De hel die gene zijde heet

Geplaatst: 22 november, 2017 in Blog, Fictie

Op vrij jonge leeftijd merkte ze dat ze personen kon zien die ‘gewone’ mensen niet konden zien. Ze herinnerde zich hoe vier engeltjes uit de slaapkamermuur verschenen om haar welterusten te wuiven. Ze vertelde erover en merkte dat men het afdeed als ‘lief’ en ‘rijke fantasie.’ Maar ze wist dat het écht was. En ze begreep dat wat ze zag ze beter voor zichzelf kon houden. Naarmate ze ouder werd zag ze andere verschijningen, zowel vriendelijke als ronduit agressieve, schofterige types. Ze leerde de verschijningen te onderscheiden van mensen zoals jij en ik. En zoals dat gaat in dit soort verhalen kreeg ze een vriend. Een vriend die de gewone mensen niet konden zien. Hij was lief voor haar. En zij was lief voor hem. Hij beschermde haar voor de boze buitenwereld en leerde haar de goede van de kwade verschijningen te onderscheiden. Hij legde haar uit dat wat ze zag en meemaakte, geheim moest houden. Hij legde haar uit dat ze alleen hém kon vertrouwen. En dat deed ze ook. Ze voelde zich veilig als hij zich bij haar in de buurt bevond.

Het was een mooie zomerse dag toen ze lag te zonnen op het strand. Haar vriend was bij haar en vertelde hoe graag hij haar bij zich wilde hebben, hoe graag hij haar wilde kunnen voelen en beminnen. Ze sidderde bij de gedachte dat ze samen zouden kunnen vrijen tot het einde der tijden. Maar ze wist dat dat niet kon. En, zoals dat gaat op het strand als het een mooie zomerdag is, vroeg een knappe jongeman aan het meisje hoe laat het was. De jongeman was gespierd, knap en had een zachte, vriendelijke stem. Het meisje keek hem aan en schrok; ze voelde haar verlangen naar een echte fysieke relatie en wist dat dat nooit mogelijk zou zijn met haar huidige vriend: “Half drie.”

Die avond smeekte het meisje haar vriend haar los te laten. Ze wilde vrijen, ze wilde een man, ze wilde kinderen. Ze wilde een ‘gewoon’ mens worden. Maar haar vriend wilde haar niet loslaten en werd jaloers. Hij besloot steeds bij haar in te buurt te blijven en haar tegelijkertijd te negeren. Dat ze wist dat, wat ze ook deed hij altijd zou toekijken, dat hij haar voortdurend zou observeren en bespieden. Hij stuurde andere verschijningen op haar af om haar lastig te vallen, om haar vervelende dingen in te fluisteren, om haar tot waanzin te drijven.

Ze stapte in het huwelijksbootje met de man die haar vroeg hoe laat het was. Ze trouwden klokslag half drie in een kapel bij het strand. Ze gaf hem een innige kus. Haar ‘vriend’ keek zoals altijd toe. Ze had geleerd geen acht meer op hem en op de stemmen die haar de meest vreselijke dingen influisterden te slaan. Ze was, voor zover mogelijk gelukkig.

Haar man overleed vrij kort na haar huwelijk. En je raadt het al, ze kon hem nog steeds ‘zien.’ Hij was in gezelschap van haar ‘andere vriend’ die ze wilde loslaten toen ze behoefte kreeg aan een fysieke relatie. Ze smeekte haar overleden man haar los te laten, maar nu hij had gehoord hoe ze haar eerste vriend had laten vallen, kon daar geen sprake van zijn. Nu twee mannen tegen haar samenspanden werd het haar teveel. De priemende ogen, het gefluister, ze wist zich geen raad.

Ze begon zich af te vragen of het verstandig zou zijn een eind aan haar leven te maken. Of ze tussen wal en schip zou belanden. Of de kwelling na haar dood onverdroten door zou gaan. Zelfmoord was daarom geen optie, en ze besloot een paragnost op te zoeken, iemand die haar zou kunnen helpen zich af te sluiten voor de hel die ‘gene zijde’ heet.

De paragnost die ze uiteindelijk bezocht stond bekend als een charlatan, als iemand die dingen zag die niet bestonden. “Iemand zoals ik,” bedacht het meisje. En toen de paragnost de deur opendeed keek hij het meisje met grote ogen aan. “Vlug,” zei hij en ze haastten zich naar een ruimte die hij ‘safe space’ noemde.

“Hier kunnen ze je niet zien of horen,” zei de paragnost, “hier zul je geen last van ze hebben.” Het meisje kreeg een ritueel aangereikt van de paragnost om gene zijde op een afstand te houden. Een bouwtekening waarin stond hoe je een safe space kon maken waar geesten je niet lastig konden vallen.

Het meisje paste haar rituelen toe en maakte haar safe space, precies volgens de specificaties. Eindelijk voelde ze zich met rust gelaten en veilig. Eindelijk kon ze rustig slapen. En ze sliep tot ze gewekt werd door een agent. Een zaklamp scheen in haar ogen: “Mevrouw?”

Ze zat onder het bloed. In haar woning lagen twee mannen. Ze waren allebei doodgestoken. Specialisten zeiden dat de mannen op rituele wijze gedood waren. Men dacht aan voodoo-praktijken. Ze zag hoe haar safe space behangen was met aluminiumfolie. Het stonk er naar knoflook. “Ben ik gek?” vroeg ze zich af.

Inmiddels is het meisje weer terug in de inrichting waaruit ze ontsnapt was. Haar beide vrienden van gene zijde komen haar dagelijks bezoeken om haar te troosten: “Ze geloven je niet, ze zien niet wat jij kan zien. Er is meer tussen hemel en aarde.” Iedere middag heeft ze een gesprek met haar helderziende die geduldig uitlegt hoe ze zich kan beschermen tegen de invloeden van gene zijde. Maar het meisje heeft de helderziende allang door: “Die is nep.” Ze vertrouwt op haar minnaars die haar beschermen tegen de boze buitenwereld. Zonder hen was ze allang gek geworden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s