Archief voor de ‘column’ Categorie

Leedvermaak

Geplaatst: 25 april, 2018 in Blog, column

Mijn eerste confrontatie met leedvermaak was op de kleuterschool. Een jongen met een geestelijke beperking plaste voortdurend tijdens de les in zijn broek. Hij kwam uit een asociaal, achterlijk gezin. En alle kinderen uit dat gezin hadden net als de ouders een geestelijke beperking. De hele klas joelde dan. Lachen.

Het was medio jaren 60 van de vorige eeuw en niemand kwam op het idee om hulp voor dat gezin aan te vragen. Niemand deed iets, nou ja, behalve dan lachen om al het leed wat zich daar afspeelde. Verwaarlozing, mishandeling, noem maar op. Lachen.

Een van de kinderen uit dat gezin was normaal. Had geen geestelijke beperking en ging gewoon naar school. Een bijzonder aardige jongen. En hij kreeg verkering met een heel lief meisje. En op een dag wilde dat meisje kennis maken met zijn ouders. Het meisje rende zo hard als ze kon weg uit het huis waar zijn ouders woonden. Ze maakte het meteen uit. Hij heeft haar nooit meer gezien.

Toen ik hoorde wat hem was overkomen voelde ik veel leed en was het vermaak ver te zoeken.

Asociale toestanden in een achterlijk gezin. Iedereen lachte erom. Ik lachte mee. Maar toen ‘het normale kind’ een liefdesdrama drama overkomen was vond het hele dorp dit geen leedvermaak meer. Ik realiseerde me dat hier iets niet klopte.

Omdat wij destijds in het dorp bij de personen in dat gezin mét een geestelijke beperking ons nooit en te nimmer hebben afgevraagd of dat leedvermaak wél gepast was. Echt wel iets waar je je voor mag schamen.

Advertenties

Eikeljeukcrème

Geplaatst: 25 april, 2018 in Blog, column

Mijn vrouw had altijd nieuw, schoon ondergoed voor me klaarliggen voor als ik naar de dokter ging. En op een dag moest ik naar de aan mij toegewezen huisarts van mijn goedkope zorgverzekeraar. Want ik had jeuk aan mijn eikel. En dat is geen pretje. Toen ik in mijn blote bips op de behandeltafel lag en mijn voorhuid naar beneden trok voor nadere inspectie trok hij een vies gezicht: “Ik zie het al mijnheer, een klassiek geval van eikeljeuk.”

“Klassiek?”, vroeg ik, het komt vaker voor?” “Nee,” zei de dokter, “ik heb het nog nooit eerder in het echt gezien, maar tijdens mijn opleiding wel veel gelachen om deze kwaal. En dan blijft dat je bij, vandaar dat klassiek. Gelukkig is er een vrij eenvoudige remedie tegen, eikeljeukcrème. Het is vrij verkrijgbaar bij de apotheek dus u kunt het daar gewoon halen. “Is er ook een Latijnse naam voor die crème?, ” vroeg ik, “het klinkt wat raar om een dergelijke naam te bestellen.”

“Nou nee,” zei de dokter, “eikeljeukcrème is een vrij oud product, het stamt uit de middeleeuwen toen men het nog niet zo nauw nam met de hygiëne en vrijwel iedere man een of meerdere malen een periode van jeuk aan zijn eikel had. Niet alleen het geloof was de oorzaak dat gezinnen zo groot waren. En destijds was er een crèmegilde dat het Latijns niet machtig was. Een gilde dat vond dat de Nederlandse taal volstond. En een van de eerste crèmes die het crèmegilde ontwikkelde was eikeljeukcrème. Daarna ontwikkelde ze tepelkloofzalf en uierzalf. Ook echte Nederlandse namen.”

“Eikeljeukcrème graag,” fluisterde ik voorzichtig.
“Wat zegt u?”
“Eikeljeukcrème graag.”

De apothekersassistente  achter de toonbank bulderde van het lachen, gierde van het lachen en herhaalde hardop mijn verzoek. Veel te luid en dus kon iedereen het horen. Ik voelde me heel klein worden. Mijn testosteron verdween als sneeuw voor de zon, mijn penis verschrompelde kortom, ik voelde me niet op mijn gemak. En iedereen keek me aan en probeerde niet te lachen. Ik herinnerde me de giecheldrang die ik soms had als we stil moesten zitten in de kerk. Zo werk ik dus aangekeken.

Het wachten op de crème leek uren te duren. Eenmaal weer thuis las ik de gebruiksaanwijzing. ‘Geen coïtus gedurende de periode dat u eikeljeukcrème gebruikt.’ En tóen  werd ik boos. Waarom moet dat weer in het Latijn? Waarom niet gewoon ouderwets Nederlands ‘Niet fucking neuken?‘ Is dat te vies soms?

 

Hitler met een emmer op zijn hoofd

Geplaatst: 24 april, 2018 in Blog, column

Hitler keek vanuit het torentje tevreden toe hoe de omsingelde Engelse en Amerikaanse soldaten een voor een werden doodgeschoten. Toen de verdediging van de geallieerden volledig was ingestort besloot Hitler zijn ‘Luftwaffe’ in te zetten om de resterende verzetshaarden plat te bombarderen. Maar toen de Luftwaffe boven het slagveld verscheen werden ze inmiddels achtervolgd door de geallieerde luchtmacht. En zo kwam alles toch nog goed. Hitler moest uit het torentje vluchten. Om niet herkend te worden zette Hitler een blauwe emmer op zijn hoofd. Hij rende hij zo hard hij kon terug naar Duitsland. Ik vroeg me af hoe hij de weg kon vinden met een emmer op zijn hoofd.  Zijn secretaresse werd wel opgepakt. En toen werd ik wakker.

Gelukkig was het geen terrorist

Geplaatst: 24 april, 2018 in Blog, column

Toen iemand mij via Twitter wees op het verschrikkelijke drama dat zich had afgespeeld in Toronto volgde ik, nadat ik me op de hoogte had gesteld van wat men tot dan toe wist, de actualiteit buiten, via ‘Zoomer Radio,’ een lokale zender in Toronto. Tot mijn stomme verbazing zei een van de presentatoren dat ze hoopte dat het geen terroristische aanval zou zijn. Dat Toronto niet net als in London en Parijs getroffen zou worden door terroristische aanvallen. Ze zei dat terwijl de politie de dader al bij de kraag had gevat maar nog geen verklaring had afgelegd. De stupiditeit om niet te kunnen wachten op een verklaring van de politie, en maar lekker te gaan zitten speculeren over terrorisme. ‘Want dan zou het pas écht erg zijn. “Fucking bitch,” dacht ik hardop. Dat stomme gespeculeer. Niet alleen in Nederland lijkt men te denken dat een terroristische aanslag erger is dan een aanslag van een sociaal gemankeerde malloot die dood wil.

De man met het spraakgebrek

Geplaatst: 23 april, 2018 in Blog, column

“Een onsje sneuworst graag,” zei de man met het spraakgebrek. “Snijworst!”, riep de slager triomfantelijk corrigerend, belerend en blij, “Snijworst!”

Iedereen in de slagerij moest lachen. Het was zaterdagmiddag tegen sluitingstijd en dan moest het vlees op en deed de slager allerlei vlees in de aanbieding. Door de drukte moesten de koopjesjagers zelfs een nummertje trekken om voordringen te voorkomen.

Helaas was de man met het spraakgebrek in een slecht humeur. Hij had slecht geslapen en was die ochtend bovendien met het verkeerde been uit bed gestapt. Met datzelfde been sprong de man behendig over de toonbank. Hij greep een vleesmes, dwong de slager zijn broek te laten zakken en sneed vervolgens de penis van de slager af. “Snijworst,” mompelde de slager en viel vervolgens hevig bloedend flauw.

Even was het heel stil in de slagerij tot een grapjas “Sneuworst!”, riep. Iedereen moest lachen. De man met het spraakgebrek was een beetje geschrokken van zijn daad en belde 112. “Er liegt hier een zwaar gewoonde man die hevig bloot en ik heb zijn pens in mijn hand,” zei de man met het spraakgebrek. Iedereen in de slagerij moest lachen om zoveel spraakgebrek. Sinds de laatste boerderijbrand had het dorp niet zoveel pret gehad. Bovendien was de penis van de slager veel kleiner dan je van een slager zou verwachten. Dubbel pret dus.

Toen de rechter het relaas aangehoord had moest hij ook een beetje lachen en zei dat hij leuter in de week uitspraak zou doen.

P.S. De piem van de slager is weer aangenaaid en alles doet het.

Nieuwe tube tandpasta

Geplaatst: 15 april, 2018 in Blog, column

Gisteravond lag er een nieuwe tube tandpasta op de rand van de wastafel. Mijn vrouw houdt dat soort zaken keurig bij, net als met nieuwe toiletrollen, shampoo en zeep. Toen ik de dop van de tube losdraaide zag ik dat het dit keer groene tandpasta was. In de vorige tube zat blauwe tandpasta. En ik meen dat we de keer daarvoor tandpasta hadden waarvan je je na iedere kneep afvroeg hoe ze die kleurige strepen in de pasta gekregen hadden.

Vroeger hadden we alleen maar Prodent tandpasta, wit met een pepermuntsmaak. Geen kleurtjes, geen streepjes, niets. En ik mocht zelf uitvogelen hoe en wanneer ik mijn tanden wilde poetsen. Naar de tandarts ging ik niet. Mijn vader had een kunstgebit en mijn moeder had een slecht gebit. Ik herinner me hoe er zo nu en dan een stukje tand uit mijn gebit losliet dat dan als een stukje eierdop tussen mijn tanden knarste. Hoe ik in mijn vroege tienerjaren met mijn tong de gaten in mijn kiezen kon voelen en hoe mijn tong zich kon snijden aan een tand waar kortgeleden een stuk van afgebroken was.

Natuurlijk kreeg ik last van mijn gebit. Ik moest voorzichtig eten om geen pijnlijke schokken te voelen als ik op iets hards beet. Ik was een jaar of 15 toen ik voor het eerst écht kiespijn kreeg en naar de tandarts moest om die kies te laten trekken. Het kwam niet in mij en mijn ouders op om een vervolgafspraak te maken, om mijn gebit te laten saneren. En de tandarts zei ook niks.

Terwijl ik dat opschrijf begrijp ik opeens waarom de tandarts altijd zo nors was als ik weer eens een pijnlijke kies moest laten trekken. Wat zal de man zich geërgerd hebben aan het kerkhof in mijn mond. 

Toen ik een jaar of 26 was werd mijn gebit gesaneerd. Alles wat rot was werd getrokken, en gevuld. En dat was omdat er een tandarts een praktijk was begonnen in mijn woonplaats en mijn toenmalige vrouw ons bij hem liet inschrijven. En de tandarts wilde me per se zien. En mijn toenmalige vrouw was het met hem eens.

De nieuwe tandarts was een zware stotteraar en er werd door zijn stotterhandicap veel om de man gelachen. Ook door mij. Zijn vrouw was een logopediste. Daar werd ook weer om gelachen. Ik liep liever met ‘de grapjassen’ mee dan dat ik zei wat ik werkelijk dacht. Dus lachte en grapte ik mee. Terwijl de man mijn gebit met veel geduld en precisie had gesaneerd. Stank voor dank.

Zijn praktijk groeide en bloeide. Na een tiental jaren in zijn praktijk gewerkt te hebben woonde hij met zijn vrouw in een gloednieuw, riant vrijstaand huis met een aangebouwde tandartsenpraktijk en een praktijk voor logopedie. Petje af.

Ik draaide de dop op de tube tandpasta en zette de tandenborstel op de lader. Het rode lampje flikkerde even en daarna het groene lampje. Ik gorgelde en spoelde en keek even in mijn mond: riante, vrijstaande tanden die aan een kostbare verbouwing toe zijn met veel ruimte voor een brug en een plaat.

Ik zocht het even op, de afstand van China naar Amsterdam is 7.507 km. Ik weet het, Amsterdam is een stad en China is een land. Ik neem aan dat met China het middelpunt van China bedoeld wordt. Maar over gemiddeld die afstand gaat Nederland kalfsvlees verslepen. Want na 17 jaar Nederlands gezeur en gezeik zegt China: “Oké, laat maar komen dat vlees.

Ik vraag me dan af: “Waarom? Wat is het nut van het verslepen van Nederlands kalfsvlees naar China?” Ik bedoel, Nederland zit al vol vee. En veeteelt is een van de meest vervuilende bezigheden die je maar kan bedenken. En dan kalfsvlees exporteren naar China. En dan juichen. Ik heb daar moeite mee.

Kalfsvlees verslepen over een afstand van 7.507 km. Dat zal met vliegtuigen moeten gebeuren. Ook een bijzonder milieubelastende bezigheid. Misschien ligt het aan mij maar ik begrijp dat gewoon niet. En ik ben niet eens een vegetariër.

Heb ik het al over de Chinese dictatuur gehad?