Archief voor augustus, 2015

Industrieel geweld

Geplaatst: 10 augustus, 2015 in Blog, column, Dingen van de dag

Toen ik de hond vanmorgen uitliet, zag ik iets op straat liggen; een dode, platgereden muis. Op de een of andere manier overweldigde het tafereel me. Het deed me denken aan  taferelen die je wel eens ziet in documentaires over oorlogen. Doden op het slagveld. Roemloos, naamloos, onherkenbaar en vermorzeld door het industriële oorlogsgeweld.

muis2Ik vroeg me af of het diertje kinderen had, ouders, een familie, een historie. Misschien was het boodschappen aan het doen voor zijn ouders, alvorens het vermorzeld werd onder het industriële geweld van een automobiel. Nu is het zo plat als een dubbeltje en doe ik het enige wat ik kan doen en dat is er gewag van maken. Voor de kinderen, de ouders en alle andere muizen.

Gewag maken, omdat ook uw kind, of misschien uzelf, op een dag ergens kan liggen, dood, door industrieel geweld van welk soort dan ook, plat als een dubbeltje, vermorzeld, roemloos en naamloos.  En zo wil toch niemand aan zijn einde komen?

Advertenties

De Pavlov-hondjes van Geert Wilders

Geplaatst: 7 augustus, 2015 in Blog, column

gebit_van_een_hondU heeft vast wel eens van hem gehoord: Ivan Petrovitsj Pavlov. De man die ontdekte dat als je honden een belletje liet horen alvorens ze eten te geven,  ze in no time al gingen kwijlen van het geluid van het belletje alleen: Het Pavlov-effect. Misschien vraagt u zich af wat dit met Geert wilders heeft te maken.

Geert Wilders liet gisteren een tweetscheet over bootvluchtelingen, iets met terugsturen van bootvluchtelingen. ‘Boeien,’ zou u kunnen zeggen ware het niet dat ene Tanja Jess het waagde een vraag te stellen te stellen aan Geert Wilders: ‘En waar moeten ze dan volgens u naartoe? Hup de gaskamers in? Of op de brandstapel?’

unnamedEn Geert Wilders reageerde met: ‘Gewoon terugsturen? Jess, we can!’ En een scheldkanonnade van PVVers  waar de honden geen brood van lusten volgde. Scheldkanonnades van PVV-adepten, gericht aan Tanja Jess, als Pavlov-hondjes reagerend op een scheet van Geert Wilders, slaafs en hersenloos.

U kan het afdoen met dom en achterlijk, en dat is het natuurlijk ook, maar het is ook gevaarlijk, want deze dommekrachten kunnen op een goede dag hun hooivork uit de schuur halen om in actie te komen tegen ‘iets,‘ vanwege hun Geert.

Tanja Jess zit voorlopig achter een slotje op twitter om van die horde PVV-malloten af te zijn, terecht me dunkt. Ik had nog nooit van haar gehoord, cultuurbarbaar die ik ben, maar voor mij is ze een held.

Waarom die PVV gekkies zo vaak een enge hondenkop als ava hebben? Check de titel van mijn betoog

Eerder verschenen in Krapuul.

Joris en de getinte mannen

Geplaatst: 6 augustus, 2015 in column, Fictie

getintemanHet kon niet uitblijven, Joris raakte in zak en as, uitgemergeld en platzak. Er was niemand die hem hielp. Op een dag naderden er, tot overmaat van ramp, terwijl Joris in arren moede een dutje probeerde te doen in een portiek, een viertal getinte mensen, met baard en al. Ze keken Joris streng aan. Joris schrok: ‘Wat nu?’ Joris was te zwak om te vluchten en besloot het leed dat hem aan zou worden gedaan over zich te laten komen.

De vier mannen raadpleegden elkaar in rappe Arabische taal, onverstaanbaar en eng. Je begrijpt, Joris stond doodsangsten uit en wachtte op de eerste klappen. Een van de mannen, hij droeg teenslippers, sprak Joris aan met een accent waarvan je alleen maar kon huiveren: ‘Wat doe je hier?’ Joris stamelde iets wat het meest op, ‘doet u me alstublieft geen pijn,’ leek.

De getinte mannen keken elkaar aan en spraken wederom enge Arabische woorden met elkaar. ‘Je bent vies,’ zei een van de getinte mannen terwijl hij Joris met vurige ogen aankeek. Joris kromp ineen: ‘Nu zul je het hebben.’ De getinte man met de langste baard draaide aan het slot van de deur in de portiek, ‘kom binnen voor eten en drinken, maar eerst onder de douche.’

Een uur later stond Joris, opgefrist en met gevulde maag weer buiten met vijf euro voor een slaapplek. ‘Niet veel, maar je moet een gegeven paard niet in de bek kijken,’ bedacht Joris wijs.

Joris zoekt een slaapplek

Geplaatst: 4 augustus, 2015 in Fictie

Die dag besloot Joris een slaapplek te zoeken buiten de stad, even weg van alle drukte. Gewapend met een plastic tasje met boterhammetjes met niks en een plastic fles kraanwater wandelde Joris naar het platte land. In de lucht begon het te rommelen en te flitsen. Joris zag dat er een onweersbui op komst was. Joris had op school geleerd nooit onder een boom te schuilen maar in een greppel te gaan liggen als het onweerde. En dat deed Joris dan ook.

stofzuigerStilletjes lag Joris in de greppel, wachtend op wat ging komen. En Joris viel in slaap, en sliep en sliep. Hij droomde van zijn lieve pappa voor wie hij boodschappen deed en eten kookte. Joris droomde dat hij aan het stofzuigen was, en de stofzuiger maakt herrie, steeds meer herrie, tot hij ontplofte. Joris schrok wakker en voelde regendruppels op zijn gezicht, hoorde gerommel in de verte en zag lichtflitsen boven zich.

Gelukkig waaide de bui vlug over en werd Joris nauwelijks nat. Hij viel weer in slaap en droomde verder over het verzorgen van zijn vader; even afwassen en opruimen. Joris droomde over zijn bedje waarin hij stilletjes huilde om zijn vader die het zo moeilijk had, zijn vader die hij steeds tot last was, zijn vader die nu dood was.

De volgende ochtend werd Joris wakker van het geluid van een tractor. Joris keek op, een tractor met erachter een zwiepende maaimachine kwam recht op hem af . Joris haastte zich uit de weg, de boer op de tractor schold hem uit en zijn hond rende achter Joris aan. Joris vluchtte en probeerde over de sloot te springen, maar je raadt het al, zonder polsstok gaat dat niet.

Kletsnat stond Joris op het fietspad. Met eendenkroos in zijn haar en kikkerdril op zijn kleren. Zijn boterhammetjes waren kletsnat en oneetbaar, zijn fles met kraanwater dreef in de sloot. Het kaartje van de gemeente was van hard plastic en intact; misschien dat hij wat geld in het gemeentehuis kon krijgen na al dat leed. Joris bofte want het was mooi weer en hij kon, hoewel hongerig en dorstig, onderweg naar het gemeentehuis mooi opdrogen.

De drie laffe blagen

Geplaatst: 3 augustus, 2015 in Fictie

De man van middelbare leeftijd doet de kofferbak van de auto van zijn ernstig zieke vriendin open om haar boodschappen in te doen. Zijn ernstig zieke vriendin kijkt bewonderend toe hoe hij met handige bewegingen de winkelkar leegt. In de auto van de man van middelbare leeftijd bewondert zijn hond het tafereel: ‘Wat heb ik toch een stoer baasje!’ Maar dan slaat het noodlot toe. Op het moment dat de man van middelbare leeftijd zijn ernstig zieke vriendin in haar auto wil helpen stelen drie laffe blagen de auto van de man van middelbare leeftijd met de hond er nog in. De hond schrikt: ‘Dit is de auto van mijn baasje!’

Razendsnel rijden de drie laffe blagen weg met de auto. ‘Brave hond.’ zegt een van de drie  laffe blagen. De hond geeft het laffe blaag een flinke lik over zijn arm en kwispelt blij. De drie laffe blagen rijden snel naar een vooraf afgesproken plek. De ernstig zieke vriendin van de man op middelbare verschijnt ten tonele. Ze is helemaal niet zo ziek!

De man van middelbare leeftijd blijkt een nieuwe computer gekocht te hebben die de niet-zo-zieke-vriendin wel kan gebruiken. Hij lag panklaar in de kofferbak. Ideaal voor Facebook!  Nadat de computer in bezit was genomen door de niet-zo-zieke-vriendin reden de drie laffe blagen de auto, met de hond er nog in, naar een plekje dat er niet toe doet om vervolgens te verdwijnen als dieven in de nacht.

De volgende dag belde de politie. De auto van de man van middelbare leeftijd was terecht en de hond, hoewel oververhit, had het avontuur overleefd. De man van middelbare leeftijd is blij dat zijn auto terug is, maar nog blijer dat zijn hond weer bij zijn baasje is. Van de drie laffe blagen ontbreekt spoor. Zijn vriendin is wederom doodziek en heeft daardoor 3 extra likes weten te vergaren op facebook.

Joris wordt dakloos

Geplaatst: 2 augustus, 2015 in Fictie

Joris vroeg de woningcorporatie om een nieuw huurhuisje, liefst een beetje voordelig. Helaas waren alle betaalbare huurhuisjes, op het huisje waar Joris uit moest vertrekken na, al verkocht. Joris kreeg een aanbod om het huisje te kopen. Helaas voor Joris wezen alle banken de door Joris aangevraagde hypotheek af.

Daar stond Joris dan, op de stoep, hij keek nog even naar de poster in het raam: ‘Te koop.’ Al wat Joris bezat was een fiets, een koffertje met wat kleren en andere spulletjes en zijn herinneringen. Joris pinkte een traantje weg. Joris had in de buurt nog gevraagd of hij bij iemand kon wonen, maar niemand gaf thuis, Joris stond er alleen voor.

Joris fietste naar mijnheer pastoor, misschien dat hij kon helpen in zijn uur van nood. Mijnheer pastoor gaf Joris een adres voor daklozenopvang, een plek waar hij kon slapen en ontbijten, mits hij niet te dronken was. De opvang was in de stad, een plek waar Joris zelden kwam, een plek waar hij zich niet op zijn gemak voelde.

Joris parkeerde zijn fiets en wandelde de opvang binnen en vroeg om een slaapplek met ontbijt. De mevrouw bekeek Joris eens goed en knikte goedkeurend: ‘Goed.’ Joris kreeg een bonnetje als bewijs dat hij er mocht slapen en ontbijten. Zijn fiets mocht hij op een speciale plek in de opvang parkeren. Helaas was zijn fiets inmiddels gestolen; Joris moest het voorlopig zonder een tweewieler doen.

Die nacht, in de slaapzaal, hoorde Joris veel gekuch en gehoest. Ook het aantal scheten dat er gelaten werd waren niet voor de poes. Joris sliep die nacht slecht en onrustig, hij droomde van zijn vader die hij dood in zijn bed vond, met zijn ene hand aan zijn geslacht en in zijn andere hand een seksboekje. Joris schrok wakker, het beeld van zijn dode vader wilde hem niet loslaten. Joris durfde zelfs niet meer te masturberen uit angst dat hij dan een hartaanval zou krijgen: ‘Wat zouden de mensen daarvan zeggen?’

Toen Joris de volgende ochtend opstond ontdekte hij dat zijn schoenen weg waren, net als zijn broek, beurs, jas en bloes. Schaars gekleed wandelde Joris naar de vrijwilligster die bezig was met het ontbijt voor de daklozen en vroeg om hulp. Ze schudde het hoofd en bekeek zijn lijf eens goed alvorens ze het Leger des Heils belde om kleren voor Joris.

Een paar uur later stond Joris weer buiten, met een briefje voor de gemeente en gekleed in kleren die muf roken. Joris had niets meer, maar gelukkig kon hij met het briefje geld krijgen. Joris kreeg een speciaal kaartje waarmee hij een keer per week wat geld kon halen. Net genoeg voor een boterham. Joris was nu echt dakloos en huilde als een klein kind. Maar er was niemand die hem hoorde; Joris had als kind al geleerd zachtjes te huilen.