Archief voor augustus, 2017

Willem Bosch en Sarah Sluimer zijn via twitter bedreigd en voelden zich genoodzaakt hun accounts te sluiten. Je als gezin niet veilig voelen omdat een stel nazi’s je bloed wel kan drinken. Want zijn pen is te scherp. Zijn humor bijt als een drup zoutzuur dat op het topje van van je alt-rechtse eikel is gevallen.

Was je nazipenis in volle erectie en gereed om het racistische festijn in Charlottesville met een orgasme af te sluiten, was je klaar om verder te spuiten dan ooit te voren… Daar heb je die vermaledijde Willem Bosch met zijn bijtende humor, je erectie weg, je orgasme verder weg dan ooit, je feestje verstoord. Op slag impotent.

En je besluit om hem en zijn gezin met je hersenloze pik om hun oren te slaan. Ze te bedreigen, hun adres en telefoonnummer te publiceren. Je besluit dat het gezin kapot moet omdat ze je nazi-orgie verstoren.

Bedreigd worden via twitter, het is meer mensen overkomen. Om hun mening. Om hun humor. Om hun intellect. Omdat ze zaken zó scherp kunnen stellen met een simpele tweet. Dat je als weldenkend persoon denkt: “Já!, precies, ik wou dat ik het zo zou kunnen verwoorden!”

Jaloersmakende, scherpe, intelligente tweets waar de nazi-twitteraar geen raad mee weet, het antwoord schuldig op moet blijven en voelt hoe hij in 140 tekens of minder compleet voor lul wordt gezet. Impotent wordt gemaakt. Vernederd wordt.

Dus gaat de hersenloze nazi haten, machteloos met geweld dreigen, poogt hij hem en zijn gezin kapot te maken. Want de pen lieve mensen, de pen is in handen van mensen als Willem Bosch scherper dan welk zwaard ook en dient met alle middelen die de nazi voorhanden heeft, bestreden te worden.

//platform.twitter.com/widgets.js

Ik wens Willem en Sarah vanuit het veilige Canada heel veel sterkte toe.

 

Het is er niet pluis

Geplaatst: 11 augustus, 2017 in Blog, column

Het huis achter ons zag er verwaarloosd uit. Van activiteiten was geen sprake. De ramen boven waren afgeplakt met plastic. Ik fantaseerde al jaren over drugs, prostituees en andere duistere taferelen die zich afspeelden in dat pand. Een ding was zeker: “Het is er niet pluis.”
De hond kefte en rende naar de andere kant van de achtertuin. Achter de afrastering keften twee honden naar onze hond. Het was een herrie van jewelste en ik rende naar de afrastering om de hond te kalmeren. Aan de andere kant van de omheining was een dame in haar tuin en doende haar honden te kalmeren. Tot mijn verbazing was alle rotzooi opgeruimd en zag alles er keurig uit. Ze legde me uit dat haar man een paar jaar geleden na 30 jaar huwelijk van haar gescheiden was en dat haar zoon van 25 rond die tijd was overleden. Ze had de boel verwaarloosd omdat hetgeen haar overkomen was teveel voor haar was geweest. En dat ze de boel nu opruimde en opknapte. Oh, en ze heet Tony, is lerares en is van Italiaanse afkomst. Aardig mens en gezellig gebabbeld. Helaas geen drugs en prostitutie. En helaas geen sappig verhaal.

De stervende monarchvlinder

Geplaatst: 10 augustus, 2017 in Blog, column, Natuur

Onderweg stak mijn hond zijn neus in het gras; hij had iets vreemds opgemerkt. Iets zwarts sprong omhoog van het gras. Mijn hond, lafaard die hij is deinsde terug. Ik nam een kijkje en ontwaarde een vlinder. Een grote monarchvlinder.
‘Ik weet het, alle monarchvlinders zijn groot en ‘kleine baby’ hoor je ook niet te zeggen.’
Ik zag dat het dier in levensnood was. Ik nam het natuurwonder in mijn handen en zocht een bloem waar ik het dier op zou kunnen zetten. Merkwaardig genoeg was er geen bloem te zien en ik besloot de monarchvlinder aan zijn lot over te laten. Ik wandelde verder en verbaasde me over de hoeveelheid bloemen om me heen die in volle bloei stonden.

Ook verschenen in 120w.nl

Migrantenprobleem in Noord-Ontario

Geplaatst: 7 augustus, 2017 in Blog, column

“The ‘Bieber’ situation in north Ontario,” meende ik te horen, maar CBC radio bleek het te hebben over migrerende bevers ‘beavers’ in Noord-Ontario.
Door de hogere waterstanden zoeken bevers een veilig heenkomen naar plekken waar een waterstand is die hen bekoort en waar ze een prachtige nieuwe waterkering kunnen bouwen. Je begrijpt, zo’n dam kan land doen overstromen en allerlei ander vervelend overlast opleveren. Om maar te zwijgen over wat er kan gebeuren als er een beverdam instort.
Vervolgens legde men met tips en trucs uit hoe je overlast van de migrerende bevers kan voorkomen. Ik heb het programma niet tot het einde beluisterd omdat ik de hond wilde/moest uitlaten.

Tijdens mijn wandeling realiseerde ik me wat voor rare connotatie ik heb ontwikkeld bij het woord migranten/migreren, hoe ik dan meteen denkt aan vluchtelingen die met bootjes de Middellandse Zee pogen over te steken. En ik bij migrantenprobleem meteen denk aan een stel racisten die vluchtelingen met een denkbeeldige hooivork willen verjagen. Vandaar de kop van dit blog.

Ook bij migrerende bevers heb je personen die het probleem willen oplossen met geweld. Zoals de heer ‘Van Zutphen,’ een Nederlandse naam ik weet het, ik weet het, wat fuck is dat toch met die migranten uit Nederland, die de bevers het liefst wil afschieten om, naar ik aanneem de natuur te beschermen.

Van Zutpen is the director of the Ontario Fur Managers Federation for the Sudbury area.

Een ‘furmanager’ is een mooie naam voor iemand die op alles wil schieten wat een pels heeft en vervolgens roept dat hij de natuur beheert. ‘Ring a bell anyone?’ Check de halvegarenlink en lach/huiver.

Met dank aan  CBCnews-Sudbury en CBC radio Toronto
En ik ga koffie drinken.

Bert is bang voor zichzelf

Geplaatst: 3 augustus, 2017 in Blog, Fictie

Bert zat naast de ongehuwde moeder. Boven hoorde ze haar zoontje huilen. Ze troostte het kind en nam hem mee naar beneden: “Dat is oom Bert, zeg maar dag oom Bert.”  Bert wuifde met een glimlach naar de kleine die alleen maar kon brabbelen: “Tata…”

Na een half uurtje bracht het meisje de kleine die inmiddels in slaap gevallen was terug naar zijn ledikant. Het was weer rustig en ze keken samen tv en dronken een kopje thee met een Bastognekoek. Voorzichtig sloeg Bert een arm om de schouder van het meisje want hij was van plan haar te vertellen dat hij verliefd op haar was en met haar wilde trouwen.

Maar net toen Bert Bert zijn liefde aan het meisje wilde verklaren begon de kleine weer te huilen. Bert voelde zijn bloed van ergernis koken maar probeerde kalm te blijven. “Wil jij even voor me kijken?”, vroeg het meisje aan Bert.

Toen Bert eenmaal boven bij de kleine was probeerde hij hem te sussen. Maar wat Bert ook probeerde, de kleine bleef huilen en ging nu zelfs krijsen. Bert ontplofte van boze onmacht en deed de riem van zijn broek. Toen sloeg hij hem met de riem, net zo lang tot hij stil was. Net zolang tot het doodstil was.

Bert schrok wakker. Naast hem zat het meisje op de rand van het bed. Ze had de kleine, die een huilbui had weer in slaap gesust en terug in zijn ledikant gelegd. Bert kon het nare gevoel van zijn droom niet van zich afzetten en  voelde hoe de tranen uit zijn ogen spatten. “Wat is er toch jongen?”, vroeg het meisje en ze keek Bert liefdevol en bezorgd aan.

Huilend vertelde Bert hoe hij en zijn zus mishandeld werden door hun vader. Dat hij om het minste of geringste een pak slaag met de riem kreeg. En nooit een kik gaf, er nooit om huilde, tot vandaag. Omdat hij bang was, bang was om net zo als zijn vader te zijn en zijn kinderen ook zou gaan slaan.

Het meisje omhelsde Bert en vertelde hoe ze steeds vriendjes had die haar slecht behandelden. En dat ze bang was dat Bert net zo was als haar vorige vriendjes. En dat ze ondanks dat verliefd op Bert was. Bert en het meisje huilden tot ze in in elkaars armen in slaap vielen.

De vader van Bert is dood

Geplaatst: 2 augustus, 2017 in Blog, Fictie

Ze sliep bijzonder goed die nacht. Alles was stil en rustig, sereen zelfs. Ze kon zich niet herinneren ooit zo goed geslapen te hebben. En toen ze die ochtend wakker werd en zag dat haar man dood was, realiseerde ze zich waarom ze goed had geslapen. Geen gesnurk en geen gewoel. En nu haar man dood was realiseerde ze zich dat ze voortaan altijd in alle rust zou kunnen gaan slapen. Geen pak slaag meer. Ze keek nog een keer naar haar levenloze man alvorens ze het laken over zijn hoofd trok en opstond. Toen maakte ze Bert wakker: “Je vader is dood Bert!”, riep ze.

Bert vond het niet erg dat zijn vader dood was. Hij had, zolang hij zich kon herinneren een hekel aan die man. Hij had vaak gefantaseerd over hoe hij de riem van zijn vader zou afpakken om hem er vervolgens een pak slaag mee te geven. “Blij dat hij dood is,” zei Bert droogjes tegen zijn moeder en belde de huisarts.

Bert’s moeder schonk eerbiedig een kopje koffie in voor de dokter en vroeg of hij er een plak Indische cake bij wilde. “Beroerte of hartaanval?”, vroeg de dokter vroom en pakte een formulier uit zijn dokterstas. ” Beroerte,” zei de moeder van Bert, “anders had ik er wel iets van gemerkt toch?” De dokter knikte instemmend en vulde het formulier in en stopte het terug in de dokterstas die hij vervolgens, zoals dokters dat doen, met een ferme ‘klik’ sloot. Nu was de vader van Bert officieel overleden door een beroerte.

De vader van Bert wilde na zijn dood gecremeerd worden. Het idee om te moeten verrotten in de grond tussen de wormen en de maden vond hij verschrikkelijk. Daarom, je raadt het al, besloot Bert’s moeder om haar overleden man niet te cremeren maar te begraven. Het idee dat haar man zou verrotten in de grond en opgevreten zou worden door wormen en maden vond ze wel prettig. Ze vroeg de begrafenisondernemer om hem te begraven in de goedkoopste kist die voorhanden was. En geen grafsteen.

Bert’s vader werd zonder ceremonie begraven. Alleen de personen die de kist droegen en lieten zakken in het daarvoor bestemde gat waren aanwezig. En nadat ze het gat gevuld hadden met modder werden de plaggen gras zo keurig mogelijk terug gelegd en netjes aangestampt. Over een paar weken zou je niet eens meer kunnen zien dat er iemand begraven was. Precies zoals Bert’s moeder het wenste. Alsof hij nooit had bestaan.

Nu haar man dood was kon Bert’s moeder voor het eerst sinds haar huwelijksnacht weer ongestoord slapen. Ze sliep op het logeerbed omdat ‘het bed’ stonk van het lijkvocht van haar overleden man en vervangen moest worden. Ze wilde een nieuw eenpersoonsbed. Want het bed met iemand delen, dat zou ze nooit meer toestaan.