Archief voor april, 2014

De ware liefde

Geplaatst: 8 april, 2014 in Fictie

De rijkaard kon van alles kopen, maar had alles al gekocht. Het enige wat de rijkaard nog niet had kunnen kopen was de ware liefde. Ware liefde voor het ontbijt, ware liefde tijdens de lunch en ware liefde na het avondeten. Ware liefde hier, ware liefde daar, ware liefde overal. Maar waar de rijkaard ook zocht, hoeveel geld de rijkaard ook bood, de rijkaard kon zijn ware liefde vinden noch kopen. De rijkaard loofde daarom een beloning uit voor degene die de ware liefde had gevonden.

De volgende dag stonden duizenden mensen voor zijn landhuis met hun gevonden ware liefde; jongens, meisjes, volwassenen, bejaarden, zelfs doden waren uit hun graf opgestaan met hun ware liefde. En iedere ware liefde was weer een beetje anders, maar was wel de ware liefde.
De rijkaard, die naast rijk ook rechtvaardig was, moest daarom alle mensen die de ware liefde hadden gevonden een beloning geven. De rijkaard beloonde en beloonde, tot zijn geld op was, tot alles wat hij gekocht had weg was, tot de rijkaard niets meer had. Geen geld, geen landhuis, niets, zelf zijn kleren moest de rijkaard afstaan om iedereen te kunnen belonen.

De armoedzaaier liep in lompen en moest leven van aalmoezen van mensen die een dubbeltje konden missen en van eetbare restjes uit de afvalbak bij de patatboer. Iedere dag bedelde en zocht de armoedzaaier zijn kostje-met-mayonaise bij elkaar en iedere nacht sliep de armoedzaaier onder de brug bij het kanaal.

Op een dag, de armoedzaaier was net klaar met bedelen en eetbare restjes zoeken, kwam er een dame bij de armoedzaaier. Ze was net als de armoedzaaier berooid. Ze vroeg de armoedzaaier of ze ook wat van zijn kostje-met-mayonaise mocht eten. De armoedzaaier vond dat goed en de berooide dame lachte dankbaar naar de armoedzaaier, die dat wel fijn vond. Ze aten samen en ze sliepen samen. Dag na dag en nacht na nacht. De armoedzaaier en de berooide dame kusten elkaar en ze werden verliefd op elkaar. De armoedzaaier was gelukkiger dan ooit en begreep dat hij de ware liefde had gevonden. Echter, hij zou de rest van zijn leven een armoedzaaier blijven en de berooide dame zou de rest van haar leven berooid blijven maar dat gaf niet, want in elkaar hadden ze de ware liefde gevonden. Nou ja, het gaf wel een beetje, want geld is zo gek nog niet natuurlijk.

 

De christenhond

Geplaatst: 7 april, 2014 in column, Dingen van de dag

Het was mijn verjaardag. Mijn schoonzus kwam derhalve even langs en nam haar christenhond mee; ze gaat om redenen die ik niet begrijp, sinds 10 jaar met een christenhond om.

We bespraken de crisis en dat mijn zoon moeite heeft om een baan te vinden. Dat ik me daar zorgen over maakte, dat soort dingen. Opeens begon de christenhond te keffen. ‘Bidden,’ kefte het, en: ‘als je maar wilt, er zijn ook mensen uit de getto die een uitweg vinden, als je maar wilt…’ Ik zei nog tegen de christenhond dat we niet allemaal Justin Bieber kunnen zijn en dat de werkeloosheid niet wordt opgelost met ‘hard genoeg willen,’ maar vergeefs. Mijn schoonzus probeerde haar christenhond nog te sussen, maar het was al te laat. ‘De wereld zal vergaan!’, kefte het, ‘en binnenkort krijgen jullie allemaal het teken van het beest op je lijf getatoeëerd!’ De christenhond oreerde over Armageddon en de dag des oordeels en dat soort dingen. Mijn schoonzus had inmiddels een rood gezicht van boosheid gekregen. Ik ergerde me atheïstisch blauw en wilde het liefs een flinke schop aan haar christenhond geven.

Even later bespraken we de zorg en hoe veel leed er was in verpleeghuizen. ‘Ik ben niet van plan zo ver te laten komen,’ zei ik: ‘als zover ben dat ik stront uit mijn bek schijt, neem ik een pil van Drion, ik kan dat doen omdat ik nergens in geloof,’ en ik stak mijn tong uit naar de christenhond. De christenhond gromde en kefte dat ik in de hel zou komen en dat hij niet voor mij zou bidden als ik dood was. Mijn schoonzus trok hard aan de riem van de christenhond. ‘Sterker nog,’ zei ik: ‘voor ik dood ga neem een ik pil van Drion om jou te pesten christenhond, ik wil niet dat je voor me bidt, want ik wil niet in een hemel zitten met jullie soort, dat zou de hel zijn!’ Ik probeerde de christenhond nog een schop te geven, maar hij wist de stalen neus van mijn dr Martins net te ontwijken.

Het was niet gezellig meer, de sfeer was weg, de christenhond was inmiddels onhandelbaar geworden en mijn schoonzus vertrok met haar christenhond. Die avond belde mijn schoonzus nog op om haar excuus aan te bieden voor haar christenhond en zijn gedrag. Een week later kreeg ik een verlaat verjaardagscadeautje van mijn schoonzus toegestuurd. Het was een doosje met een strik erom. Erin zaten de ballen van haar christenhond.

Mijn eikel is weg

Geplaatst: 6 april, 2014 in Dingen van de dag

Er ging iets niet goed. Ik begreep het pas toen ik na afloop naar mijn lul keek. Mijn eikel was weg! En niet omdat het herfst is, stelletje grapjassen!  Mijn liefje was net zo verbaasd als ik. Ze deed haar mond open om me te laten zien dat mijn eikel zich daar niet bevond. En ze bezwoer me dat ze wel iets had doorgeslikt, maar dat het zeker niet mijn eikel was. Waar was mijn eikel gebleven? Mijn lul was inmiddels slap geworden en het slurfje dat eens mijn trotse eikel omhulde, lubberde verloren aan het eind van mijn lul.
Samen zochten we om mijn eikel, onder de banken en stoelen, onder het bed, in het bed en in alle hoeken en kieren. We vonden knopen, munten en een verschimmelde noot die mijn hart even deed opspringen, maar mijn eikel was nergens te bekennen. We renden naar de woonkamer om te kijken of onze hond mijn eikel had gesnaaid, maar helaas, het leek er op dat ook onze hond van niets wist.
De volgende ochtend ging ik naar de dokter om mijn geval aan hem voor te leggen. Hij legde me uit dat in zeldzame gevallen een eikel om onverklaarbare redenen kan verdwijnen om nooit weer teruggevonden te worden. De dokter stelde me voor om een donor-eikel aan te vragen.
En nu zit ik op een eikel van een donor te wachten. Eikels zijn schaars en ze moeten maar net passen. Natuurlijk zou ik naar China kunnen gaan, om een me een eikel van een geëxecuteerde Chinees te laten aanmeten, maar dat kan ik niet betalen, Bovendien is dat naar mijn smaak, en die van mijn liefje, immoreel.

Heren, mocht u orgaandonor zijn, of willen worden, denk dan ook even aan uw eikel. Misschien wist u het nog niet, maar het kan ook u overkomen dat u uw eikel kwijt raakt, zomaar tijdens het vrijen of gewoon, als u aan het masturberen bent. Immers, een ongeluk zit in een klein hoekje. Tien tegen een dat u dan ook een donor-eikel wenst. Vul daarom uw donorcodicil in, en vergeet niet uw eikel aan te kruisen. En vertel het ook aan uw vrienden, en ieder ander die een eikel heeft, om ook de eikel op het codicil aan te kruisen. Ik wacht intussen vol goede moed af tot er een geschikte eikel voor mij beschikbaar is.  Mijn liefje heeft me belooft dat ze lief zal zijn voor mijn nieuwe eikel en ik beloof u dat ik verantwoordelijk met mijn nieuwe eikel om zal gaan.

Een spook in de kast

Geplaatst: 5 april, 2014 in Fictie

Mijn moeder wilde me niet geloven toen ik haar vertelde dat er een spook in de kast van mijn slaapkamer zat. En daar werd ik boos om. Iedere nacht maakte de spook me wakker met zijn geklop en gefluister. En als de kastdeur niet op slot was, kwam de spook uit de kast en trok het de dekens van mijn bed. Al die jaren was ik doodsbang en werd ik niet geloofd.
Op een dag zag ik een helderziende op Astro tv. Ze legde kaarten en mensen konden haar bellen om raad. Ik besloot haar op te bellen voor hulp. Na twee weken iedere dag pogingen doen om er door te komen, had ik de helderziende eindelijk aan de lijn. Ze vertelde me dat ik de spook met mijn hoofd moest wegjagen. ‘Mentaal,’ noemde ze dat. Ook wist ze me te vertellen dat ik in een vorig leven Karel de Grote ben geweest en dat ik in dit leven gekomen ben om van mijn fouten van toen te leren. Ik schreef op wat ik moest doen om van de spook in de kast af te komen. Toen mijn moeder zag wat ik aan het doen was lachte ze me uit. Ik haatte dat mens; had ik maar een vader, die had me vast wel geholpen!
Nadat ik de kast mentaal had gereinigd met de rituelen die door de Astro tv-helderziende aan mij waren verteld, liet ik de kastdeur van slot. Die nacht wachtte ik in bed af of de spook inderdaad weg was. Maar de spook was niet weg. Ik hoorde voetstappen op de vloer in de richting van mijn bed komen. En toen hoorde ik een stem, zwak en kwetsbaar. Het was de spook die blijkbaar nog steeds ‘leefde.’ De spook vroeg me of ik wilde ophouden met de mentale rituelen omdat ze hem kwelden en pijn deden. Ik dacht even na en kreeg een idee. Ik vroeg de spook een wens voor me te vervullen en mij voortaan met rust te laten, dan zou ik stoppen. De spook ging akkoord.
Die nacht kon ik voor het eerst sinds jaren weer rustig en ononderbroken slapen. Ik werd dan ook bijzonder verkwikt wakker. Die ochtend stond ik op, ontbeet met een gekookt eitje en zwarte koffie en nam een douche. Nadat ik me had aangekleed keek ik eens rond. Het leek alsof er verder geen mens te bekennen was in huis. Ik liep de trap op en klopte op de deur van moeders slaapkamer. Er werd niet gereageerd. Voorzichtig deed ik de deur open en ik zag dat er niemand in de slaapkamer was. Moeders bed was wel beslapen, maar ze was weg. Ik deed de kastdeur van haar slaapkamer open en hoorde geluiden uit de kast komen. Ik hoorde de stem van de spook en het gehuil van mijn moeder. De spook had mijn wens vervuld en zich aan zijn woord gehouden; ik had eindelijk rust.

 

Ongeschoren dame

Geplaatst: 4 april, 2014 in Fictie

En toen stond ik oog in oog met een dame die haar op haar armen had. Haren onder haar oksels. Haar op haar benen. Wat zou er in haar slipje zitten? Die vraag wond me op. Ze leek met ongewone aandacht naar me te kijken. Mijn adem stokte toen ze met wiegende heupen en met een sigaret die een vuurtje behoefde in haar mond, in mijn richting liep. Het was alsof haar warme hand al over mijn geslacht gleed. Ze was groter dan ik en ze liep op stiletto’s. Ze was slank en een beetje gespierd. Ze stond hoog op haar eindeloze benen. Ik snakte even naar adem alvorens haar het vuurtje te geven waar ze om vroeg. Hoewel ik mijn tweede fles wijn bijna leeg gedronken had, stonden mijn zintuigen strak en toen ze een haal nam van haar sigaret, was het alsof het knisperen van het sigarettenpapier luider klonk dan dat van een knetterend haardvuur. Ik kon iedere porie in haar gezicht zien, ieder haartje, alles, haarscherp. Mijn zwarte pupillen overspoelden het blauw van mijn ogen. Mijn wellustige neusgaten snoven haar zuurzoete geur op.

Na afloop van onze vrijage rookten we een sigaretje en dronken we nog een glas wijn. ‘Je bent bezopen,’ merkte ze opeens op, alsof ze dat nog niet wist, de trut. Ik gaf haar geen antwoord en lied mijn handen glijden over het haar van haar benen, kroelde even in het oerwoud voor haar flamoes, voelde even aan haar vochtige schaamlippen en roerde even met mijn middelvinger. ‘Lekker,’ zei ik tegen haar. Ik was vergeten hoe lekker het is om aan een ongeschoren dame te zitten en er mee te vrijen. Ik voelde een harde duizeling tegen mijn hoofd drukken; ik was te dronken geworden en kon beter gaan slapen.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd lag ze nog naast me te snurken. Ik deed het raam open om wat frisse lucht binnen te laten. Ik keek nog even naar haar bebaarde flamoes en het viel me op hoe anders ze er nu uitzag. Nog steeds harig, dat wel, maar alles leek opeens grover, minder aantrekkelijk. Ze leek verdorie wel een vent! Ik walgde een beetje van haar. Bovendien stonk ze een beetje. Ik voelde spijt in me opwellen, het vervelende gevoel dat je ’s ochtends voelt als je veel te veel wijn gedronken hebt. Ik nam een vitamine-B pil om mijn alcoholische ochtendschaamte onder controle te krijgen en verzon een plan om haar sneller weg te werken dan een harige moederbeer haar harige jong uit haar toko kan schoppen.

‘Wat is de schade schatje?’ vroeg ik haar op zuinige toon en met de beurs in de aanslag toen ze wakker werd. Ze gaf me een klap in het gezicht: ‘Denk je dat ik een stoephoer ben of zo?’ Ze trok haastig haar kleren aan en verdween stampvoetend en tierend in de koele ochtendschemering. Ik ging nog even slapen vanwege mijn kater. Rond twaalven werd ik weer wakker, friste mezelf op met een glaasje wijn en nam mezelf voor me alleen nog te laten inpalmen door goed gekapte dames.

Een geluk bij een ongeluk

Geplaatst: 3 april, 2014 in column, Fictie

Ze kreeg een knallende ruzie met haar klant toen ze in plaats van een geeltje een staatslot aangeboden kreeg. Hij zei dat hij op deze manier een smoes had voor zijn vrouw over het verdwenen geeltje. Hij zou haar vertellen dat hij het staatslot verloren had om zo het besteedde geeltje te verklaren. Haar klant had de bon er speciaal voor bewaard. Hoewel ze woest was besloot ze toch maar akkoord te gaan met zijn betaalmiddel en gaf hem een pijpbeurt. Ze hoopte en verwachtte dat ze haar vaste dealer ook kon betalen met een staatslot.
Nadat ze haar klant had uitgezogen racete ze op haar scooter naar haar dealer om te checken hoeveel bruin ze kon krijgen voor een staatslot. Ze besloot er extra hard bij te jammeren voor het beste resultaat. Maar hoe hard ze ook jammerde en mekkerde, de dealer wilde haar geen korreltje bruin geven voor een staatslot. Ze werd wanhopig en wilde het het bij een andere dealer proberen, maar onderweg sloeg ze over de kop met haar scooter. Ze was op slag dood. De politie besloot dat het om een eenzijdig ongeluk ging van een junk waar niemand, behalve de rechtmatige eigenaar van de scooter die total loss was, een traan om zou laten. Achteraf gezien had ze haar scooter beter kunnen verpatsen, dan had ze nu nog geleefd.

Op een goede dag moest ik van de gemeente vrijwillig plantsoenendienst doen en zag ik in de berm een vergeeld damestasje liggen in de modder. Hoewel ik vermoedde dat het ging om weggegooid afval maakte ik het tasje toch even open om te kijken wat er in zat. Er zat een pasfoto van een mevrouw in en in een van de vakjes zat een verfrommeld staatslot. De trekkingsdatum van het staatslot was van een paar maanden terug. Ik besloot het staatslot mee te nemen en het nummer maar eens te checken. Wonder boven wonder was er een prijs op gevallen en niet zo’n kleintje ook. Ik was miljonair. Ik kon dingen gaan kopen. Ik kon dingen gaan doen. Ik was mijnheer geworden.
Nu ben ik een zuinig persoon en wil ik niet meteen dure dingen gaan kopen. Bovendien moet ik er nog aan wennen dat ik rijk ben. Hoe vaak hoor je niet dat winnaars van een loterij al hun geld er doorheen jagen en aan de grond raken. Er is echter een ding dat ik echt graag meteen wil hebben en dat een mooie luxe scooter om in de stad mee te pronken. Ik heb besloten er een goed slot bij te kopen en een allrisk verzekering te nemen, want je weet maar nooit, voor je het weet wordt mijn scooter van me gestolen door een of andere junk die er drugs voor koopt, of het voor me aan gort rijdt.

 

De zonderling

Geplaatst: 1 april, 2014 in Fictie

Als hij een meisje zag dat naar hem lachte, klapte hij dicht. Als hij een groep van zijn leeftijdsgenoten zag, ging hij een blokje om. Hij ontweek iedereen. Niet alleen omdat hij verlegen was, maar vooral omdat hij bang was. Bang om vernederd te worden, bang om uitgelachen te worden. Hij dacht dat hij ongewenst was.
Dan vluchtte hij naar huis, waar hij zich veilig waande. Thuis, waar hij wist waar hij aan toe was. Thuis, waar hij een vader had die hem dagelijks voor rotte vis uitmaakte en op zijn donder gaf.

Gelukkig ontdekte hij dat alcohol zijn angsten weg nam. Hij dronk en werd moedig. Hij kreeg vrienden, hij werd gelukkig. Hij kreeg zelfs een vriendinnetje. Maar op een dag zat hij bevend in een hoekje, omdat hij geen drank meer in huis had en zich bang en eenzaam voelde. ‘Wat is er toch aan de hand?’, vroeg zijn vriendin toen ze hem in die toestand vond. ‘Niets,’ zei hij met een schorre stem en vluchtte naar de slijterij. Hij dronk een fles Tawny Port en knapte weer een beetje op. Hij ging terug naar zijn vriendinnetje en zei dat hij zich weer beter voelde. Echter, het meisje had een stabiele achtergrond en liet zich niet opschepen met een jongen die niet zonder zijn medicijn kon. Ze maakte het op slag uit. Gelaten liet hij het over zich komen en gaf de hele wereld de schuld van zijn leed.

Op een dag ging hij in therapie en tijdens die therapie leerde hij dat hij prima was en er best mocht zijn. Hij kwam er achter dat het aan zijn opvoeding lag. Hij leerde met zijn woede en frustraties om te gaan en kreeg medicijnen om zijn depressie te dempen.
Er werd hem verteld dat de bijwerkingen van de medicijnen minimaal waren, maar dat hij de dokter moest waarschuwen als hij suïcidale gedachten kreeg. Echter, hij voelde zich met de dag beter en sterker.

Op een dag besloot hij zijn vader te confronteren met het leed en onrecht dat hem was aangedaan. Echter, de confrontatie liep uit op een felle ruzie. Hij greep zijn pa bij de keel en kneep die dicht. Zijn vader zakte door de voeten en viel op de keukenvloer. Hij dacht dat hij zijn vader vermoord had en vluchtte. Wanhopig als hij was, fietste hij naar het treinstation en sprong aldaar, overmand door wroeging voor een sneltrein. Hij was op slag dood.

Zijn vader werd wakker in het ziekenhuis; hij had tijdens de ruzie een hartaanval gekregen en was bijtijds gevonden door zijn vrouw.
Toen zijn ouders hoorden dat hun zoon zelfmoord had gepleegd huilde moeder bittere tranen. Vader haalde opgelucht adem: ‘Hij had me zomaar kunnen vermoorden met zijn opvliegende karakter.’