Archief voor november, 2017

Ontgroenen Vindicat-style

Geplaatst: 9 november, 2017 in Blog, column

Vandaag las ik iets over ontgroening bij Vindicat. U mag zelf walgen van het relaas. Ontgroenen Vindicat-style is bedoeld om tot op het bot vernederd te worden. Tot je gereduceerd bent tot een amoebe. En als je het allemaal overleefd hebt mag jij het komend jaar iemand ontgroenen en vernederen. Mag jij een koekje van eigen deeg  uitdelen.

Vindt u het dan merkwaardig dat mensen die, ‘na hun scholing,’ een machtspositie bekleden de neiging hebben om mensen te vernederen alvorens ze je toelaten bij hun ‘incrowd?’ Vindt u het dan merkwaardig dat politici die het voor het zeggen hebben, geneigd zijn mensen die het niet zo breed hebben nog verder in de drek te trappen? Nog dieper te vernederen? ‘Tot het vocht de kansloze mensen uit de oren druipt?’

De link met de mensen die verkracht en aangerand zijn en de #metoo beweging hebben doen ontstaan is dan zo gelegd. Verkrachten en aanranden omdat het kan, omdat je een machtspositie bekleedt, omdat je ongenaakbaar bent. Het willen vernederen is een kankergezwel dat met wortel en tak dient te worden uitgeroeid. Om te beginnen met uitwassen als ontgroening Vindicat-style.

En laat me verder met rust want ik heb de griep.

Advertenties

Joris beleeft een angstig avontuur

Geplaatst: 8 november, 2017 in Blog, Fictie

Onderweg naar de winkel zag Joris dat er verderop een opstootje was. Er werd geroepen en gelachen. Op de rand van het platte dak van een torenflat zat een persoon. “Spring dan!”, riep een toeschouwer. Joris wilde de man terechtwijzen maar besloot, gezien het postuur van de persoon dat toch maar niet te doen.

Kordaat haastte Joris zich naar de ingang van de torenflat, belde bij willekeurige personen aan tot de zoemer van de deur ging en hij naar binnen kon gaan. Joris haastte zich naar de lift en ging naar de bovenste verdieping. Vervolgens nam hij de brandtrap naar het dak van de flat. Eenmaal op het dak zag Joris de man op de rand zitten. Hij luisterde keek naar het gejoel van de mensen beneden die hem uitnodigden te springen.

Joris liep zo kalm mogelijk naar de man om hem over te halen vandaag toch maar niet te springen. Maar toen Joris de rand van het dak naderde werd hij bevangen door zijn hoogtevrees. Joris verstijfde, een paniekaanval had de controle over zijn lijf genomen.

“Kun je mij helpen?”, vroeg Joris met hese stem aan de man die op de rand van het dak zat: “Ik heb hoogtevrees en weet niet hoe ik hier weg moet komen. De man keek op en zag hoe een lijkbleke Joris verstijfd stil stond.

Even later stond Joris samen met de man op de begane grond. “Dank je wel,” zei Joris: Je hebt me uit een penibele situatie bevrijd, ik dacht dat ik doodging.” De man nodigde Joris uit een kopje koffie te drinken in het restaurant verderop zodat hij kon kalmeren van zijn angstige avontuur.

Over de man die alles te verliezen had

Geplaatst: 6 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Tim was die ochtend vroeg wakker. Geldzorgen maalden door zijn hoofd. De hypotheek kon hij niet meer betalen. Zijn baan stond op de tocht. Zijn kinderen wilden studeren. Zijn vrouw liet alles aan hem over. “De ideale vrouw,” dacht Tim destijds, maar inmiddels was haar eeuwige: “Wat jij zegt lieverd,” hem een kwelling geworden.

Tim stapte uit bed, trok zijn badjas aan en beende naar beneden om, onder het genot van een mok oploskoffie en een sjekkie ‘de rekensom’ voor de zoveelste keer te maken. En ook nu weer stond er een dikke ‘min’ achter het eindgetal. Tim nam een flinke haal van zijn peuk. Zijn rechteroog traande van de bijtende rook.

Altijd om klokslag 6 uur ging Tim naar zijn werk. Hij arriveerde daardoor te vroeg op zijn werk en kon dan alvast het werk voorbereiden. ‘Alles om een goede indruk te maken op zijn baas, alles om te ontsnappen aan de volgende ontslagronde. Alles om te voorkomen dat hij zijn huis moest verkopen en ‘het vrouwtje’ teleur moest stellen.’

Dit keer ging Tim vroeger dan gewoonlijk naar zijn werk; hij was immers toch al wakker. In de verte zag hij een zwaailicht. Een agent maande Tim om te stoppen. Er was een ongeluk gebeurd. Het ambulancepersoneel was doende om zo goed en zo kwaad als het ging een gewonde uit een auto te halen en op een brancard te leggen. Tim rolde een sjekkie en toen hij het aanstak kringelde er rook in zijn rechteroog. Met een traan tot gevolg.

Tim keek op de klok. Als hij nu niet vertrok zou hij te laat op zijn werk komen. In het brein van Tim begon het te malen. Zijn baan, de hypotheek, zijn onwetende vrouw, zijn kinderen, zijn.., zijn.. “Ik kom verdomme te laat op mijn werk,” tierde Tim. Hij sprong uit zijn auto en smeekte een agent hem erlangs te laten: “Ik kom te laat op mijn werk,” smeekte Tim: “Mijn baan, alsjeblieft, ik kan er makkelijk langs…”

De agent was onverbiddelijk en keek Tim streng aan. Toen knapte er iets bij Tim. Hij rende naar de ambulance en trok aan de brancard, schopte een deuk in het spatbord en tierde en schreeuwde.

Een agent hield Tim staande. Hij werd achterin een van de politieauto’s gezet, geboeid en wel. Tim zweeg en kalmeerde. Hij wist dat hij alles wat hij had kwijt zou raken. Een last viel van zijn schouders. Tim rolde zo goed en zo kwaad als het ‘geboeid’ ging een sjekkie. Hij nam een opgeluchte haal van zijn peuk. Een traan biggelde langs zijn wang.

Joris en de holle boom bij de vaart

Geplaatst: 3 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris haastte zich naar huis omdat hij niet al te nat wilde worden van de wolkbreuk. De holle boom bij de vaart bracht uitkomst. Joris wurmde zich in de holte van de boom. Joris voelde hoe de boom hem een knuffel gaf en zag hoe de boom zijn door de herfst uitgedunde bladerdak naar voren boog om Joris zoveel mogelijk af te schermen van de stortbui.

Als kind speelde Joris vaak in de holle boom bij de vaart. Dan beleefde hij avonturen met kabouters en trollen. Die hadden steeds ruzie. En Joris hielp altijd de kabouters.

“Weet je nog hoe ik heet?”, vroeg een barse stem aan Joris.  Joris dacht diep na: “Ja,” zei Joris: “Jouw naam is Boombast.” Joris was verbaasd dat de boom hem na al die jaren nog herkende, maar eigenlijk ook niet; bomen hebben net als olifanten een goed ontwikkeld geheugen.

Joris herinnerde zich waardoor Boombast hol was geworden. Dat kwam doordat iemand schuilde onder Boombast tijdens een onweersbui. ‘En de bliksem slaat altijd in op bomen waar iemand onder schuilt.’ Boombast werd geraakt door de bliksem en werd hol.

Er werd op de bast van Boombast geklopt. Een kabouter vroeg of er nog plek was om te schuilen. Joris ging wijdbeens staan om ruimte te maken voor de kletsnatte kabouter. Ook de kabouter kon zich de tijd nog herinneren dat Joris klein was en hoe hij de kabouters dapper hielp in de strijd tegen de trollen.

Het stopte met regenen. Joris bedankte Boombast voor zijn gastvrijheid. De kletsnatte kabouter nam afscheid van Joris met een tik op zijn puntmuts. Joris wuifde en haastte zich naar huis want het begon al te schemeren. En dan komen de trollen uit de grond.

Joris viert Halloween

Geplaatst: 2 november, 2017 in Blog, column, Fictie

Joris had een doos snoep gekocht voor Halloween. En toen hij bij de deur wachtte op de eerste kinderen nam hij een Mars. Een half uur later nam Joris een Twix. En toen de avond om was had Joris nog veel meer gesnoept. De doos met snoep was leeg ondanks dat er niemand had aangebeld.

Joris voelde zich een beetje verdrietig en een beetje misselijk. Een traan van Joris spatte uiteen op de lege doos. Je kon een doffe tik horen. Joris haalde een mes uit de keukenla en sneed het plakband van de bodem van de doos door. Joris vouwde de doos netjes op en legde hem bij het oud papier.

De volgende avond werd er bij Joris aangebeld door een stel kinderen die zich verkleed hadden als spook. Maar Joris had geen snoep meer. De kinderen dropen teleurgesteld af. En later werd er weer aangebeld. Joris besloot alle lichten uit te doen en zette zelfs de tv uit. Joris deed net alsof hij niet thuis was en zat doodstil in een hoek van de kamer.

De volgende avond ging Joris, om het goed te maken bij alle kinderen langs met een nieuwe doos snoep. Toen de doos leeg was ging Joris tevreden naar huis. Er biggelde een traan langs zijn wang, want Joris vond zichzelf best wel lief. En dat is hij ook.