Archief voor juni, 2017

Een nieuw bankstel en tv

Geplaatst: 26 juni, 2017 in Fictie

Mijn vrouw en ik hadden een nieuw bankstel gekocht en een nieuwe tv met grootbeeld. Het kostte alles bij elkaar bijna 5000 euro, maar ik moet zeggen, een hele verbetering vergeleken met onze oude, versleten leren bankstel die aan onze billen plakte als het warm was en in de winter, ondanks een extra deken over het zitgedeelte steenkoud aanvoelde. Om van de tv maar niet te spreken. Die was oud en niet meer van deze tijd.

Maar toen ik een boterhammetje op onze nieuwe aanwinst wilde eten kreeg ik een reprimande van mijn vrouw: “Vanaf nu wordt er niet meer gegeten op onze nieuwe bank.” Ik werd verwezen naar de eethoek die gedekt was met een waterdicht zeiltje. Een bammetje eten voor onze nieuwe breedbeeld was er niet bij. Warm eten op ons nieuwe meubilair kon je sowieso wel vergeten. En onze nieuwe breedbeeld was ondanks zijn formaat nog steeds ver weg vanaf de eethoek. Een van de fijnere momenten in het leven weg, voor nu en voor altijd. 

Ik had nu niet alleen spijt van het betonnen vloertje dat ik gestort had. Het nieuwe meubilair zou mijn leven tot een hel maken. Armoedige spulletjes maken het leven zoveel dragelijker. Maar gedane zaken nemen geen keer. Mijn vrouw zat parmantig in haar nieuwe fauteuil aandachtig de Telegraaf te lezen. “Je zat vroeger toch bij Jonkheer Van Oostrum in de klas?”, vroeg ze me en wees op een foto in de krant. “Hij is verdwenen en volgens onze Telegraaf is er een misdrijf in het spel.”

Betonnen vloertje storten

Geplaatst: 26 juni, 2017 in Fictie

Ik zag een man levenloos liggen in een bekisting voor een betonnen vloer. Of ik dat vloertje wilde storten voor 5000 euro. Extra wel te verstaan. In contanten. Met man en muis.

Ik kende Bert als kind al. Ik weet nog hoe hij altijd op zijn vingers sabbelde in plaats van op zijn duim. Hoe hij geld jatte uit de beurs van zijn moeder om lekkers van te kopen. Chips en snoep. En ik snoepte, spannend als ik het gejat van Bert vond, lekker mee. Bert en ik waren ongeveer even slim. Nou ja, we konden niet meekomen en haakten af van de middelbare school. Ik werd timmerman. Bert leek niets te doen maar had altijd geld zat. Bert kocht op zijn achttiende een gloednieuwe, knalrode VW Polo. Trots reed Bert rond in zijn nieuwe auto. Zijn rijbewijs kwam later wel.

En toen vroeg Bert of ik een betonnen vloertje voor hem wilde storten. En ik kon het geld, karig als mijn inkomen was, wel gebruiken. Bert had alles voor me klaar staan. Een betonmolen, zakjes ‘kant en klaar’ om beton van te draaien, zelfs de bekisting was al getimmerd. Ik hoefde alleen maar wat beton te storten. Een vloertje te leggen. Maar er lag een persoon in de bekisting.

Als in een roes stortte ik beton in de bekisting. Maakte ik de vloer perfect waterpas. Was ik in een uurtje helemaal klaar. Kreeg ik 5000 euro contant in mijn handen. “Hij was nog niet dood weet je,” lacht Bert me toe, “maar nu wel!” Bert schaterlachte en gaf me een schouderklop. “Spreek je later,” zei Bert op serieuze toon en keek me strak aan. “Spreek je later,” mompelde ik. Beduusd droop ik af.

Ik zit nu al tien minuten te zoeken om woorden om hier iets van te zeggen. Het enige wat ik kan weet is dat ik het niet precies weet, dat u het niet precies weet en dat niemand het precies weet. Men voelt zich steeds vlugger in het nauw gedrukt, steeds minder veilig op straat en daar wil men iets mee doen.

Dus gaan we fluiten naar een mooie dame verbieden. Het hinderlijk volgen verbieden. Iemand in het nauw drijven verbieden. De straat is eng en daarom gaan we regels bedenken die bevestigen dat het eng is op straat. Iemand die fluit is eng. Iemand die roept dat hij u knap vindt is eng. Uiteindelijk is iedereen eng. Seksueel eng.

Gelukkig ben ik niet eng. Ik loop, met mijn baseballcap over mijn hoofd getrokken licht gebogen over straat. Ik wil niet opvallen. Stel je voor zeg, dat ik opval, dat ik ‘iets raars’ doe, dat ik fluit of sis.

Ik loop achter een meisje dat in dezelfde richting wandelt als ik. Ik stop ik even. Doe niet al te vrolijk of blij. Zeg niets. ‘Vooral niet fluiten!‘ Wacht tot ze uit het zicht is. Om vervolgens opgelucht, zonder brokken te hebben gemaakt naar huis te lopen.

En het is stil op straat.

De burgemeester van Londen probeert de Londenaren, zoals het een burgemeester betaamt, te manen tot rust en kalmte: ‘No reason to be alarmed.’ ‘Keep calm and chive on,’ zou men zeggen in mijn woonplek.

Maar er is ook nog een president van de Verenigde Staten van Amerika, zijn naam is Donald Trump die een andere mening toegedaan is:

Screenshot from 2017-06-05 10-21-08‘Je moet paniek maken klootzak!, alle moslims detineren, een lynchpartij organiseren, de Londenaren onder de wapenen brengen, je moet razzia’s bij moskeeën organiseren, het leger inschakelen, moslimbuurten bombarderen, enzovoort, enzovoort.’

De president van de Verenigde Staten mensen. ‘The leader of the free world.’ Een kind is het nog. Zowel emotioneel als intellectueel. Met nucleaire wapens als speelgoed. Hij vindt de opwarming van de planeet maar onzin. Vind de vrede bewaren onzin. Hij scheldt op alles en iedereen die niet precies doet zoals hij wil. De planeet heeft te maken met een verwende snotaap die alles kapot wil maken als hij zijn zin niet krijgt. Met zijn ‘covfefe.’ Ik moet er van kotsen.

Over aanslagen en waanzin

Geplaatst: 4 juni, 2017 in Blog, column
Tags:, ,

Mensen zijn boos en terecht. De aanslagen in Londen en Manchester hakken er flink in. Mensen krijgen, als ze dat al niet hebben, een steeds grotere hekel aan moslims, een steeds grotere hekel aan alles wat een tintje heeft: ‘Minder minder minder!’ En wil ze het land uitschoppen. Oorlogsvluchtelingen tegenhouden. Waar rook is, is vuur nietwaar?

In Syrië vallen bommen en granaten. Aanslagen in Afghanistan. Chaos in Libië. Irak ligt in duigen. De mensen daar krijgen, als ze dat al niet hebben, een steeds grotere hekel aan christenen, aan alles wat wit is. En wil ze het land uitschoppen.

Ik neem aan dat u begrijpt waar ik naar toe wil. Een actie lokt een reactie uit. Een oog voor een oog. Een aanslag tijdens concert voor een anonieme bombardement in een of andere moslimstreek waar dode kinderen bij vallen. Een aanslag op een brug om iets wat een westerse mogendheid geflikt heeft in het midden-oosten.

De waanzin heerst. Mensen radicaliseren, waar u ook kijkt. In het oosten én in het westen. Een zeker allooi gooit olie op het vuur voor politiek gewin. In het oosten én in het westen. En mensen slaan door. Worden gek. Laten zich overhalen. En steken een moslim overhoop. Blazen zichzelf op tijdens een concert. Rijden mensen overhoop op een brug. Bombarderen steden waar mensen wonen die u willen aandoen wat wij hen aandoen.

En ik zit me, met al mijn westerse privileges, af te vragen hoe ik een eind moet breien aan mijn betoog. Mijn excuus daarvoor.

Anonieme zaaddonor

Geplaatst: 2 juni, 2017 in Blog, column
Tags:, ,

Ik vraag me wel eens af hoe het is om een kind van een anonieme zaaddonor te zijn. Hoe het is om om te zijn voortgekomen uit een kwak die met behulp van een versleten Candy uit een of andere penis gemolken is. Ik vraag me af hoe de man, die zijn zaad in een potje gedeponeerd heeft zich voelt als hij zijn donatie aflevert bij de balie.

Ik vraag me wel eens af of ik in staat zou zijn zaad te doneren voor mensen die, om welke reden dan ook op die wijze een kind willen verwekken. Wel weet ik wat ik zou vragen als ik de stap zou wagen om mijn zaad te doneren: ‘Heeft u ook wifi?’

Ook verschenen in 120woorden