Allemaal beestjes

Geplaatst: 19 januari, 2016 in Blog, Fictie

Ik werd met een barstende hoofdpijn wakker. Het schemerde. Ik keek om me heen en zag dat ik in de goot lag. Letterlijk. Voorzichtig probeerde ik op te staan, maar ik voelde dat ik beter even kon gaan zitten; er zat te veel drank in mijn lijf om normaal te kunnen functioneren. Een rat keek me aan. Ze verzamelde restjes eetbaar afval voor haar kroost. Ze nodigde me uit om een hapje mee te eten. Ik schudde mijn hoofd; geen honger. Ze had 5 kinderratjes en toen ze ze alle 5 een slab had voorgedaan voerde ze haar kinderen om de beurt een hapje. Na het ontbijt sloegen ze allen een kruisje en dankten ze onze lieve heer voor zijn goede gaven.

Een beetje beduusd van het voorval stond ik op. Voorzichtig waagde ik enkele stappen huiswaarts. De zon scheen inmiddels, ik vervloekte het felle licht van de koperen ploert die mijn ogen en hersenen kwelde. ‘Kijk uit!’,  riep een glanzende zwarte kever in paniek. Toen ik zag dat ik het arme dier bijna had vertrapt bood ik mijn excuus aan en legde ik mijn situatie uit. De kever toonde begrip en wees naar een plasje water: ‘Je zal wel dorst hebben, drink wat van mijn plasje.’ Hoewel mij mond kurkdroog was bedankte ik, tot de niet geringe verbazing van de kever voor de eer; kevers zijn snel beledigd als je geen gebruik maakt van hun gastvrijheid.

Op weg naar huis besloot ik halverwege even te gaan liggen in het uitnodigende groene gras van het park. Ik voelde hoe allerlei beestjes ruim baan voor mijn lijf maakten en hoorde hoe verontwaardigd de beestjes waren over zoveel brutaal gedrag. Ik besloot even een dutje te doen. Even rusten, even bijkomen. Terwijl ik wegdommelde  voelde ik gekriebel op mijn armen en mijn gezicht. Ik deed mijn ogen open en krabde mijn gezicht en armen. Toen zag ik dat zilvervisjes in mijn huid drongen en onderhuids krioelden en en zich voortplantten in een orgie van ongeremde perverse seks.

In blinde paniek rende ik naar huis terwijl ik de zilvervisjes uit mijn armen probeerde te schudden. Uit mijn gezicht probeerde te slaan. Toen ik eenmaal thuis was greep ik een pincet uit mijn EHBO-doos en een aardappelschilmesje uit de keukenla. Toen ik de laatste zilvervis uit mijn lijf had gesneden en had verwijderd met mijn pincet zat ik onder het bloed. Ik douchte al het bloed van me af. Uitgeput viel ik daarna in slaap. Toen ik wakker werd was mijn kater weg. Waren de beestjes weg. Was mijn herinnering aan wat er zich had afgespeeld weg. In de spiegel zag ik dat ik allemaal sneetjes in mijn gezicht en armen had. Ik begreep dat ik weer eens beestjes had gezien, net als de vorige keer en de keer daarvoor. ‘Misschien toch maar eens een keer stoppen met drinken.’ Ik keek in de koelkast. Daar stond nog een fles jenever. En naast de koelkast stond een krat bier. ‘Zonde om weg te gooien.’

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s