Archief voor april, 2014

Bucket List: Bergbeklimmen

Geplaatst: 12 april, 2014 in Fictie

‘Bergbeklimmen,’ stond er op mijn bucket list. Nu ben ik inmiddels een vijftiger en had ik, zolang als ik me kon herinneren geen noemenswaardige inspanningen gedaan. Ik besloot daarom een personal trainer in dienst te nemen om mijn conditie op peil te brengen.

Ik vond een dame op Facebook die zichzelf coach and personal trainer noemt. Volgens de foto’s had ze een prachtig figuur, en bij het idee alleen dat ze me instructies ging geven kreeg ik het al een beetje warm. Toen ik uitgenodigd werd voor een intake session raakte ik bijzonder opgewonden. Ik vroeg me af of ik eerst zou moeten masturberen alvorens ik bij haar langs ging voor een proefles.

Met sportkleding en een schone badhanddoek in mijn tas belde ik aan. Toen ze opendeed zag ik meteen wat voor vlees ze in haar strak gesneden kuip had: borsten, heupen, tepels, een lach waar ik van smolt en ogen waar ik in verdronk: ‘ik had eerst moeten masturberen!’ Ik raakte dan ook een beetje in paniek toen ik me voorstelde, maar ze vatte het sportief op, stelde me op mijn gemak en sloeg geen acht op mijn erectie.

Ik oefende en ik oefende, en na een uurtje had de personal trainer een oefenschema voor me dat me in een half jaar fit zou maken. Ik moest drie keer per week bij haar langskomen voor anderhalf uur intensief sporten. Na een half jaar was ik er inderdaad klaar voor; ik kon een berg beklimmen!

Ik wilde een berg op met de hulp van Sherpa’s. Want Sherpa’s zijn lieve boeddhisten die heel goed kunnen klimmen en heel erg gehoorzaam zijn. Ik koos voor de Kangchenjunga als te beklimmen berg. Hoewel de Kangchenjunga niet zo hoog is als de Mount Everest vond ik de naam veel interessanter klinken; Kangchenjunga, Kangchenjunga, Kangchenjunga!

Toen ik in Nepal arriveerde stonden de Sherpa’s al op me te wachten. Ze lachten vriendelijk en begroetten me omstandig met handen schudden en beleefd buigen. Een van de Sherpa’s die ik besteld had sprak Engels en met hem ging ik overleggen over de te volgen strategie om de Kangchenjunga te bedwingen. Hij legde me uit dat er twee mogelijkheden waren: de drukke route en de rustige route. De rustige route was iets moeilijker maar het grote voordeel van die route was dat er geen drukte was, geen opstoppingen, geen wachtrijen en je kwam veel minder lijken en stervenden tegen.

Ik koos natuurlijk voor de rustige route en zonder veel noemenswaardige problemen arriveerden we bij de boomgrens. De douane bij de boomgrens vroeg me of ik iets had aan te geven. Ik wees op de Sherpa’s en de goederen die ze voor me droegen. De goederen werden doorzocht en de Sherpa’s werden grondig gevisiteerd met latexhandschoenen zonder glijmiddel. Ik zweer je, het deed mij meer pijn dan die arme Sherpa’s. Een van de Sherpa’s keek omhoog nadat we verder mochten; er was ook nog een sneeuwgrens.

Door mijn goede conditie en de hulp van de brave Sherpa’s klommen we vlotjes naar de top. Onderweg kwamen we nog een bergbeklimmer tegen die stervende was. Ik wilde niet laten merken dat ik eigenlijk een amateur bergbeklimmer was en liet hem derhalve liggen en creperen. Ik moest wel, stel je voor dat ik ontmaskerd zou worden, de Sherpa’s zouden hun respect voor mij op slag verliezen.

Tien meter voor de top van de Kangchenjunga stapte ik uit mijn draagstoel. Het laatste deel zou ik zelf beklimmen! Zuurstofgebrek deed me duizelen maar ik zette door. De adrenaline spoot uit mijn oren.  Ik had de top bereikt! Ik maakte ter afsluiting van de onderneming een selfie op de top van de Kangchenjunga en daalde daarna weer voorzichtig af naar mijn draagstoel. Hoewel de douanes bij de sneeuw- en boomgrens wederom onverbiddelijk streng waren, was de afdaling verder een peulenschil. Ik had een berg beklommen en kon een streep halen door ‘Bergbeklimmen’ in mijn bucket list.

‘Een lenig meisje scoren’ is de volgende opdracht in mijn bucket list en ik heb inmiddels een afspraak met mijn voormalige ‘coach and personal trainer,’ gemaakt. Ik hoop dat ze mij kan helpen om ook daar binnenkort een streep door te kunnen halen.

 

 

 

 

Natte droom

Geplaatst: 11 april, 2014 in column

Toen de limousine stopte en de chauffeur de deur voor me open deed, voelde ik dat er iets niet klopte. Ik stapte uit en raakte verblind door de tientallen lichtflitsen van fotografen die wilden vastleggen hoe ik, ‘als bekende Nederlander’ op de rode loper naar een party wandelde waarvoor ik was uitgenodigd. Toen ik mijn zonnebril opzette om mijn ogen te beschermen tegen de lichtflitsen, merkte ik dat ik geen broek en geen onderbroek aanhad, maar gelukkig leek het erop dat het niemand opgevallen was. Hoewel ik nu me wat ongemakkelijk voelde, wuifde ik beleefd naar de flitsende camera’s die me uitnodigden vriendelijk naar hen te lachen.
Ik merkte dat ik de enige was die deels naakt op het feestje was verschenen. Iedereen was keurig gekleed, incluis onderkleding. Na een drankje, een sigaretje (Ik dacht dat ik niet meer rookte?) en een hapje moest ik naar het toilet. Ik wandelde de trap op naar de toiletten. De toiletten waren allemaal open en hadden geen deur. Het was een drukte van belang bij de toiletten. De toiletten die niet bezet waren bleken verstopt te zijn, waren nat van de urine en bezaaid met fecaliën. Ze waren te smerig om gebruik van te kunnen maken en ik had geen zin om op mijn blote voeten in deze troep te stappen. Bovendien had je op het toilet een prachtig uitzicht op de dansvloer. En de mensen op de dansvloer hadden een prachtig uitzicht op de toiletten. Er was echter één toilet dat niet bezet was en niet verstopt was.  Dat was het toilet dat midden op de dansvloer stond. Ik moest erg nodig en besloot mijn plas aldaar te doen. Haastig liep ik de trap af en spoedde me naar het toilet op de dansvloer. Ook dit toilet had geen deur, bovendien had het geen muren.  Ik nam mijn geslacht ter hand en poogde een plas in de pot te doen. Maar het lukte niet. Geen druppel kon ik eruit persen. Het gevoel dat iedereen me kon zien verkrampte mijn blaasspier. Om me heen zag ik iedereen dansen en drankjes drinken. Niemand leek op me te letten, blijkbaar waren toiletten zonder muren en deuren hier heel gewoon. Ik merkte dat iemand achter me stond. Hij tikte op mijn schouder.  ‘Ik moet poepen,’ zo wist hij me te vertellen. ‘Ik wil plassen,’ legde ik hem uit. Hij keek naar mijn penis en zag dat er niks uit kwam.
Opeens keek iedereen op de dansvloer naar mij en mijn geslacht omdat ik onmachtig was mijn plas te doen. De man na mij liet zijn broek alvast zakken en vroeg me of ik aan de kant wilde gaan. Onverrichter zake stapte ik uit het toilet om ruimte te maken voor de man die inmiddels aan het poepen was, maar ik moest nog steeds nodig.
Ik besloot naar buiten te gaan om op een stil plekje in alle rust mijn plas te kunnen doen. Buiten was het kil; ik wenste dat ik mijn broek en onderbroek niet vergeten was.
Nu ik eindelijk mijn plas heb gedaan doe ik de rits van mijn broek omhoog. (Ik heb weer een broek aan?) Dat lucht op. De broek is kletsnat, dat wel…

Gadverdamme !

 

Gebochelde mannetjes

Geplaatst: 10 april, 2014 in column

Als het donker wordt komen de gebochelde mannetjes buiten. Het gebochelde mannetje is voor de gemiddelde wandelaar onzichtbaar. Brave burgers hebben niets te vrezen van het gebochelde mannetje. Maar gluurders, bespieders en ander pervers volk dat stiekem dingen doet wat niemand mag zien, moeten oppassen. Want gebochelde mannetjes verschijnen waar u gluurt, waar u stiekem naakt oversteekt, waar u perverse dingen doet. Gebochelde mannetjes staan altijd ergens om de hoek klaar om u te betrappen of ergens in de bosjes, om u uit te lachen, altijd daar waar u het juist niet verwacht.
Ik ben geen gebocheld mannetje, maar ik houd wel alles in de gaten, want het lijkt me best wel geil om ook eens een viespeuk te betrappen.

De borsten van de caissière

Geplaatst: 9 april, 2014 in Fictie

Die ochtend had ik een zware kater; ik beefde en zag dingen. De koelkast was leeg en ik had honger en dorst. Ik had trek in een uitsmijter en een fles Seven-Up om alles mee weg te spoelen.
Bevend en met een dikke laag zweet op mijn voorhoofd waagde ik mijn weg naar buiten richting buurtsuper om de hoek. Nu was ik nog nooit nuchter in de buurtsuper geweest en was ik in geen tijden nuchter buiten geweest, dus de zenuwen gierden door mijn keel. Maar ik moest wel, mijn voorraad was op.
Eenmaal in de buurtsuper kwam een kleine mijnheer naar me toe, hij was ongeveer een halve meter hoog en had een kaartje op zijn borst gespeld. Ik moest even bukken om te kunnen lezen wat er op stond:

MANAGER VAN DEZE BUURTSUPER.’

‘Kan ik iets voor u doen mijnheer?’, vroeg de manager van de buurtsuper. Ik hoorde een stem uit zijn keel komen die klonk als iemand die aan een heliumballon had gelurkt. Ik schrok van deze onverwachte interactie en het zweet brak me weer eens uit. ‘Ik red het zo wel manager,’ zei ik beleefd. Ik kom mijn eigen angstzweet inmiddels ruiken; ik moest wel een uur in de wind stinken. Haastig pakte ik wat gesneden spek uit de vleeskoeling, een doosje eieren en een fles Seven-Up.

Onderweg naar de kassa zag ik de manager giechelend en kirrend door de winkel rennen, de caissière rende achter hem aan. Toen de caissière mij zag stopte ze en liep ze pruilend terug naar de kassa. Toen ik ging afrekenen ontwaarde ik het buitenproportionele decolleté van de caissière, dat bewoond werd door een stel enorme borsten. Haar borsten bewogen wellustig op en neer terwijl ze de toetsen van de kassa beroerde. Ik probeerde naar binnen te turen omdat ik een glimp van haar tepels wilde opvangen.

Opeens stond de manager tussen mijn benen. Hij keek omhoog om mij recht in de ogen te kunnen kijken. ‘Anders nog iets mijnheer?’, schreeuwde hij met zijn heliumstem. De manager was zichtbaar boos vanwege mijn pervers getuur naar de borsten van de caissière. Ik schrok en voelde in een vlaag van paniek dat mijn blaasspier slapper werd. Gelukkig wist ik mijn plas net op te houden: ‘Nee mijnheer de manager,’ antwoordde ik bedeesd.
De caissière lachte me satanisch en hard uit. Ik gaf haar mijn beurs omdat ik inmiddels te hard beefde om zelf nog te kunnen afrekenen. Ze likte haar vinger nat met haar lange tong die droop van het kwijl, om de bankbiljetten uit mijn beurs te halen. ‘Nog een kratje Grolsch, beugels,’ fluisterde ik in de borsten van de caissière: ‘alstublieft.’ Die was ik bijna vergeten!

De manager had een prima stel oren en rende met zijn karretje naar de andere kant van de winkel om een kratje Grolsch voor me te halen. De borsten van de caissière bewogen wederom op en neer toen ze het totaal van mijn rekening aanpaste op de kassa.  Mijn ogen probeerden hulpeloos wederom een glimp van de tepels van de caissière op te vangen. En wederom stond de manager tussen mijn benen: ‘Kratje bier viespeuk!’, riep hij streng: ‘beugelflessen!’ De caissière likte opnieuw haar vingers met haar lange, druipende tong. Daarna deed ze het inmiddels natte wisselgeld voor me in mijn beurs.

Toen ik wegging keek ik nog even om en zag ik hoe de manager op de band van de kassa danste en het truitje van de caissière omhoog deed omdat hij met haar borsten wilde spelen. De caissière likte met haar lange tong over het gezicht van de manager die kirde van genot en plezier. Ik vluchtte naar huis en nam een flesje bier, en nog een, en nog een. Ik besloot nooit meer nuchter naar de buurtsuper te gaan.

De ware liefde

Geplaatst: 8 april, 2014 in Fictie

De rijkaard kon van alles kopen, maar had alles al gekocht. Het enige wat de rijkaard nog niet had kunnen kopen was de ware liefde. Ware liefde voor het ontbijt, ware liefde tijdens de lunch en ware liefde na het avondeten. Ware liefde hier, ware liefde daar, ware liefde overal. Maar waar de rijkaard ook zocht, hoeveel geld de rijkaard ook bood, de rijkaard kon zijn ware liefde vinden noch kopen. De rijkaard loofde daarom een beloning uit voor degene die de ware liefde had gevonden.

De volgende dag stonden duizenden mensen voor zijn landhuis met hun gevonden ware liefde; jongens, meisjes, volwassenen, bejaarden, zelfs doden waren uit hun graf opgestaan met hun ware liefde. En iedere ware liefde was weer een beetje anders, maar was wel de ware liefde.
De rijkaard, die naast rijk ook rechtvaardig was, moest daarom alle mensen die de ware liefde hadden gevonden een beloning geven. De rijkaard beloonde en beloonde, tot zijn geld op was, tot alles wat hij gekocht had weg was, tot de rijkaard niets meer had. Geen geld, geen landhuis, niets, zelf zijn kleren moest de rijkaard afstaan om iedereen te kunnen belonen.

De armoedzaaier liep in lompen en moest leven van aalmoezen van mensen die een dubbeltje konden missen en van eetbare restjes uit de afvalbak bij de patatboer. Iedere dag bedelde en zocht de armoedzaaier zijn kostje-met-mayonaise bij elkaar en iedere nacht sliep de armoedzaaier onder de brug bij het kanaal.

Op een dag, de armoedzaaier was net klaar met bedelen en eetbare restjes zoeken, kwam er een dame bij de armoedzaaier. Ze was net als de armoedzaaier berooid. Ze vroeg de armoedzaaier of ze ook wat van zijn kostje-met-mayonaise mocht eten. De armoedzaaier vond dat goed en de berooide dame lachte dankbaar naar de armoedzaaier, die dat wel fijn vond. Ze aten samen en ze sliepen samen. Dag na dag en nacht na nacht. De armoedzaaier en de berooide dame kusten elkaar en ze werden verliefd op elkaar. De armoedzaaier was gelukkiger dan ooit en begreep dat hij de ware liefde had gevonden. Echter, hij zou de rest van zijn leven een armoedzaaier blijven en de berooide dame zou de rest van haar leven berooid blijven maar dat gaf niet, want in elkaar hadden ze de ware liefde gevonden. Nou ja, het gaf wel een beetje, want geld is zo gek nog niet natuurlijk.

 

De christenhond

Geplaatst: 7 april, 2014 in column, Dingen van de dag

Het was mijn verjaardag. Mijn schoonzus kwam derhalve even langs en nam haar christenhond mee; ze gaat om redenen die ik niet begrijp, sinds 10 jaar met een christenhond om.

We bespraken de crisis en dat mijn zoon moeite heeft om een baan te vinden. Dat ik me daar zorgen over maakte, dat soort dingen. Opeens begon de christenhond te keffen. ‘Bidden,’ kefte het, en: ‘als je maar wilt, er zijn ook mensen uit de getto die een uitweg vinden, als je maar wilt…’ Ik zei nog tegen de christenhond dat we niet allemaal Justin Bieber kunnen zijn en dat de werkeloosheid niet wordt opgelost met ‘hard genoeg willen,’ maar vergeefs. Mijn schoonzus probeerde haar christenhond nog te sussen, maar het was al te laat. ‘De wereld zal vergaan!’, kefte het, ‘en binnenkort krijgen jullie allemaal het teken van het beest op je lijf getatoeëerd!’ De christenhond oreerde over Armageddon en de dag des oordeels en dat soort dingen. Mijn schoonzus had inmiddels een rood gezicht van boosheid gekregen. Ik ergerde me atheïstisch blauw en wilde het liefs een flinke schop aan haar christenhond geven.

Even later bespraken we de zorg en hoe veel leed er was in verpleeghuizen. ‘Ik ben niet van plan zo ver te laten komen,’ zei ik: ‘als zover ben dat ik stront uit mijn bek schijt, neem ik een pil van Drion, ik kan dat doen omdat ik nergens in geloof,’ en ik stak mijn tong uit naar de christenhond. De christenhond gromde en kefte dat ik in de hel zou komen en dat hij niet voor mij zou bidden als ik dood was. Mijn schoonzus trok hard aan de riem van de christenhond. ‘Sterker nog,’ zei ik: ‘voor ik dood ga neem een ik pil van Drion om jou te pesten christenhond, ik wil niet dat je voor me bidt, want ik wil niet in een hemel zitten met jullie soort, dat zou de hel zijn!’ Ik probeerde de christenhond nog een schop te geven, maar hij wist de stalen neus van mijn dr Martins net te ontwijken.

Het was niet gezellig meer, de sfeer was weg, de christenhond was inmiddels onhandelbaar geworden en mijn schoonzus vertrok met haar christenhond. Die avond belde mijn schoonzus nog op om haar excuus aan te bieden voor haar christenhond en zijn gedrag. Een week later kreeg ik een verlaat verjaardagscadeautje van mijn schoonzus toegestuurd. Het was een doosje met een strik erom. Erin zaten de ballen van haar christenhond.

Mijn eikel is weg

Geplaatst: 6 april, 2014 in Dingen van de dag

Er ging iets niet goed. Ik begreep het pas toen ik na afloop naar mijn lul keek. Mijn eikel was weg! En niet omdat het herfst is, stelletje grapjassen!  Mijn liefje was net zo verbaasd als ik. Ze deed haar mond open om me te laten zien dat mijn eikel zich daar niet bevond. En ze bezwoer me dat ze wel iets had doorgeslikt, maar dat het zeker niet mijn eikel was. Waar was mijn eikel gebleven? Mijn lul was inmiddels slap geworden en het slurfje dat eens mijn trotse eikel omhulde, lubberde verloren aan het eind van mijn lul.
Samen zochten we om mijn eikel, onder de banken en stoelen, onder het bed, in het bed en in alle hoeken en kieren. We vonden knopen, munten en een verschimmelde noot die mijn hart even deed opspringen, maar mijn eikel was nergens te bekennen. We renden naar de woonkamer om te kijken of onze hond mijn eikel had gesnaaid, maar helaas, het leek er op dat ook onze hond van niets wist.
De volgende ochtend ging ik naar de dokter om mijn geval aan hem voor te leggen. Hij legde me uit dat in zeldzame gevallen een eikel om onverklaarbare redenen kan verdwijnen om nooit weer teruggevonden te worden. De dokter stelde me voor om een donor-eikel aan te vragen.
En nu zit ik op een eikel van een donor te wachten. Eikels zijn schaars en ze moeten maar net passen. Natuurlijk zou ik naar China kunnen gaan, om een me een eikel van een geëxecuteerde Chinees te laten aanmeten, maar dat kan ik niet betalen, Bovendien is dat naar mijn smaak, en die van mijn liefje, immoreel.

Heren, mocht u orgaandonor zijn, of willen worden, denk dan ook even aan uw eikel. Misschien wist u het nog niet, maar het kan ook u overkomen dat u uw eikel kwijt raakt, zomaar tijdens het vrijen of gewoon, als u aan het masturberen bent. Immers, een ongeluk zit in een klein hoekje. Tien tegen een dat u dan ook een donor-eikel wenst. Vul daarom uw donorcodicil in, en vergeet niet uw eikel aan te kruisen. En vertel het ook aan uw vrienden, en ieder ander die een eikel heeft, om ook de eikel op het codicil aan te kruisen. Ik wacht intussen vol goede moed af tot er een geschikte eikel voor mij beschikbaar is.  Mijn liefje heeft me belooft dat ze lief zal zijn voor mijn nieuwe eikel en ik beloof u dat ik verantwoordelijk met mijn nieuwe eikel om zal gaan.

Een spook in de kast

Geplaatst: 5 april, 2014 in Fictie

Mijn moeder wilde me niet geloven toen ik haar vertelde dat er een spook in de kast van mijn slaapkamer zat. En daar werd ik boos om. Iedere nacht maakte de spook me wakker met zijn geklop en gefluister. En als de kastdeur niet op slot was, kwam de spook uit de kast en trok het de dekens van mijn bed. Al die jaren was ik doodsbang en werd ik niet geloofd.
Op een dag zag ik een helderziende op Astro tv. Ze legde kaarten en mensen konden haar bellen om raad. Ik besloot haar op te bellen voor hulp. Na twee weken iedere dag pogingen doen om er door te komen, had ik de helderziende eindelijk aan de lijn. Ze vertelde me dat ik de spook met mijn hoofd moest wegjagen. ‘Mentaal,’ noemde ze dat. Ook wist ze me te vertellen dat ik in een vorig leven Karel de Grote ben geweest en dat ik in dit leven gekomen ben om van mijn fouten van toen te leren. Ik schreef op wat ik moest doen om van de spook in de kast af te komen. Toen mijn moeder zag wat ik aan het doen was lachte ze me uit. Ik haatte dat mens; had ik maar een vader, die had me vast wel geholpen!
Nadat ik de kast mentaal had gereinigd met de rituelen die door de Astro tv-helderziende aan mij waren verteld, liet ik de kastdeur van slot. Die nacht wachtte ik in bed af of de spook inderdaad weg was. Maar de spook was niet weg. Ik hoorde voetstappen op de vloer in de richting van mijn bed komen. En toen hoorde ik een stem, zwak en kwetsbaar. Het was de spook die blijkbaar nog steeds ‘leefde.’ De spook vroeg me of ik wilde ophouden met de mentale rituelen omdat ze hem kwelden en pijn deden. Ik dacht even na en kreeg een idee. Ik vroeg de spook een wens voor me te vervullen en mij voortaan met rust te laten, dan zou ik stoppen. De spook ging akkoord.
Die nacht kon ik voor het eerst sinds jaren weer rustig en ononderbroken slapen. Ik werd dan ook bijzonder verkwikt wakker. Die ochtend stond ik op, ontbeet met een gekookt eitje en zwarte koffie en nam een douche. Nadat ik me had aangekleed keek ik eens rond. Het leek alsof er verder geen mens te bekennen was in huis. Ik liep de trap op en klopte op de deur van moeders slaapkamer. Er werd niet gereageerd. Voorzichtig deed ik de deur open en ik zag dat er niemand in de slaapkamer was. Moeders bed was wel beslapen, maar ze was weg. Ik deed de kastdeur van haar slaapkamer open en hoorde geluiden uit de kast komen. Ik hoorde de stem van de spook en het gehuil van mijn moeder. De spook had mijn wens vervuld en zich aan zijn woord gehouden; ik had eindelijk rust.

 

Ongeschoren dame

Geplaatst: 4 april, 2014 in Fictie

En toen stond ik oog in oog met een dame die haar op haar armen had. Haren onder haar oksels. Haar op haar benen. Wat zou er in haar slipje zitten? Die vraag wond me op. Ze leek met ongewone aandacht naar me te kijken. Mijn adem stokte toen ze met wiegende heupen en met een sigaret die een vuurtje behoefde in haar mond, in mijn richting liep. Het was alsof haar warme hand al over mijn geslacht gleed. Ze was groter dan ik en ze liep op stiletto’s. Ze was slank en een beetje gespierd. Ze stond hoog op haar eindeloze benen. Ik snakte even naar adem alvorens haar het vuurtje te geven waar ze om vroeg. Hoewel ik mijn tweede fles wijn bijna leeg gedronken had, stonden mijn zintuigen strak en toen ze een haal nam van haar sigaret, was het alsof het knisperen van het sigarettenpapier luider klonk dan dat van een knetterend haardvuur. Ik kon iedere porie in haar gezicht zien, ieder haartje, alles, haarscherp. Mijn zwarte pupillen overspoelden het blauw van mijn ogen. Mijn wellustige neusgaten snoven haar zuurzoete geur op.

Na afloop van onze vrijage rookten we een sigaretje en dronken we nog een glas wijn. ‘Je bent bezopen,’ merkte ze opeens op, alsof ze dat nog niet wist, de trut. Ik gaf haar geen antwoord en lied mijn handen glijden over het haar van haar benen, kroelde even in het oerwoud voor haar flamoes, voelde even aan haar vochtige schaamlippen en roerde even met mijn middelvinger. ‘Lekker,’ zei ik tegen haar. Ik was vergeten hoe lekker het is om aan een ongeschoren dame te zitten en er mee te vrijen. Ik voelde een harde duizeling tegen mijn hoofd drukken; ik was te dronken geworden en kon beter gaan slapen.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd lag ze nog naast me te snurken. Ik deed het raam open om wat frisse lucht binnen te laten. Ik keek nog even naar haar bebaarde flamoes en het viel me op hoe anders ze er nu uitzag. Nog steeds harig, dat wel, maar alles leek opeens grover, minder aantrekkelijk. Ze leek verdorie wel een vent! Ik walgde een beetje van haar. Bovendien stonk ze een beetje. Ik voelde spijt in me opwellen, het vervelende gevoel dat je ’s ochtends voelt als je veel te veel wijn gedronken hebt. Ik nam een vitamine-B pil om mijn alcoholische ochtendschaamte onder controle te krijgen en verzon een plan om haar sneller weg te werken dan een harige moederbeer haar harige jong uit haar toko kan schoppen.

‘Wat is de schade schatje?’ vroeg ik haar op zuinige toon en met de beurs in de aanslag toen ze wakker werd. Ze gaf me een klap in het gezicht: ‘Denk je dat ik een stoephoer ben of zo?’ Ze trok haastig haar kleren aan en verdween stampvoetend en tierend in de koele ochtendschemering. Ik ging nog even slapen vanwege mijn kater. Rond twaalven werd ik weer wakker, friste mezelf op met een glaasje wijn en nam mezelf voor me alleen nog te laten inpalmen door goed gekapte dames.

Een geluk bij een ongeluk

Geplaatst: 3 april, 2014 in column, Fictie

Ze kreeg een knallende ruzie met haar klant toen ze in plaats van een geeltje een staatslot aangeboden kreeg. Hij zei dat hij op deze manier een smoes had voor zijn vrouw over het verdwenen geeltje. Hij zou haar vertellen dat hij het staatslot verloren had om zo het besteedde geeltje te verklaren. Haar klant had de bon er speciaal voor bewaard. Hoewel ze woest was besloot ze toch maar akkoord te gaan met zijn betaalmiddel en gaf hem een pijpbeurt. Ze hoopte en verwachtte dat ze haar vaste dealer ook kon betalen met een staatslot.
Nadat ze haar klant had uitgezogen racete ze op haar scooter naar haar dealer om te checken hoeveel bruin ze kon krijgen voor een staatslot. Ze besloot er extra hard bij te jammeren voor het beste resultaat. Maar hoe hard ze ook jammerde en mekkerde, de dealer wilde haar geen korreltje bruin geven voor een staatslot. Ze werd wanhopig en wilde het het bij een andere dealer proberen, maar onderweg sloeg ze over de kop met haar scooter. Ze was op slag dood. De politie besloot dat het om een eenzijdig ongeluk ging van een junk waar niemand, behalve de rechtmatige eigenaar van de scooter die total loss was, een traan om zou laten. Achteraf gezien had ze haar scooter beter kunnen verpatsen, dan had ze nu nog geleefd.

Op een goede dag moest ik van de gemeente vrijwillig plantsoenendienst doen en zag ik in de berm een vergeeld damestasje liggen in de modder. Hoewel ik vermoedde dat het ging om weggegooid afval maakte ik het tasje toch even open om te kijken wat er in zat. Er zat een pasfoto van een mevrouw in en in een van de vakjes zat een verfrommeld staatslot. De trekkingsdatum van het staatslot was van een paar maanden terug. Ik besloot het staatslot mee te nemen en het nummer maar eens te checken. Wonder boven wonder was er een prijs op gevallen en niet zo’n kleintje ook. Ik was miljonair. Ik kon dingen gaan kopen. Ik kon dingen gaan doen. Ik was mijnheer geworden.
Nu ben ik een zuinig persoon en wil ik niet meteen dure dingen gaan kopen. Bovendien moet ik er nog aan wennen dat ik rijk ben. Hoe vaak hoor je niet dat winnaars van een loterij al hun geld er doorheen jagen en aan de grond raken. Er is echter een ding dat ik echt graag meteen wil hebben en dat een mooie luxe scooter om in de stad mee te pronken. Ik heb besloten er een goed slot bij te kopen en een allrisk verzekering te nemen, want je weet maar nooit, voor je het weet wordt mijn scooter van me gestolen door een of andere junk die er drugs voor koopt, of het voor me aan gort rijdt.