Archief voor mei, 2014

Ik ben een ‘One Percenter’

Geplaatst: 7 mei, 2014 in column

Nu ik alcohol heb afgezworen voel ik me een stuk beter. Ik ga weer regelmatig naar de kapper, was me iedere dag, ga minder uit, ben mijn nieuwe vriendin trouw en ik ben fitter. Veel fitter. Want iedere dag zit ik nu te zwoegen tussen fitte mensen in ‘the gym.‘ Tussen brede schouders, borstkassen en spierballen werk ik mijn schema af. Na het sporten even douchen en voor de spiegel kijken of er al iets van een spier valt te ontdekken. Helaas ben ben ik een One Percenter.‘ Dat betekent dat ik tot die ene procent van de bevolking behoor die geen greintje spier kan ontwikkelen.

Toen ik net geboren was, was het het al duidelijk dat ik een slappeling ben. Ik huilde veel, stelde me altijd aan en gaf nooit toe dat iets mijn schuld was want ook geestelijk was ik slap. Rond mijn vijftiende rookte ik al hele dagen wiet en dronk ik bier en jenever dat het een lieve lust was. Ook kon ik geen weerstand bieden aan de seksuele geneugten waardoor ik vrijwel iedere dag wel een of andere meid in bed wist te lullen. Kortom, ik was volmaakt gelukkig.

Maar nu heb ik God gevonden, samen met Jezus. Ik doe geen dingen meer die slap zijn. Ik doe allemaal sterke dingen zoals hardop bidden, niet met mijn vriendin vrijen, niet vloeken en natuurlijk niet drinken en roken. Wanneer ik iets fout heb gedaan geef ik dat altijd eerlijk zonder omwegen toe. En dan vertel ik aan God en Jezus dat ik blij ben dat ik ze heb gevonden, bedank ik ze dat ze me helpen weg te blijven van alle verleidingen die het leven leuk maken.

Op het eind van mijn gebed vraag ik altijd aan God en Jezus of ze mij ook eens een keertje willen vinden want dat lijkt me wel zo eerlijk. Helaas heb ik daar nog steeds geen antwoord op gekregen. De mensen van de kerk zeggen dat ik harder moet bidden, maar ik kan niet harder bidden. Misschien is het mijn slapte? Hoewel ik vroeger slecht was, was ik vroeger ook gelukkig. Natuurlijk ben ik blij dat ik God en Jezus gevonden heb. Maar God en Jezus lijken mij niet te kunnen of willen vinden.

Ik ben een ‘One Percenter,’ God en Jezus. Ik ben nog steeds een slappeling. U heeft me zo geschapen God. Ik heb de kracht niet meer om te doen wat jullie van me verlangen. Daarom ga ik jullie loslaten en ga ik terug naar mijn slappe bestaan. Mochten jullie je daar zorgen over maken God en Jezus, zoek me dan op, ik neem aan dat jullie vast wel een manier weten om me op te sporen. Tot dan zou ik zeggen.

Groeten,

‘One Percenter’

Geen schaduw

Geplaatst: 6 mei, 2014 in column, Fictie

Ik lag lekker te zonnen en liet me zachtjes bedwelmen door flesjes bier met jenever uit de vriezer, toen ik uit de lucht iets steeds dichterbij zag komen. Even dacht ik dat het een vogel was maar nee, het was een zweefvliegtuig in klein formaat dat keurig landde op de tegels van het voetpad. Een muis stapte uit. ‘Mag ik hier even parkeren?’ piepte de muis, ‘er is namelijk geen stijgende lucht,’ en hij wees met zijn pootje naar de blauwe lucht. De muis pakte een doekje om zijn zweefvliegtuig schoon te maken.  Met een schraper schraapte hij vogelstront van het glas van de cockpit. ‘Heb je wat water voor me?’ vroeg de muis beleefd. ‘Emmertje of schaaltje?’, vroeg ik. ‘Schaaltje,’ was zijn antwoord. Ik wilde niet onaardig doen en gaf hem een stukje brood bij het water en even later zat hij lekker te peuzelen van een boterham met water.

Toen de zon achter een wolk verdween wees de muis wederom met zijn pootje naar de lucht. ‘Stijgende lucht,’ piepte de muis verheugd en stapte in zijn zweefvliegtuig. ‘Wil je de cockpit voor me sluiten en mij en mijn zweefvliegtuig een flinke zwiep geven?’ , vroeg de muis, ‘het is tijd om te vertrekken.’ Voor ik aan het verzoek van de muis kon voldoen landde er een torenvalk tussen mij en de muis in het zweefvliegtuig. ‘Geen schaduw,’ kwetterde de torenvalk tevreden, wees met zijn vleugel naar de wolk en graaide de muis uit zijn cockpit. De muis smeekte om genade, maar de torenvalk was onverbiddelijk en onder luid protest van de muis pikte de torenvalk de muis dood om hem vervolgens mee te nemen naar zijn nest. Het werd stil en ik nam nog een ijskoud glaasje jenever dat ik wegspoelde met een flesje bier.

Een muizenauto met trekhaak reed het voetpad op. Een muis stapte uit en inspecteerde het zweefvliegtuig alvorens het aan de trekhaak van zijn muizenauto te bevestigen. Er kwam nog een autootje aan. Met zwaailicht en sirene: piep piep, piep pieeeep! Opeens was het een drukte van belang om het zweefvliegtuig. Vrouw en kinderen huilden, politie probeerde de rust te bewaren, muizenauto met trekhaak probeerde het zweefvliegtuig weg te slepen.

De zon verdween wederom achter een wolk en ik keek eens omhoog. Een tiental roofvogels cirkelde boven het tafereel. ‘Geen schaduw,’ mompelde ik en keek een andere kant op om de natuur in al zijn wreedheid zijn werk te laten doen. Toen de rust weer was teruggekeerd keek ik voorzichtig naar het slachtveld. Er was niets te zien behalve een zweefvliegtuig dat met een trekhaak bevestigd zat aan een muizenauto, een politiemuizenauto en een muizenauto waar vrouw en kinderen van de zweefvliegtuigpiloot in zaten.

Ik heb het zweefvliegtuig en de autootjes weggedaan met als reden: ‘Wegens omstandigheden.’ Ik neem aan dat de muizen het zweefvliegen inmiddels hebben opgegeven want ik heb sindsdien geen zweefvliegtuigjes met muizen meer gezien. Misschien was het een proefdier. Misschien is hij nu een held en wordt hij jaarlijks herdacht. Waarschijnlijk is het volgende zweefvliegtuig van de muizen bewapend met schiettuig en hebben muizenautootjes voortaan luchtafweer, want dat muizen intelligent genoeg moeten worden om zich te kunnen beschermen tegen roofvogels is me nu wel duidelijk.

 

Niet voor niets

Geplaatst: 5 mei, 2014 in Fictie

Ze was rond de veertig, zwarte krullen, rode lippen, rookte filtersigaretten  en hunkerde naar een rondje. Ik gaf haar een rondje en nog een. Ik wilde wel wat met haar en met het juiste alcoholische duwtje zou het vast wel lukken. Het was me al een paar keer overkomen dat ik in dronken toestand niet in staat bleek met een vrouw te vrijen, dus ik hield mijn eigen inname binnen de perken. Na het zoveelste rondje vond ik het wel genoeg.

Ik begon me te vervelen en wilde naar huis om te neuken en te slapen: ‘Ga je mee?’ Ik zag aan haar ogen en haar gezichtsuitdrukking dat ze aan het eind van haar latijn was. ‘Goed,’ zei ze en ik belde een taxi.  Toen we met de taxi naar mijn huis reden friemelde ik even onder haar kleren aan haar borsten, om te controleren of ik geen frigide kat in de zak had meegenomen. Ze drukte haar hand tegen mijn hand die aan haar borst voelde en maakte een ‘hmmmm’ geluid. Ze heeft zin.

Eenmaal binnen eiste ze nog een glaasje sherry. Toen ze uiteindelijk de fles leeg had gezopen gingen we naar boven en deed ze haar kleren uit. De lucht die van haar lijf kwam hield het midden tussen knoflook en chloorwater. Ik stuurde haar onder de douche. Toen ik de douche hoorde deed ik mijn kleren ook uit. We stonden samen onder de douche en ik friemelde wat aan haar geslachtsdelen. Die zijn nu in ieder geval schoon. Ze friemelde wat aan mijn penis, maar wat ze ook deed, mijn penis bleef naar het afvoerputje van de douche wijzen. Het licht in de douche was hard en voor het eerst viel het me op hoe verlopen ze eruit zag. Zij keek natuurlijk naar mijn vierenvijftigjarige lijf en wist dat ze met me zou vrijen als vergoeding voor alle drankjes die ze van me gekregen had en niet voor haar plezier.

Nu we schoon, fris en naakt onder de lakens lagen keken we elkaar eens goed aan. ‘Zullen we lekker gaan slapen?’, vroeg ze voorzichtig. Ze keek me een beetje quasi-angstig aan en kneep haar ogen tot spleetjes samen.’ Is goed, ik word sowieso te oud voor al die drukte. ‘Je bent lief,’ zei  ze en gaf me een kusje op mijn wang. Ik sliep al voor ik me had omgedraaid.

De volgende ochtend werd ik wakker van het gepruttel van de koffie en andere geluiden in de keuken. Toen ik beneden kwam zag ik dat ze mijn badjas aanhad en kwam ik erachter dat ze haar kleren in de wasmachine had draaien. Ze vroeg me of ik het erg vond. Ik schudde het hoofd en schonk mezelf een kopje koffie in. ‘Dakloos?’, vroeg ik meelevend. Ze knikte en keek me wat benepen aan: ‘Ik heb zo lekker geslapen,’ zei ze, ‘bedankt.

‘Ik wil nog wel even met je neuken,’ zei ik nadat ik mijn koffie ophad. De zachte trekken om haar gezicht verhardden zich op slag. Wat dacht jij dan, ik ben niet gek. ‘Ik geef je een extra geeltje voor je diensten, kun je weer even vooruit.’ Ze hield meteen haar hand op. Hoer dat ze is. Toen ik met haar klaar was waren haar kleren schoon en droog. Vanavond zal ze vast weer in de kroeg zitten, verlangend naar een borrel en een lieve man, ze lijkt niet te willen begrijpen dat ze haar drankjes nooit van lieve mannen zal krijgen.

Was ik maar een Rus op de Krim

Geplaatst: 4 mei, 2014 in column

Ik heb de beelden gezien van het oproer in de Oekraïne en ik ben jaloers. Wij moeten het doen met een lullige mars tegen de vrijlating van Volkert van der Graaf. Met vlaggetjes en spandoeken lopen we door de straten en scanderen wij onze leuzen. Heel links Nederland lacht ons uit.
Was ik maar een Rus op de Krim. Ik wil bij een beweging horen waar ik iemand, die niet bij ons hoort, lens kan slaan met een honkbalknuppel. Ik wil door de straten lopen en verstopt onder een bivakmuts en met een kalashnikov in de aanslag de macht overnemen. Honden als Volkert afslachten. Ik wil wonen in een land waar het volk de baas is en niet een stel linkse pennenlikkers die het monopolie op het fatsoen hebben. De echte Nederlanders moeten onder de wapenen om alle buitenlanders het land uit te schoppen. Al die linkse klaplopers van het pluche schoppen. En dan gaan we uit de EUSSR en krijgen we de gulden terug. Dan zal Wilders onze leider zijn en kan hij eindelijk zonder beveiliging ons land bevrijden van al het links gespuis. Alle pedofielen opjagen tot ze allemaal opgepakt zijn. De doodstraf invoeren en een dubbel paspoort verbieden. Strenger straffen, veel strenger straffen. Ik zal niet rusten tot de moordenaar van Pim Fortuin de straf krijgt die hij verdient.

 

Eerder gepubliceerd in Krapuul

Hondenherdenking

Geplaatst: 2 mei, 2014 in column

fikkie-1Rond deze tijd van het jaar gedenk ik in het bijzonder een van mijn honden. Hij heet Fik, en iedere keer als ik denk aan hoe hij aan zijn eind kwam moet ik even huilen. Het staat me nog glashelder voor de geest. Het was in de tijd dat pitbulls nog waren toegestaan en in de tijd dat iedereen bang was voor pitbulls en zijn- of haar eigenaren. Het was in de tijd dat eigenaren van kleine huisdieren zoals mijn lieve shih tzu Fik nog vogelvrij waren.

Het was in de avond en Fik en ik maakten onze laatste wandeling voor die dag. In de verte hoorden Fik en ik geblaf; het klonk alsof er honden aan het vechten waren.  Fik spitste zijn oortjes en keek me aan. Het was alsof Fik me wilde vertellen dat hij me in geval van nood zou beschermen. Fik was net als Flipper, Skippy en Lassie, om over Rin Tin Tin maar te zwijgen, een held die me, indien nodig zou beschermen en hulp voor me zou gaan halen. Opeens kwam er vanuit het wilde geblaf een hond op ons afrennen, een losgeslagen pitbull! 

Natuurlijk rende ik zo hard ik kon weg, maar de pitbull kwam dichterbij en dichterbij. Opeens was het net alsof ik het stemmetje van Fik hoorde, alsof Fik zei: ‘Bind mij hier maar vast baasje, dan hou ik de pitbull zolang mogelijk voor je tegen en heb je tijd om hulp voor me te halen!’ Natuurlijk zei ik tegen Fik dat ik dat niet wilde maar Fik drong aan en drong aan. Ik bezweek onder Fiks druk en bond hem vast aan een paaltje en rende hard weg om hulp te halen.

Achter me hoorde ik hoe Fik zich moedig verdedigde tegen de pitbull; wafwafwaf! Een half uurtje later kwam ik terug met de wijkagent. Al wat we vonden was een wollig stukje huid, dat moest wel van Fik zijn! Fik had de ongelijke strijd verloren, maar hij wilde het zelf zo, natuurlijk had ik mezelf liever aan die paal vastgebonden en Fik uitgestuurd om hulp. Maar dat wilde Fik niet. Want Fik wilde zijn baas redden!

Natuurlijk heb ik sindsdien weer andere honden gehad en heb ik er nu ook een. Maar een hond als Fik heb ik nooit weer gehad. Dat kan natuurlijk ook niet.

Fik jongen, het ga je goed daarboven in de hondenhemel. Ik weet zeker dat je daar een heel fijn plekje hebt waar je heerlijk met andere honden kan spelen en stoeien. En die gemene pitbull zul je nooit meer tegenkomen Fik, want die brandt in de hondenhel tot in de eeuwigheid.

Willen jullie nu weggaan? Ik wil even alleen zijn met mijn verdriet en emotie.

eerder verschenen in Krapuul.

Koopavond

Geplaatst: 1 mei, 2014 in Dingen van de dag, Fictie

Boodschappen doen in de ALDI. Iedere donderdag om half acht gooi ik een muntje in mijn karretje. Haast ik me naar binnen om zo snel mogelijk weer weg te komen. Bij de kassa zie ik een dikke dame afrekenen. Ik maak een kotsbeweging met mijn vinger en mond naar haar. Vet monster!

Ik kan het gewoon niet laten. Ik zie haar iedere week in de ALDI en iedere week moet ik haar even vernederen, hoe dan ook. Soms merken andere klanten dat ik obscene gebaren naar haar maak. De afkeurende blikken van de goegemeente geven mijn missie alleen maar meer glans: Ha! Na het inladen van mijn karretje en het afrekenen sjouw ik met twee volle witte tassen met blauwe opdruk naar huis; ALDI niet ver van huis.

Maar dan hoor ik onderweg een deur opengaan: ‘Jij daar!’ Ik kijk verschrikt op. Een vrouw grijpt me bij de nek en sleurt me met tassen en al naar binnen. Ik kan geen kant op! Ze duwt me op een stoel en bindt me vast: Jij! Het is het dikke monster van de ALDI en ze heeft snode plannen. Ze draagt nu een leren kort broekje waar haar dikke billen uitpuilen. Haar borsten zijn halfbloot en verpakt in iets wat op gescheurd rubber lijkt. Ze draagt rijlaarzen met hoge hakken en met een rijzweep tilt ze mijn kin omhoog: ‘Je bent weer stout geweest!’ Ik moet wel toegeven, al was het maar om een pak slaag te voorkomen, dat ik ‘stout’ was geweest. Dan doet ze een wurghalsband om mijn nek die ze stak aantrekt. Daarna maakt ze de touwen waarmee ik vastgebonden ben los en sleurt ze me naar een houten gevaarte aan de muur waar ze me aan vastbindt aan de voeten en armen.  Met de rug naar haar toe welteverstaan. Dan doet ze me een blinddoek om en een prop in mijn mond. Ze trekt mijn broek naar beneden en slaat me met haar rijzweep op mijn billen tot ze gaan  gloeien. Dan  tikt ze met haar rijzweep tussen mijn benen omhoog  op mijn ballen. Dat doet zeer! ‘Zul je het nooit weer doen?’, zeg ze streng. Ik beloof haar dat ik het nooit weer zal doen. ‘Goed zo,’ zegt ze zachtjes. Ze doet de wurgriem weer om mijn nek en maakt me los. Ze dwing me met mijn broek nog op de enkels op mijn knieën en opent langzaam de rits in haar leren broekje. Met haar wurgriem trekt ze mijn gezicht haar kruis in, en zit ik met mijn mond in haar vervette schaamdelen:  ‘Cunnilingus!‘, roept ze wellustig en ik word gedwongen haar te beffen tot ze aan haar gerief is gekomen.

Verbluft sta ik even later weer op straat met mijn witte tassen met blauwe opdruk en wandel ik naar huis. ‘Druk zeker?’, zegt mijn vrouw als ik binnen kom. ‘Op koopavond is het altijd druk lieverd, maar je weet, ik doe het met plezier voor je.’ antwoord ik en vraag of er nog een kopje koffie is.