Archief voor mei, 2014

Was ik maar een Rus op de Krim

Geplaatst: 4 mei, 2014 in column

Ik heb de beelden gezien van het oproer in de Oekraïne en ik ben jaloers. Wij moeten het doen met een lullige mars tegen de vrijlating van Volkert van der Graaf. Met vlaggetjes en spandoeken lopen we door de straten en scanderen wij onze leuzen. Heel links Nederland lacht ons uit.
Was ik maar een Rus op de Krim. Ik wil bij een beweging horen waar ik iemand, die niet bij ons hoort, lens kan slaan met een honkbalknuppel. Ik wil door de straten lopen en verstopt onder een bivakmuts en met een kalashnikov in de aanslag de macht overnemen. Honden als Volkert afslachten. Ik wil wonen in een land waar het volk de baas is en niet een stel linkse pennenlikkers die het monopolie op het fatsoen hebben. De echte Nederlanders moeten onder de wapenen om alle buitenlanders het land uit te schoppen. Al die linkse klaplopers van het pluche schoppen. En dan gaan we uit de EUSSR en krijgen we de gulden terug. Dan zal Wilders onze leider zijn en kan hij eindelijk zonder beveiliging ons land bevrijden van al het links gespuis. Alle pedofielen opjagen tot ze allemaal opgepakt zijn. De doodstraf invoeren en een dubbel paspoort verbieden. Strenger straffen, veel strenger straffen. Ik zal niet rusten tot de moordenaar van Pim Fortuin de straf krijgt die hij verdient.

 

Eerder gepubliceerd in Krapuul

Hondenherdenking

Geplaatst: 2 mei, 2014 in column

fikkie-1Rond deze tijd van het jaar gedenk ik in het bijzonder een van mijn honden. Hij heet Fik, en iedere keer als ik denk aan hoe hij aan zijn eind kwam moet ik even huilen. Het staat me nog glashelder voor de geest. Het was in de tijd dat pitbulls nog waren toegestaan en in de tijd dat iedereen bang was voor pitbulls en zijn- of haar eigenaren. Het was in de tijd dat eigenaren van kleine huisdieren zoals mijn lieve shih tzu Fik nog vogelvrij waren.

Het was in de avond en Fik en ik maakten onze laatste wandeling voor die dag. In de verte hoorden Fik en ik geblaf; het klonk alsof er honden aan het vechten waren.  Fik spitste zijn oortjes en keek me aan. Het was alsof Fik me wilde vertellen dat hij me in geval van nood zou beschermen. Fik was net als Flipper, Skippy en Lassie, om over Rin Tin Tin maar te zwijgen, een held die me, indien nodig zou beschermen en hulp voor me zou gaan halen. Opeens kwam er vanuit het wilde geblaf een hond op ons afrennen, een losgeslagen pitbull! 

Natuurlijk rende ik zo hard ik kon weg, maar de pitbull kwam dichterbij en dichterbij. Opeens was het net alsof ik het stemmetje van Fik hoorde, alsof Fik zei: ‘Bind mij hier maar vast baasje, dan hou ik de pitbull zolang mogelijk voor je tegen en heb je tijd om hulp voor me te halen!’ Natuurlijk zei ik tegen Fik dat ik dat niet wilde maar Fik drong aan en drong aan. Ik bezweek onder Fiks druk en bond hem vast aan een paaltje en rende hard weg om hulp te halen.

Achter me hoorde ik hoe Fik zich moedig verdedigde tegen de pitbull; wafwafwaf! Een half uurtje later kwam ik terug met de wijkagent. Al wat we vonden was een wollig stukje huid, dat moest wel van Fik zijn! Fik had de ongelijke strijd verloren, maar hij wilde het zelf zo, natuurlijk had ik mezelf liever aan die paal vastgebonden en Fik uitgestuurd om hulp. Maar dat wilde Fik niet. Want Fik wilde zijn baas redden!

Natuurlijk heb ik sindsdien weer andere honden gehad en heb ik er nu ook een. Maar een hond als Fik heb ik nooit weer gehad. Dat kan natuurlijk ook niet.

Fik jongen, het ga je goed daarboven in de hondenhemel. Ik weet zeker dat je daar een heel fijn plekje hebt waar je heerlijk met andere honden kan spelen en stoeien. En die gemene pitbull zul je nooit meer tegenkomen Fik, want die brandt in de hondenhel tot in de eeuwigheid.

Willen jullie nu weggaan? Ik wil even alleen zijn met mijn verdriet en emotie.

eerder verschenen in Krapuul.

Koopavond

Geplaatst: 1 mei, 2014 in Dingen van de dag, Fictie

Boodschappen doen in de ALDI. Iedere donderdag om half acht gooi ik een muntje in mijn karretje. Haast ik me naar binnen om zo snel mogelijk weer weg te komen. Bij de kassa zie ik een dikke dame afrekenen. Ik maak een kotsbeweging met mijn vinger en mond naar haar. Vet monster!

Ik kan het gewoon niet laten. Ik zie haar iedere week in de ALDI en iedere week moet ik haar even vernederen, hoe dan ook. Soms merken andere klanten dat ik obscene gebaren naar haar maak. De afkeurende blikken van de goegemeente geven mijn missie alleen maar meer glans: Ha! Na het inladen van mijn karretje en het afrekenen sjouw ik met twee volle witte tassen met blauwe opdruk naar huis; ALDI niet ver van huis.

Maar dan hoor ik onderweg een deur opengaan: ‘Jij daar!’ Ik kijk verschrikt op. Een vrouw grijpt me bij de nek en sleurt me met tassen en al naar binnen. Ik kan geen kant op! Ze duwt me op een stoel en bindt me vast: Jij! Het is het dikke monster van de ALDI en ze heeft snode plannen. Ze draagt nu een leren kort broekje waar haar dikke billen uitpuilen. Haar borsten zijn halfbloot en verpakt in iets wat op gescheurd rubber lijkt. Ze draagt rijlaarzen met hoge hakken en met een rijzweep tilt ze mijn kin omhoog: ‘Je bent weer stout geweest!’ Ik moet wel toegeven, al was het maar om een pak slaag te voorkomen, dat ik ‘stout’ was geweest. Dan doet ze een wurghalsband om mijn nek die ze stak aantrekt. Daarna maakt ze de touwen waarmee ik vastgebonden ben los en sleurt ze me naar een houten gevaarte aan de muur waar ze me aan vastbindt aan de voeten en armen.  Met de rug naar haar toe welteverstaan. Dan doet ze me een blinddoek om en een prop in mijn mond. Ze trekt mijn broek naar beneden en slaat me met haar rijzweep op mijn billen tot ze gaan  gloeien. Dan  tikt ze met haar rijzweep tussen mijn benen omhoog  op mijn ballen. Dat doet zeer! ‘Zul je het nooit weer doen?’, zeg ze streng. Ik beloof haar dat ik het nooit weer zal doen. ‘Goed zo,’ zegt ze zachtjes. Ze doet de wurgriem weer om mijn nek en maakt me los. Ze dwing me met mijn broek nog op de enkels op mijn knieën en opent langzaam de rits in haar leren broekje. Met haar wurgriem trekt ze mijn gezicht haar kruis in, en zit ik met mijn mond in haar vervette schaamdelen:  ‘Cunnilingus!‘, roept ze wellustig en ik word gedwongen haar te beffen tot ze aan haar gerief is gekomen.

Verbluft sta ik even later weer op straat met mijn witte tassen met blauwe opdruk en wandel ik naar huis. ‘Druk zeker?’, zegt mijn vrouw als ik binnen kom. ‘Op koopavond is het altijd druk lieverd, maar je weet, ik doe het met plezier voor je.’ antwoord ik en vraag of er nog een kopje koffie is.