Archief voor september, 2019

12. Ka heeft een verassing voor Dro in petto

Geplaatst: 12 september, 2019 in Blog

Toen de deur van de lift voor Dro opende op de begane grond werd het even donker.

Dro stond op een stoel, doodziek van het bewezen feit dat de aarde plat was, wel kunstmatig moest zijn en verbonden was met een moederplaneet, “een fucking onderwereld,” mompelde Dro en hij sprong van de stoel. Hij spartelde even alvorens het touw brak. Zijn zelfmoordpoging was mislukt.

Ka had de tijd voor Dro teruggezet naar het moment dat hij zelfmoord pleegde, tijd betekent immers niets in het hiernamaals, en had het touw waaraan hij zich zou verhangen ondeugdelijk gemaakt. En om Dro zijn zin in het leven terug te helpen had hij een verassing voor Dro in petto. Dro was bijzonder trots op zijn goddelijke vermogens en zag dat het goed was.

Dro krabbelde overeind na zijn mislukte zelfmoordpoging, “Alles goed lieverd?”, vroeg een stem die Dro bijzonder bekend voorkwam. Toen hoorde hij het geluid van koeien, schapen en ander vee. En Dro herinnerde zich zich de tijd die hij doorbracht in het hiernamaals, de afspraak die hij gemaakt had met Ka waardoor hij nu weer op de platte planeet aarde woonde. Maar die vrouw, die geluiden: “Neeeeee!”

Ka wandelde door het godenrijk en keek toe hoe de zelfmoordpoging van Dro mislukte. Keek toe hoe Dro in paniek raakte toen hij merkte dat zijn vrouw met bijbehorende boerderij en veestapel met hem mee waren verhuisd. “Wat god verbonden heeft zal de mens niet scheiden,” mompelde Ka,” en wie ben ik om daar tegenin te gaan.

11. Dro heeft spijt en Ka brengt uitkomst

Geplaatst: 11 september, 2019 in Blog

Dro was diep ongelukkig met hetgeen het hiernamaals hem op had getrakteerd. Het geloei en geblèr van de dieren maakte hem horendol. Zijn hersenloze, slaafse vrouw die hij vooral gebruikte om ‘aan zijn gerief’ te komen en verder niks mee kon. Een bestaan dat zijn verstandelijke vermogens afstompte. Dro verveelde zich, dag na dag, week na week. Hoewel tijd niet bestond in het hiernamaals leek de tijd te kruipen. Als hij niet al dood was zou hij zich hierdoor meteen van het leven beroven. Dro filosofeerde over het idee zich te verhangen in het hiernamaals. “Zou ik dan in de hel komen, zou mijn volgzame vrouw zich dan ook verhangen, me opwachten in de hel? Of ben ik al in de hel?” Dro had spijt van zijn daad en wilde terug naar de platte planeet. Dro wilde wetenschap bedrijven.

Toen Ka bij de boerderij van Dro aanklopte deed zijn vrouw open. “Is Dro aanwezig?”. “Hier!”, riep Dro naar Ka, “kom binnen!” Dro deelde zijn leed met Ka en huilde bittere tranen. “Was ik maar weer op de platte planeet,” klaagde Dro, “mijn verstand rot weg hier,” “Ik heb je hulp nodig,” zei Ka, “om mijn volk naar een betere wereld te helpen.” “Alleen als ik terug mag naar de platte aarde,” zei Dro op besliste toon, “als ik weg kan uit deze helse verveling.”

En zo geschiedde, Dro mocht terug naar de platte planeet. Ka gaf Dro een liftpas waar ‘begane grond’ op stond. Ka was verbaasd over zijn goddelijke vermogens en vroeg zich af uit welke hoed hij dat pasje had getoverd. Dro draalde niet en stapte meteen in de lift en bedankte Ka en beloofde Mo op te zoeken en hem te helpen bij de tocht naar het door Ka beloofde land.

Ka baalde toen hij zag dat Mo zijn verschijning in de droom alweer vergeten was. Mo was bezig met belangrijkere zaken, zoals een hapje eten, lauwwarm water drinken en zich warmen aan zijn houtvuurtje. Ka had een nieuw plan nodig.

Mo hoorde een geluid uit de kachel, “Mo!, Mo!” Mo vroeg zich af of hij hallucineerde.”Mo!” Mo opende het luikje van de kachel en keek in de vlammetjes en zag de contouren van Ka in het vuur. “Mo! Ik ben het, Ka, je weet wel, de god die de witte bodem van de kolenmijn onthuld heeft. Ik kom je vertellen dat jij de uitverkoren mijnwerker bent, ik heb jou uitgekozen als de profeet die het mijnvolk naar het beloofde land leidt. Later meer!” Mo deed het luikje weer dicht: “uitverkoren mijnwerker?, profeet?, later meer?”

Wat ‘later meer’ betreft, ‘Ka moest nu iets bedenken om zijn volk naar een betere wereld te helpen. Hij besloot daarom af te dalen naar de boerderij van Dro en zijn trouwe vrouw met bijbehorende veestapel. Dro was tenslotte een wetenschapper en zou hem met zijn intellect kunnen helpen met het vinden van de betere wereld die hij voor zijn volk gepland had.

Ka zette zijn jaloezie op het perfecte leven van Dro opzij en daalde af naar het hiernamaals voor gewone mensen om een bezoekje te brengen aan Dro.

9. Mo heeft raar gedroomd

Geplaatst: 9 september, 2019 in Blog

Ka keek machteloos neer op het volk dat hem zo dierbaar was. Hij vroeg aan de goden of hij iets voor zijn volk zou kunnen betekenen. Maar goden deden niets, doen niets en zullen nooit iets doen, zoveel was Ka inmiddels wel duidelijk. Ka besloot daarom te experimenteren met zijn, als die er al waren, goddelijke vermogens. Hij besloot in een droom te verschijnen aan een jonge, sterke mijnwerker. Een persoon die zijn volk zou kunnen leiden naar een betere wereld, naar een, laten we zeggen beloofd land of iets dergelijks. En terwijl hij neerkeek op zijn volk zag hij dat het goed was.

Toen Mo wakker werd krabde hij zich achter de oren. Hij had raar gedroomd en probeerde zich te herinneren waar het over ging, “oh ja, een beloofd land of zo.” Maar zoals het zo vaak met dromen gaat vervaagden de droombeelden snel, sneller dan Mo zijn karige ontbijt kon verschalken; een korstje droog brood en een beker lauwwarm water.

Het was inmiddels winter geworden en de kolen waren zo goed als op. Alleen op de zwarte markt kon je nog kolen en voldoende eten krijgen.

Mo at zo weinig als hij maar kon en geld voor steenkool had hij niet. Het huis van Mo was dan ook koud en kil. Zijn kachel stookte op wat hout dat hij verkregen had door zijn schuur te slopen. Alle bomen in de buurt waren inmiddels omgehakt en opgestookt. Ouderen en zwakkeren stierven door kou en honger. Alleen de sterksten zouden deze winter overleven.

8. Het volk was wel aan een zuivering toe

Geplaatst: 6 september, 2019 in Blog

De priesters luisterden aandachtig naar het relaas van Kena, hoe Ka zich doodwerkte om de witte bodem van de mijnschacht te kunnen onthullen. En dat Ka een god in mensvorm was. En dat de kolenmijn uitgeput was.
De priesters gingen in overleg en Kena mocht wachten in de wachtkamer.
“Als het Klopt wat Kena vertelt, dan krijgen we een kolentekort. En om dat te voorkomen zullen we de distributie van steenkool moeten afknijpen. Dit is een buitenkans om de bevolking te ontdoen van de zwakkelingen en slappelingen. Als we de voedseldistributie ook afknijpen kunnen we ons ras sterk en gezond te houden.”
En zo geschiedde. Pria wenkte de delegatie dat het veilig was binnen te komen. Natuurlijk was dit niet zo. Smo at alle leden van de delegatie, inclusief Kena lekker op. Het lijk van Ka stonk, zelfs voor Smo te erg en werd, nu kolen schaarser werden, verbrand in de kachel.
Pria stuurde een gezant naar de verdeelheerser, met het verzoek de voedseltoevoer en kolentoevoer met twee derde af te knijpen, behalve voor De Vesting; vruchtbare vrouwen waren een prioriteit en konden niet gemist worden.
De verdeelheerser was, net als Smo een creatuur die was gebracht door de voorouders. De verdeelheerser was waker over de eerste levensbehoeften. 
De verdeelheerser kneep de toevoer van kolen en voedsel meteen af.  Het zou een koude en hongerige winter worden. Velen zouden sterven, maar het volk was wel aan een zuivering toe.

7. Beslommeringen in het hiernamaals

Geplaatst: 5 september, 2019 in Blog

Dro en Ka waren samen onderweg naar het hiernamaals. Dro mopperde nog na over het feit dat de aarde plat was en ook de confrontatie met het onwetenschappelijke hiernamaals was voor Dro bijzonder teleurstellend. Terwijl Ka op zijn knieën prevelde en bad voor een mooie boerderij met bijbehorende veestapel en vrouw, keek Dro getergd naar buiten. Dro keek op zijn kaartje waar ‘D’ op stond en keek naar de cijfers en letters die oplichtten. Het was lastig te schatten hoelang Dro moest wachten op ‘zijn’ letter omdat tijd en ruimte in het hiernamaals  relatief waren en wetenschap volstrekt zinloos was geworden. Toen de ‘D’ voor Dro oplichtte ging de deur open. Dro zag een landweggetje met verderop een boerderij met veestapel en een vrouw die hem in alles gelijk zou geven en hem als een slavin zou volgen. Kortom, Dro was in de hel, ‘zijn’ hel, een plek waar nadenken zinloos was en een goed gesprek tot het einde der tijden onmogelijk.
Ka keek jaloers op toen hij zag wat voor fijn plekje Dro in het hiernamaals bemachtigd had. Ka prevelde en bad nog harder terwijl hij hoopvol wachtte tot zijn letter, de letter ‘K’ oplichtte. De deur ging open en al wat Ka zag, er was geen boerderij, geen lieve vrouw en geen veestapel. Ka was namelijk een god geworden en wandelde het godenrijk binnen. In het godenrijk werd niets gedaan. Goden hoefden niks te doen. Mensen dachten namelijk dat als een gebed uitkwam het aan de goden te danken was en als een gebed het beoogde doel niet haalde het aan de persoon zélf lag, ergo, goden deden niks behalve zich vervelen en wat op de mensen neerkijken. Ka baalde en wenste dat hij minder hard had gebeden, dat hij zich niet had doodgewerkt en net als Dro met een mooi boerderijtje, veestapel en bijbehorende vrouw was beloond.

6. De bende van de onderste onderlaag

Geplaatst: 4 september, 2019 in Blog

Vrouwen en kinderen verbleven in ‘De Vesting.’ Vrouwen verlieten De Vesting na hun achtenveertigste levensjaar. De leeftijd waarop, op een uitzondering na, vrouwen geen kinderen meer konden krijgen. Vrouwen waren schaars op de platte planeet. Daarom werd besloten dat alleen de sterkste mannen met de vruchtbare vrouwen mochten vrijen om zich zo van een sterk nageslacht te verzekeren. Daarvoor werden sportdagen bij De Vesting gehouden. Vooral worstelen was populair onder de vrouwen. Maar na je achtenveertigste werd je als vrouw verstoten uit De Vesting en mocht je het verder zelf uitzoeken. Veel vrouwen verminkten zichzelf alvorens ze De Vesting moesten verlaten. Anderen kozen voor sekswerk en behielden hun schoonheid. Dames buiten De Vesting droegen meestal, om begrijpelijke redenen een sluier. De gemiddelde man kwam aan zijn gerief bij de sekswerkers omdat de lat die gelegd werd om met de vrouwen in De Vesting te mogen vrijen voor hen te hoog lag. Vrouwen die voor zelfverminking kozen gingen meestal huishoudelijk werk doen voor heren die zich dat konden veroorloven.  Een keer per jaar werden de ‘oude’ vrouwen op rituele wijze uit De Vesting gejaagd, met veel geschreeuw en gescheld en er werden klappen uitgedeeld met de de spaan.

Souteneurs wachtten dan op de vrouwen die besloten hadden zich in hun levensonderhoud te voorzien met sekswerk. De andere, meestal verminkte vrouwen begaven zich naar de stad om er het beste van te maken met huishoudelijk werk, niet wetend dat ze gedurende één jaar aangerand en misbruikt zouden worden door de onderste onderlaag, de kanslozen, het schuim, een bende die zich in zijn onderhoud voorzag via afpersing, diefstal en andere zaken die het daglicht niet konden verdragen. De vrouwen die dát jaar overleefden, en dat waren er niet veel, konden dan eindelijk een baan zoeken in de stad, terwijl de bende van de onderste onderlaag bij De Vesting wachtte op de volgende lading vrouwen die niet wisten wat hen te wachten stond. En zo ging het ieder jaar.

5. Let niet op de rommel!

Geplaatst: 3 september, 2019 in Blog

De schoonmaakster klopte aan en luisterde even. Niemand thuis. Ze koos een sleutel van haar sleutelbos en opende de deur. “Wat stinkt het hier,” foeterde ze en schudde haar hoofd. Ze liep door naar de bezemkast en greep een emmer, een dweil en een stuk zeep, “altijd dezelfde troep,” zuchtte ze. Ze liep naar buiten om water te pompen. Ze kweet zich van haar taak terwijl ze mopperde over stof, rommel en stank. Foeteren gaf haar een goed gevoel, het gevoel dat ze ergens beter in was dan anderen. Toen ze de deur van de werkkamer opende werd ze bijna bedwelmd door de stank die daar hing. En viel ze bijna flauw toen ze zag wát daar hing. Ze rende schreeuwend naar buiten. “Hij is dood en hangt in de werkkamer,” riep ze. Omstanders vroegen haar wat er aan de hand was. “Dro heeft zichzelf opgehangen! Hij hangt in de werkkamer.” Ze raakte in paniek toen iemand naar de voordeur rende om poolshoogte te nemen. “Let niet op de rommel,” riep ze met overslaande stem, “Ik heb de boel daar nog niet opgeruimd!”