschoren en mijn hoofdhaar was keurig gekapt. De kapper toonde met behulp van zijn extra spiegel dat ook mijn nek er keurig uitzag. Ik realiseerde me dat ik geen idee had hoe mijn nek er voor mijn knipbeurt uitzag. Dat ik geen idee zou hebben hoe mijn nekhaar er na vandaag uit zou zien tot na mijn volgende knipbeurt.

Ik besloot die zondag naar de mis te gaan. Als ramptoerist. Of ik uitgeloot zou worden voor een hostie. Nu er een hostie-tekort was had ik de onweerstaanbare behoefte om naar de kerk te gaan. En omdat in ieder mens wel een beetje ramptoerist zit wist ik vrijwel zeker dat de kerk stampvol zou zitten. Met mensen zoals jij en ik.

spaghetti-zelfmoord

Geplaatst: 19 februari, 2018 in Blog, Fictie

De man had zichzelf verhangen aan een sliert zelfgemaakte spaghetti. “Al dente,” grapte ik in mezelf en maande mijn mannen de lange sliert niet door te snijden maar voorzichtig los te knopen. Een sliert spaghetti waaraan je jezelf kan verhangen verdient respect en een nader onderzoek, nietwaar. Ik ging naar buiten om een sigaret op te steken en aantekeningen te maken.

Zijn vader stond buiten, huilde bittere tranen en gaf zichzelf de schuld van zijn dood. Want hij had 25 jaar geleden tegen zijn zoon gezegd dat hij nooit zulke goede spaghetti kon maken als hij. ‘Dat zijn spaghetti slap en smakeloos was.’ Dat zijn zoon sindsdien geobsedeerd was met het maken van stevige spaghetti, stevig genoeg om jezelf aan te kunnen verhangen. En hoe hij zijn zoon uitlachte bij iedere mislukte poging. ‘Wat voor een loser zijn zoon was.’

“Het is hem toch maar gelukt,” troostte ik zijn vader, “je kan trots op hem zijn.” Ik gaf hem een bemoedigend schouderklopje: “Je zoon kon een stevige spaghetti maken en zonder jouw woorden was dat nooit gelukt.” Maar wat ik ook zei, de arme man bleef huilen.

Een dag later kreeg ik het bericht dat de spaghetti ‘vals’ was; dat het touw, omhuld met gekookte spaghettipasta was. “Dus toch een loser,” bedacht ik, en maakte mijn laatste aantekeningen over deze merkwaardige spaghetti-zelfmoord. Ik maande mijn mannen het ‘touw’-detail buiten de media te houden. ‘Uit respect voor de nabestaanden.’

Nu alles afgerond was kon ik mezelf even inspecteren in het raam; omdat ik er best wel goed uitzie en dat zo wil houden. Ik zag dat ik aan een knip- en scheerbeurt toe was en belde de kapper.

X-files: De scheur in het beursgebouw 2

Geplaatst: 9 februari, 2018 in Blog, column, Fictie

Iedere keer als ik op de knop boven de scheur drukte ging de bel: “Tríííííng, trííííng …” Ik schrok wakker en opende mijn ogen. Mijn bakelieten telefoon rinkelde. Een erfstuk van mijn grootouders dat op het nachtkastje naast mijn bed stond. Met een heuse kiesschijf en in perfecte staat: “Hallo?”

Het was een collega die belde. Hij vertelde me dat de scheur in het beursgebouw een anomalie was: “Een soort vagina van ongekende proporties.” Ik legde de hoorn op de haak en bekeek mezelf even in het glanzende bakeliet. De telefoon was een beetje stoffig en ik besloot het apparaat af te stoffen met mijn speciale telefoonpoetsdoek die in de bovenste la van mijn nachtkastje lag. Vervolgens ging ik naar het beursgebouw om te kijken in hoeverre er al vorderingen waren gemaakt met het onderzoek naar de scheur.

De ruimte waar de scheur zich bevond was inmiddels beveiligd en afgesloten voor het publiek. Alleen enkele ingewijden van de geheime dienst wisten van de anomalie. Ìk wist er van. En daar was ik best wel een beetje trots op. Ik hield mijn speciale pas omhoog en begaf me naar de ruimte waar de scheur zich bevond.

Om de scheur was een grote steiger gebouwd. Een selecte groep wetenschappers die een niet-openbaarmaking verklaring hadden getekend waren druk doende met het het onderzoek naar de scheur. Niemand had een verklaring voor dit natuurverschijnsel. Enkele wetenschappers stelden voor de scheur te vernietigen, anderen vroegen zich af wat er zich achter de scheur bevond. Men kon allicht een kijkje nemen alvorens het zaakje te vernietigen. Een van de wetenschappers had een idee: “We gaan een ‘fallus-achtig’ voertuig maken om de scheur te kunnen penetreren en onderzoeken.” En zo geschiedde.

 

X-files: De scheur in het beursgebouw

Geplaatst: 6 februari, 2018 in Blog, column, Fictie

Gisteren werd ik gebeld: “Een onverklaarbare scheur in het beursgebouw. Of ik even een kijkje wilde nemen.” Toen ik bij het beursgebouw arriveerde rook ik iets wat me bekend voorkwam. Maar ik kon het niet precies thuisbrengen. Een agent hield me aan. Ik liet mijn inspecteurs-insigne zien. De agent deed beleefd een stap terug en maakte een uitnodigend gebaar.

Ik zag meteen dat de scheur niet aards was. Maar ook niet buitenaards. De scheur was een natuurverschijnsel. Ik voelde even aan de scheur. De scheur was vleesachtig en vochtig. Maar ik kon de scheur niet verder openen. “Sesam open u,” mompelde ik spottend. Bovenaan de scheur zag ik een knop. Ik vroeg om een ladder om bij de knop te kunnen komen.

Ik wreef over de knop en drukte op de knop. Ik zag hoe de scheur sidderde en beefde. Er liep wat vocht uit de scheur. Die knop moest wel de sleutel zijn om de scheur binnen te kunnen dringen.

Die avond schreef ik mijn rapport. Ik verzocht de autoriteiten de scheur geheim te houden voor het publiek tot men wist wat er aan de hand was en waar de scheur vandaan kwam. Ik maakte een extra notitie over de knop boven de scheur. Ik vermoedde dat de knop de sleutel was op de vraag waar die scheur voor diende.

 

Joris en de kerstboom

Geplaatst: 22 december, 2017 in Blog, Fictie

Joris rende naar buiten om zijn raamversiering te bewonderen. ‘Merry XMas!’ knipperde het vrolijk vanuit het voorraam van zijn appartement. Tevreden wandelde Joris weer naar binnen: “Nu de kerstboom nog versieren.” Al neuriënd hing Joris de ballen in de boom, samen met de slingers en het engelenhaar: “Nu de lichtjes nog.”

Moe maar voldaan ging Joris zitten om zijn werkstuk te bewonderen. Toen hoorde Joris een stemmetje: “Heb je wat water voor me? Kun je dat engelenhaar voor me weghalen? Het jeukt nogal weet je.” Het was de kerstboom! Een beetje verbouwereerd gaf Joris de kerstboom wat water en haalde hij voorzichtig het engelenhaar weg: “Zo beter?”

“Dank je,” zei de boom: “Kun je me nu terugbrengen naar het dennenbos? Ik wil daar in alle rust kunnen sterven in gezelschap van mijn vrienden. Het is een tikkeltje eenzaam hier zo te versterven weet je? Bovendien past de versiering die ik nu op heb niet bij mijn cultuur. Wij zijn namelijk naturisten; veel naalden maar geen opsmuk.”

Joris haalde zo vlug als hij kon de ballen en de slingers uit de boom. De lampjes die hij eerder zo keurig uit de knoop had gehaald gingen terug in de doos. De piek brak, maar dat kon Joris niet schelen. Joris haastte zich met de boom naar het dennenbos waar de boom in alle rust en in gezelschap van zijn vrienden kon sterven. “Wil je me cremeren als ik dood ben?”, vroeg de boom, “ik wil niet verschimmelen en verrotten op de grond.” Joris knikte en beloofde de boom dat hij gecremeerd zou worden.

Het jaar daarop vierde Joris kerst samen met de urn met de as van zijn overleden kerstboom. Zonder versiering natuurlijk, dat zou respectloos zijn. De ‘Merry XMas!’ raamversiering knipperde nog wel vrolijk de straat in. “Dat moet kunnen,” vond Joris, “want dat hoort weer bij ònze cultuur.”

Joris en de levende kerststal

Geplaatst: 18 december, 2017 in Blog, Fictie

Joris speelde al vanaf zijn eerste levensjaar het kindje Jezus in de ‘levende’ kerststal. Tot vreugde van zijn vader, want die kon dan even vrijaf nemen van de zware last die het vaderschap met zich meebracht. Maar na dertig jaar had Joris er wel genoeg van. Hij vond zichzelf niet langer geloofwaardig als het kindje Jezus. Toen Joris de kerstcommissie vertelde dat hij nu wel eens voor Josef wilde spelen in plaats van voor Jezus was men geschokt. Om te breken met de traditie van de levende kerststal met Joris als het kindje Jezus, je moet maar durven. En wat zou men er in het dorp van zeggen. Iemand van de kerstcommissie die vrijwilligerswerk deed in het asielzoekerscentrum stelde nog voor een jong Syrisch katholiek gezin te gebruiken voor de levende stal. Het voorstel werd weggewuifd; Jezus, Josef en Maria met een tintje, dat zou niet geloofwaardig zijn.

Het verhaal dat Joris geen kindje Jezus meer wilde zijn verspreidde zich als een lopend vuurtje. Joris voelde dat er over hem gepraat werd als hij boodschappen deed. In de Spar was het gefluister niet van de lucht. Joris begon zich steeds minder op zijn gemak te voelen. Ook waren er mensen die de hand van Joris wilden schudden omdat ze respect hadden voor zijn besluit, dat ze Joris moedig vonden omdat hij opstond tegen de goegemeente. Kortom, het broeide in het dorp. Je was of vóór Joris en zijn besluit of tégen Joris en zijn besluit. En de tegenstanders van het besluit van Joris intimideerden de voorstanders. En omgekeerd. Er werden stenen door ramen gegooid. Er werden auto’s in de fik gestoken.

Je begrijpt, dit was nooit de bedoeling van Joris geweest en hij besloot te gaan overleggen met de kerstcommissie om tot een compromis te komen. De kerstcommissie verzocht Joris om geleidelijk te stoppen met het spelen van het kindje Jezus en in ieder geval dit jaar nog voor het kindje Jezus te spelen. Dat het dorp al te abrupte veranderingen met het kindje Jezus niet aankon, was nu wel duidelijk. Om de lieve vrede te bewaren ging Joris akkoord.

Joris besefte dat hij als kindje Jezus borg stond voor vrede in zijn dorp. En dat de échte Jezus daarom best wel trots op hem zou zijn. Om van God maar niet te spreken.