Archief voor de ‘Fictie’ Categorie

De barbier

Geplaatst: 20 november, 2017 in Blog, Fictie

De barbier ging naar allerlei openbare gelegenheden om zijn pas geopende etablissement aan te prijzen. En na ruim een jaar maakte hij eindelijk winst. Vooral zijn talent om de lelijkste baarden te transformeren tot strak gekapte, moderne hipsterbaarden werd alom geroemd. De barbier kreeg het drukker en drukker. Hij was genoodzaakt extra barbiers in dienst te nemen om het volume van zijn clientèle aan te kunnen. Alleen de klanten ‘die het konden betalen’ kregen een knipbeurt van van de ‘originele’ barbier.

De barbier was een liefhebber van rommel- en vlooienmarkten. Vooral oude scheersnuisterijen trokken zijn aandacht. Op een dag zag de barbier op de markt een antiek, open scheermes met een certificaat waarop stond dat de originele eigenaar ‘Sir Isaac Newton’ was. De barbier moest een beetje lachen, het certificaat was overduidelijk vals. Maar het bracht de barbier wel op een idee. Hij kocht het scheermes met het certificaat voor 10 euro.  Voorwaar een koopje voor het ‘originele’ scheermes van Sir Isaac Newton!

De barbier kocht een mooi glazen kabinet waarin hij zijn open scheermessen zou kunnen uitstallen. Met certificaten natuurlijk! Een prima idee om extra klanten te trekken. En een half jaar later had de barbier voldoende scheermessen met certificaten om uit te stallen voor zijn nieuwsgierige klanten. En als iemand vroeg of een certificaat écht was zei de barbier steevast: “Ik denk het wel, maar bewijzen kun je het natuurlijk nooit.” Zo nu en dan werd er een nieuw scheermes aan het assortiment toegevoegd. Op die manier bleven nieuwsgierige klanten gemotiveerd om bij de barbier langs te gaan voor een scheer- of knipbeurt.

De barbier besloot een gratis internetcafé aan zijn bedrijf toe te voegen. Klanten zouden zich op die wijze kunnen vermaken als ze moesten wachten tot een van zijn barbiers ‘vrij’ was. En met succes. Alles wat de barbier aanraakte werd een succes. De barbier kon zich zelfs een Maserati GranTurismo veroorloven, ik bedoel, de man werd stinkend rijk.

Op een dag wees een van de klanten de barbier op een veilingsite waar een kluis verkocht werd met daarin het open scheermes van de duivel. ‘Te koop voor 666 Euro.’ De barbier lachte hoofdschuddend en stak zijn duim op: “Daar trap ik niet in!” Maar de barbier was nieuwsgierig, bovendien kon hij zich dat bedrag makkelijk veroorloven. Hij besloot de kluis kopen. Want stel je eens voor, een scheermes van de duivel, zou dat geen klanten zou trekken?

Die avond nam de barbier een kijkje op de veilingssite. De kluis met het scheermes van de duivel was nog steeds te koop. De barbier besloot een bod te doen van 6 euro en 66 cent. Toen hij zijn bod had gedaan liet hij zijn computer aanstaan. Hij wilde die kluis, kostte wat het kost. De gedachte om in het bezit van de kluis te zijn hield hem de hele nacht wakker.  De barbier stond die nacht ettelijke malen op om te kijken of iemand een hoger bod had gedaan. Maar niemand leek geïnteresseerd in het scheermes van de duivel. Niemand behalve de barbier.

Na een week van slapeloze nachten en eindeloos controleren of iemand hoger had geboden was het eindelijk zover. De tijd om een bod uit te kunnen brengen voor de kluis was om. En de barbier had als enige een bod uitgebracht! De barbier maakte een rondedansje van vreugde: “Hebbes, hebbes!”

Een paar dagen later kreeg de barbier een kaartje in de bus. Hij kon zijn pakket de volgende dag bij het postkantoor ophalen tussen 9 en 5 uur. En klokslag 9 uur stond de barbier met zijn Maserati voor de deur van het postkantoor: “Is er een pakket voor mij?”

De barbier tuurde naar de kluis die kleiner was dan hij had verwacht. De kluis zag er gloednieuw uit en was alleen al meer waard dan de 6 euro 66 die de barbier ervoor had betaald. Maar hoe krijg je die kluis open… De barbier besloot geweld te gebruiken en de kluis te openen met een hamer en een schroevendraaier. Zonder succes. Uiteindelijk belde de barbier de slotenmaker. Maar de kluis liet zich niet zomaar openmaken. En de slotenmaker droop ‘no cure, no pay‘ af.  De kluis was en bleef gesloten. Tot grote teleurstelling van de barbier.

Maar die nacht schrok de barbier wakker. Hij had een ‘eureka moment’ en rende naar de kluis. “666, 666, 666, mompelde hij en draaide aan de schijf: “6…6…6.., en sesam open u…” De kluis slaakte een zachte zucht. Langzaam en met ingehouden adem opende de barbier de kluis. De binnenkant van de kluis was bekleed met prachtig glanzend rood fluweel en bezet met oogverblindende juwelen. De barbier kon zijn ogen niet afhouden van al het moois dat hij zag. Voorzichtig reikte hij naar het eikenhouten kistje waarin, naar hij aannam het scheermes van de duivel zat.

De barbier ging op de stoel zitten en opende het kistje. Erin lag het scheermes van de duivel te glimmen en te glinsteren. Het heft was bezet met edelstenen en ingelegd met goud. In het staal van het mes was een duivelskop met hoorn en al geëtst. De barbier raakte het duivels stukje kleinood aan en sidderde van puur genot. Voorzichtig voelde hij met zijn vingers aan de snede van het mes. Een druppel bloed droop van zijn wijsvinger. Het mes was vlijmscherp. Ongekend scherp. Toen de nacht om was was de barbier nog steeds op. De barbier was moe en besloot te gaan slapen. Zijn bedrijf kon best een dagje zonder hem.

De barbier viel vrijwel meteen in slaap. Hij droomde van zijn scheermes dat hij van de duivel had gekocht. Hij had nog nooit met zo’n scherp mes geschoren. Hij droomde dat zijn scheermes de keel van een van zijn klanten doorsneed en nog een en nog een… Vervolgens droomde de barbier hoe hij met intens genot de kelen van zijn collega’s doorsneed. Toen de barbier wakker werd voelde hij zich fris en helder. Heerlijk uitgeslapen. Hij fronste nog even over zijn droom en verbaasde zich over het genot dat je kon voelen als je…

De barbier keek verbaasd om zich heen. Hij zat in een politiecel. Een agent beval de barbier mee te komen voor een ‘gesprek.’ De dienstdoende rechercheur liet zien wat de beveiligingscamera van zijn bedrijf had geregistreerd. De barbier zag hoe hij alles en iedereen in het pand de keel doorsneed. “Maar dat heb ik gedroomd,” zei de barbier, “dit kan niet echt zijn!”

De barbier probeerde uit te leggen dat hij een kluis had gekocht waar het scheermes van van de duivel inzat. En dat hij de kluis geopend had met de cijfers 666. De rechercheur moest een beetje lachen. “Je gelooft me niet?”, zei de barbier teleurgesteld. “We hebben scheermessen met valse certificaten gevonden,” zei de rechercheur met een glimlach. “Maar een kluis hebben we niet gevonden. Een scheermes van de duivel hebben we niet gevonden, laat staan het certificaat waarop staat dat u een scheermes van de duivel bezit.” “U moet me geloven!”, schreeuwde de barbier wanhopig.

De barbier kreeg TBS met dwangverpleging. Specialisten verklaarden dat de barbier een gevaar voor zichzelf en de maatschappij was. De barbier zit inmiddels in een isoleercel waar hij zichzelf en anderen geen kwaad kan doen. De speciale medicijnen die zijn ontwikkeld om mensen als de barbier weer bij zinnen te brengen hebben tot nog toe helaas niet gewerkt.

Gisteren at ik bij een driesterrenrestaurant. Werkelijk een bijzonder goedlopende zaak. Het eten is er fantastisch en de bediening is erg goed. Bovendien zijn de gerechten redelijk geprijsd. Ik ging nog even bij de chef langs om hem te complimenteren met zijn smaakvolle gerecht. Ik zag een computer bij de kassa staan: “Mag ik?” Ik klikte een veilingsite aan en wees de chef op een aanbieding: “Kluis te koop met bestek van de duivel voor 666 euro .” De chef lachte en wuifde het weg. Maar toch was de chef nieuwsgierig en die avond besloot hij een bod van 6 euro 66 te doen.

Advertenties

Joris beleeft een angstig avontuur

Geplaatst: 8 november, 2017 in Blog, Fictie

Onderweg naar de winkel zag Joris dat er verderop een opstootje was. Er werd geroepen en gelachen. Op de rand van het platte dak van een torenflat zat een persoon. “Spring dan!”, riep een toeschouwer. Joris wilde de man terechtwijzen maar besloot, gezien het postuur van de persoon dat toch maar niet te doen.

Kordaat haastte Joris zich naar de ingang van de torenflat, belde bij willekeurige personen aan tot de zoemer van de deur ging en hij naar binnen kon gaan. Joris haastte zich naar de lift en ging naar de bovenste verdieping. Vervolgens nam hij de brandtrap naar het dak van de flat. Eenmaal op het dak zag Joris de man op de rand zitten. Hij luisterde keek naar het gejoel van de mensen beneden die hem uitnodigden te springen.

Joris liep zo kalm mogelijk naar de man om hem over te halen vandaag toch maar niet te springen. Maar toen Joris de rand van het dak naderde werd hij bevangen door zijn hoogtevrees. Joris verstijfde, een paniekaanval had de controle over zijn lijf genomen.

“Kun je mij helpen?”, vroeg Joris met hese stem aan de man die op de rand van het dak zat: “Ik heb hoogtevrees en weet niet hoe ik hier weg moet komen. De man keek op en zag hoe een lijkbleke Joris verstijfd stil stond.

Even later stond Joris samen met de man op de begane grond. “Dank je wel,” zei Joris: Je hebt me uit een penibele situatie bevrijd, ik dacht dat ik doodging.” De man nodigde Joris uit een kopje koffie te drinken in het restaurant verderop zodat hij kon kalmeren van zijn angstige avontuur.

Over de man die alles te verliezen had

Geplaatst: 6 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Tim was die ochtend vroeg wakker. Geldzorgen maalden door zijn hoofd. De hypotheek kon hij niet meer betalen. Zijn baan stond op de tocht. Zijn kinderen wilden studeren. Zijn vrouw liet alles aan hem over. “De ideale vrouw,” dacht Tim destijds, maar inmiddels was haar eeuwige: “Wat jij zegt lieverd,” hem een kwelling geworden.

Tim stapte uit bed, trok zijn badjas aan en beende naar beneden om, onder het genot van een mok oploskoffie en een sjekkie ‘de rekensom’ voor de zoveelste keer te maken. En ook nu weer stond er een dikke ‘min’ achter het eindgetal. Tim nam een flinke haal van zijn peuk. Zijn rechteroog traande van de bijtende rook.

Altijd om klokslag 6 uur ging Tim naar zijn werk. Hij arriveerde daardoor te vroeg op zijn werk en kon dan alvast het werk voorbereiden. ‘Alles om een goede indruk te maken op zijn baas, alles om te ontsnappen aan de volgende ontslagronde. Alles om te voorkomen dat hij zijn huis moest verkopen en ‘het vrouwtje’ teleur moest stellen.’

Dit keer ging Tim vroeger dan gewoonlijk naar zijn werk; hij was immers toch al wakker. In de verte zag hij een zwaailicht. Een agent maande Tim om te stoppen. Er was een ongeluk gebeurd. Het ambulancepersoneel was doende om zo goed en zo kwaad als het ging een gewonde uit een auto te halen en op een brancard te leggen. Tim rolde een sjekkie en toen hij het aanstak kringelde er rook in zijn rechteroog. Met een traan tot gevolg.

Tim keek op de klok. Als hij nu niet vertrok zou hij te laat op zijn werk komen. In het brein van Tim begon het te malen. Zijn baan, de hypotheek, zijn onwetende vrouw, zijn kinderen, zijn.., zijn.. “Ik kom verdomme te laat op mijn werk,” tierde Tim. Hij sprong uit zijn auto en smeekte een agent hem erlangs te laten: “Ik kom te laat op mijn werk,” smeekte Tim: “Mijn baan, alsjeblieft, ik kan er makkelijk langs…”

De agent was onverbiddelijk en keek Tim streng aan. Toen knapte er iets bij Tim. Hij rende naar de ambulance en trok aan de brancard, schopte een deuk in het spatbord en tierde en schreeuwde.

Een agent hield Tim staande. Hij werd achterin een van de politieauto’s gezet, geboeid en wel. Tim zweeg en kalmeerde. Hij wist dat hij alles wat hij had kwijt zou raken. Een last viel van zijn schouders. Tim rolde zo goed en zo kwaad als het ‘geboeid’ ging een sjekkie. Hij nam een opgeluchte haal van zijn peuk. Een traan biggelde langs zijn wang.

Joris en de holle boom bij de vaart

Geplaatst: 3 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris haastte zich naar huis omdat hij niet al te nat wilde worden van de wolkbreuk. De holle boom bij de vaart bracht uitkomst. Joris wurmde zich in de holte van de boom. Joris voelde hoe de boom hem een knuffel gaf en zag hoe de boom zijn door de herfst uitgedunde bladerdak naar voren boog om Joris zoveel mogelijk af te schermen van de stortbui.

Als kind speelde Joris vaak in de holle boom bij de vaart. Dan beleefde hij avonturen met kabouters en trollen. Die hadden steeds ruzie. En Joris hielp altijd de kabouters.

“Weet je nog hoe ik heet?”, vroeg een barse stem aan Joris.  Joris dacht diep na: “Ja,” zei Joris: “Jouw naam is Boombast.” Joris was verbaasd dat de boom hem na al die jaren nog herkende, maar eigenlijk ook niet; bomen hebben net als olifanten een goed ontwikkeld geheugen.

Joris herinnerde zich waardoor Boombast hol was geworden. Dat kwam doordat iemand schuilde onder Boombast tijdens een onweersbui. ‘En de bliksem slaat altijd in op bomen waar iemand onder schuilt.’ Boombast werd geraakt door de bliksem en werd hol.

Er werd op de bast van Boombast geklopt. Een kabouter vroeg of er nog plek was om te schuilen. Joris ging wijdbeens staan om ruimte te maken voor de kletsnatte kabouter. Ook de kabouter kon zich de tijd nog herinneren dat Joris klein was en hoe hij de kabouters dapper hielp in de strijd tegen de trollen.

Het stopte met regenen. Joris bedankte Boombast voor zijn gastvrijheid. De kletsnatte kabouter nam afscheid van Joris met een tik op zijn puntmuts. Joris wuifde en haastte zich naar huis want het begon al te schemeren. En dan komen de trollen uit de grond.

Joris viert Halloween

Geplaatst: 2 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris had een doos snoep gekocht voor Halloween. En toen hij bij de deur wachtte op de eerste kinderen nam hij een Mars. Een half uur later nam Joris een Twix. En toen de avond om was had Joris nog veel meer gesnoept. De doos met snoep was leeg ondanks dat er niemand had aangebeld.

Joris voelde zich een beetje verdrietig en een beetje misselijk. Een traan van Joris spatte uiteen op de lege doos. Je kon een doffe tik horen. Joris haalde een mes uit de keukenla en sneed het plakband van de bodem van de doos door. Joris vouwde de doos netjes op en legde hem bij het oud papier.

De volgende avond werd er bij Joris aangebeld door een stel kinderen die zich verkleed hadden als spook. Maar Joris had geen snoep meer. De kinderen dropen teleurgesteld af. En later werd er weer aangebeld. Joris besloot alle lichten uit te doen en zette zelfs de tv uit. Joris deed net alsof hij niet thuis was en zat doodstil in een hoek van de kamer.

De volgende avond ging Joris, om het goed te maken bij alle kinderen langs met een nieuwe doos snoep. Toen de doos leeg was ging Joris tevreden naar huis. Er biggelde een traan langs zijn wang, want Joris vond zichzelf best wel lief. En dat is hij ook.

Joris en de kaatser uit Franeker

Geplaatst: 31 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

“Hoe kaats je een bal?”, vroeg Joris aan de kaatser uit Franeker. Met veel omhaal en gebaren legde de kaatser Joris uit hoe je een bal moest kaatsen: “En als je op de bal spuugt bij ‘de opslag’ kun je hem meer effect meegeven.” Joris knikte begrijpend.

Joris veterde een leren handschoen aan en spuugde een flinke fluim op de kaatsbal. En precies zoals de kaatser uit Franeker hem had voorgedaan, nam Joris een flinke aanloop alvorens hij de bal met een flinke zwiep zo hard als hij kon wegsloeg. De kaatser uit Franeker knikte tevreden: “Heel goed.”

Zelfingenomen draaide Joris zich om en maakte de veters van zijn leren handschoen los. “Niet slecht,” mompelde Joris tevreden. Toen voelde Joris een harde klets in zijn nek. Het was de bal die Joris had gekaatst. Zijn eigen flinke fluim die hij op de bal had gespuugd spatte keihard om zijn oren. “Auw,” zei Joris geschokt tegen de kaatser uit Franeker en voelde hoe zijn eigen fluim tergend langzaam in zijn nek gleed.

“Oh ja,” zei de kaatser uit Franeker: “Wat ik je nog wilde vertellen over het kaatsten van een bal…”

Joris en de man met het glazen oog

Geplaatst: 27 oktober, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris schrok een beetje van de man van wie hij ‘via via’ had gehoord dat hij voor een prikje je banden verwisselde. “Niet schrikken,” zei de man vriendelijk: “Ik heb een oog verloren door een dartpijl. En dat is een glazen oog.” Joris knikte begrijpend en vroeg hoeveel het kostte om zijn winterbanden onder zijn auto te laten plaatsen.

Diezelfde middag haalde Joris zijn auto op. Hij stond keurig geparkeerd, met winterbanden en al, klaar om de strenge Hollandse winter te doorstaan. Maar de man met het glazen oog was nergens te bekennen.

Gelukkig had Joris zijn reservesleutels meegenomen en kon hij met zijn auto naar huis rijden. Een van de banden maakte een rammelend geluid. “Zal wel roest zijn van een van de velgen.” bedacht Joris. De volgende ochtend belde Joris de man op en vroeg of hij zijn originele autosleutels vanmiddag kon ophalen.

Het rammelende geluid van een van de banden baarde Joris toch een beetje zorgen en hij vroeg aan de man, toen hij zijn autosleutels ophaalde, of er misschien iets los zat aan een van zijn banden. En Joris vroeg zich af waarom de man vandaag een ooglapje droeg.