Archief voor april, 2014

De scheiding

Geplaatst: 17 april, 2014 in Fictie, Mensen

Het was een heldere nacht en duizenden kometen schoten door de lucht. Overal waren mensen buiten om het spektakel te zien. Natuurlijk deed iedereen zijn of haar wens. Wensen van haat, wensen van liefde en wensen die er tussenin zaten. Soms kwam een wens uit, zoals de wens van mijn buurvrouw, die wenste dat haar man spoedig dood zou gaan. En de wens van een jongen verderop, hij kreeg zijn iPhone de volgende dag.

Er was ook een meisje dat die nacht naar buiten keek. Ze lag in bed en ze was verdrietig. Ze wenste dat haar ouders geen ruzie meer zouden maken. Maar haar wens kwam niet uit. Jaar na jaar vochten haar ouders om grote dingen en om kleine dingen ja, ze vochten zelfs als het meisje trots thuiskwam van school met een prima rapport.

Een paar jaar later, het meisje was inmiddels een puber die naar de middelbare school ging, gebeurde er iets raars. Het meisje kwam thuis van school en haar ouders hadden geen ruzie. Haar ouders zaten samen aan de keukentafel een kopje koffie te drinken. Het meisje was blij, schonk zichzelf een kopje thee in en ging gezellig bij haar ouders zitten. Het meisje vertelde over dit, het meisje vertelde over dat, het meisje vertelde zelfs over een slechte cijfer dat ze voor Frans had gekregen, het maakte niet uit, haar ouders werden niet boos.

‘We moeten je wat vertellen,’ zei de mamma van het meisje toen het even stil was, ‘pappa en mamma gaan scheiden.’ Nu werd het meisje boos:’ Waarom besluiten jullie uit elkaar te gaan op de dag dat jullie geen ruzie hebben?’ riep ze. ‘Waarom zijn jullie niet uit elkaar gegaan toen jullie steeds ruzie hadden?’ ‘We hebben geen ruzie meer omdat we besloten hebben uit elkaar gaan,’ legde haar pappa uit. Ze moesten alle drie huilen.

In de weken voor de pappa van het meisje het huis verliet was alles rustig in huis. Het meisje had het nog nooit zo goed gehad. Mamma was lief, pappa was lief. Het meisje was blij dat er eindelijk geen ruzie was. Het toeval wilde, dat de nacht voor haar pappa zou verhuizen er weer een sterrenregen zou zijn.

Iedereen die die nacht keek deed een wens. Ook het meisje stond buiten te kijken naar het spektakel en ze wenste dat pappa gewoon thuis zou blijven. De pappa van het meisje wenste dat zijn dochter gelukkig zou worden. De mamma van het meisje wenste dat haar toekomstige ex niet zou vechten om ‘haar’ dochter. Mijn buurvrouw stond ook buiten, haar wens was een paar jaar geleden al uitgekomen en ze durfde het dit keer niet aan om weer een wens te doen.

De volgende dag verliet pappa het ouderlijk huis van het meisje. Hij had sinds de beslissing om te scheiden geen ruzie met haar moeder meer gemaakt en zou nooit meer ruzie met haar moeder maken. Ook haar moeder maakte geen ruzie meer met haar vader. De wens van het meisje, die van jaren terug, dat haar ouders geen ruzie meer zouden maken was eindelijk uitgekomen. De prijs die daarvoor moest worden betaald was hoog, maar niet te hoog. Daarom vond het meisje het niet zo erg dat pappa verhuisde. Ze is nog steeds dol op haar pappa en mamma en maakt u zich verder geen zorgen, met het meisje gaat het prima.

Eindelijk Inslapen

Geplaatst: 16 april, 2014 in Fictie

De oude man zat bij de dokter in de wachtkamer. Er waren nog drie patiënten voor hem.

Zijn hondje was een week eerder overleden. Nou ja, ingeslapen bij de arts voor kleine huisdieren. Het baasje was 14 jaar, versleten en kon geen blij hondje meer zijn, vandaar. Ondanks dat het zijn derde hond alweer was die hij had moeten laten inslapen, ondanks dat hij wist dat het zo moest, ondanks dat was het dit keer anders. Zijn verdriet was dit keer geblokkeerd en dat deed pijn in zijn hart. Er was een reden voor zijn blokkade en pijn.

Een half jaar geleden was zijn vrouw overleden. Ze was oud en versleten en ze had, zoals ze dat uitdrukte: ‘Er schoon genoeg van.’ Omdat haar man erg veel van zijn liefste hield, wachtte ze en wachtte ze, tot de koek voor haar op was. Toen ze haar man vertelde dat ze naar de dokter zou gaan omdat ze niet meer wilde leven huilde de man van verdriet. Zijn lieve vrouw huilde mee, maar haar besluit stond vast. ‘Ik wacht tot je al je verdriet om mij kwijt bent,’ zei ze. En een half jaar geleden was het zover en overleed ze met hulp van de dokter. Haar man was natuurlijk nog steeds verdrietig maar het grote verdriet was eruit. Hij kon verder zonder haar.

Maar een week geleden, nadat hij zijn hondje had laten inslapen, werd alles anders. Hij was heel verdrietig maar, zoals ik al eerder vertelde, het zat vast. Dat kwam omdat de oude man alleen zijn verdriet kwijt kon als er een schouder was, een knuffel was, troost was. Dat was al zo toen hij kind was en de schouder van pappa of mamma mocht gebruiken. Toen hij getrouwd was, had hij de schouder van zijn vrouw. En nu zijn hondje overleden was en hij verdrietig was, waren er geen schouders meer over, was er niemand om hem te troosten.

De oude man zat in de wachtkamer bij de dokter en was bijna aan de beurt, er was nog een patiënt voor hem. De oude man gleed van zijn stoel. Hij merkte dat zijn hart geen pijn meer deed. Hij merkte dat hij kon vliegen. Hij vloog en hij vloog, verder en verder omhoog, tot hij niet meer hoger kon. Hij maakte een zachte landing en zag iemand staan: het was zijn liefste vrouw!

De oude man begreep dat hij dood was en huilde en huilde op de schouder van zijn teruggevonden vrouw. Zijn vrouw vroeg hem of hij verdrietig was. De oude man lachte: ‘Ik huil van geluk,’ zei hij: ‘en ik heb nog nooit zo hard gehuild!’ Toen sprong zijn trouwe baasje bij de oude man op: ‘Waf!’ Verderop zag hij zijn 2 honden die hij eerder had. De oude man kon zijn geluk niet op.

‘Wakker worden, wakker worden,’ zei een aardige mijnheer. De aardige mijnheer was een arts in het ziekenhuis. De oude man opende zijn ogen en huilde opnieuw. Hij was niet dood! Een verpleegster gaf de oude man een knuffel om hem te troosten. ‘Dank je wel,’ zei de oude man tegen de verpleegster: ‘dat had ik hard nodig, maar ik heb er schoon genoeg van en de koek is op.’ Een week later mocht de oude man eindelijk inslapen zonder ooit nog wakker hoeven te worden.

Levend aas

Geplaatst: 14 april, 2014 in Fictie

Het visseizoen was geopend, ik was met pensioen dus je raadt het al, ik zat aan de wal met mijn hengel, wormen, maden en ander gerei zoals worstjes, bier en boterhammen, dik belegd met Edammer kaas. Niks fijner dan in je eentje vissen, met als enig gezelschap een hongerige kater en een begerige zeemeeuw, die eendrachtig met mij zaten te turen naar de dobber die, als hij een paar keer onderging, ons waarschuwde voor een lekker hapje.

Het water schitterde in de golven van het viswater, ik kreeg er hoofdpijn van. Ik voelde een zware druk op mijn borst en een stekende pijn. Ik merkte dat ik slap als een vaatdoek werd en omviel. Ik zag mezelf liggen. Blijkbaar was ik dood of had ik een bijna-doodervaring. Ik zag hoe mensen aan de andere kant van de straat naar me toe renden. Een tandeloze, bejaarde man sloeg op mijn borst en gaf me mond op mond beademing. Met zo’n griezel op je bek mag je alleen maar bidden dat je dood blijft. Twee snotapen stalen mijn bier en worstjes; stelletje aasgieren!

Ik was dus inderdaad dood maar ik zweefde nog steeds boven mijn levenloze lijf. Ik had niks voorbereid voor na mijn dood, maar door mijn katholieke achtergrond vond men het verstandig me maar te begraven.  Tijdens mijn begrafenis was het een gesnotter en gemekker van jewelste. Heel het dorp had al mijn zonden vergeven, al mijn escapades waren vergeten, ja zelf mijn ex, die ik regelmatig op haar donder gaf toen we getrouwd waren en bedroog alsof het een sport was, huilde tranen met tuiten. Ik ben een heilige. God, kom me maar halen.

Maar ik bleef in de buurt van mijn lijk. Ik kon mezelf niet verder dan een paar meter van mijn graf verwijderen. Ik zag echter niemand anders bij zijn of haar graf zitten dus het moest wel een tijdelijke toestand zijn. Misschien is er een wachtrij in het hiernamaals? De derde nacht dat ik bij mijn graf vertoefde sloop er iemand naar mijn graf. Het was te donker om te kunnen zien wie het was.

De persoon had een schop bij zich en begon te graven of zijn leven er van af hing. Hij groef mijn kist op en haalde mijn lijk uit de kist om het daarna op een kar te gooien. Daarna gooide de persoon het graf weer dicht en zette hij alles weer netjes op zijn plek. Toen hij mijn lijk meenam zag ik dat het graf onaangeroerd leek. De persoon stopte bij, naar ik aannam zijn huis en toen ik zag wiens huis het was was ik werkelijk een beetje verbaasd. Dat moet Herman zijn! En inderdaad, het was Herman van de viswinkel, ik zag het aan zijn manier van lopen en zijn kleding. Mist hij me zo erg?

Herman legde mijn lijf in een broeierige schuur vol met bromvliegen. Met een Stanleymes sneed Herman allemaal inkepingen in mijn lijf. Ik zag ook andere lijken liggen die allen in een of andere andere staat van ontbinding verkeerden. Ook zag ik de dode personen bij hun lijf zitten. Ik vroeg aan een van de personen, Wim heette hij, wat Herman hier aan het doen was.

Wim lachte me recht in het gezicht uit. ‘Snap je het echt niet?’, lachte hij: ‘Herman heeft een viswinkel en waar staat zijn viswinkel bekend om? Precies, zijn maden, en weet je hoe hij aan die maden komt?’ Ik keek om me heen: ‘Ik geloof dat ik het begrijp,’ antwoordde ik en keek naar mijn lijk waar de eerste bromvliegen inmiddels druk waren met eitjes leggen. Blijkbaar had Herman de hele begraafplaats leeggeroofd voor zijn legendarische maden.

Bucket List: Bergbeklimmen

Geplaatst: 12 april, 2014 in Fictie

‘Bergbeklimmen,’ stond er op mijn bucket list. Nu ben ik inmiddels een vijftiger en had ik, zolang als ik me kon herinneren geen noemenswaardige inspanningen gedaan. Ik besloot daarom een personal trainer in dienst te nemen om mijn conditie op peil te brengen.

Ik vond een dame op Facebook die zichzelf coach and personal trainer noemt. Volgens de foto’s had ze een prachtig figuur, en bij het idee alleen dat ze me instructies ging geven kreeg ik het al een beetje warm. Toen ik uitgenodigd werd voor een intake session raakte ik bijzonder opgewonden. Ik vroeg me af of ik eerst zou moeten masturberen alvorens ik bij haar langs ging voor een proefles.

Met sportkleding en een schone badhanddoek in mijn tas belde ik aan. Toen ze opendeed zag ik meteen wat voor vlees ze in haar strak gesneden kuip had: borsten, heupen, tepels, een lach waar ik van smolt en ogen waar ik in verdronk: ‘ik had eerst moeten masturberen!’ Ik raakte dan ook een beetje in paniek toen ik me voorstelde, maar ze vatte het sportief op, stelde me op mijn gemak en sloeg geen acht op mijn erectie.

Ik oefende en ik oefende, en na een uurtje had de personal trainer een oefenschema voor me dat me in een half jaar fit zou maken. Ik moest drie keer per week bij haar langskomen voor anderhalf uur intensief sporten. Na een half jaar was ik er inderdaad klaar voor; ik kon een berg beklimmen!

Ik wilde een berg op met de hulp van Sherpa’s. Want Sherpa’s zijn lieve boeddhisten die heel goed kunnen klimmen en heel erg gehoorzaam zijn. Ik koos voor de Kangchenjunga als te beklimmen berg. Hoewel de Kangchenjunga niet zo hoog is als de Mount Everest vond ik de naam veel interessanter klinken; Kangchenjunga, Kangchenjunga, Kangchenjunga!

Toen ik in Nepal arriveerde stonden de Sherpa’s al op me te wachten. Ze lachten vriendelijk en begroetten me omstandig met handen schudden en beleefd buigen. Een van de Sherpa’s die ik besteld had sprak Engels en met hem ging ik overleggen over de te volgen strategie om de Kangchenjunga te bedwingen. Hij legde me uit dat er twee mogelijkheden waren: de drukke route en de rustige route. De rustige route was iets moeilijker maar het grote voordeel van die route was dat er geen drukte was, geen opstoppingen, geen wachtrijen en je kwam veel minder lijken en stervenden tegen.

Ik koos natuurlijk voor de rustige route en zonder veel noemenswaardige problemen arriveerden we bij de boomgrens. De douane bij de boomgrens vroeg me of ik iets had aan te geven. Ik wees op de Sherpa’s en de goederen die ze voor me droegen. De goederen werden doorzocht en de Sherpa’s werden grondig gevisiteerd met latexhandschoenen zonder glijmiddel. Ik zweer je, het deed mij meer pijn dan die arme Sherpa’s. Een van de Sherpa’s keek omhoog nadat we verder mochten; er was ook nog een sneeuwgrens.

Door mijn goede conditie en de hulp van de brave Sherpa’s klommen we vlotjes naar de top. Onderweg kwamen we nog een bergbeklimmer tegen die stervende was. Ik wilde niet laten merken dat ik eigenlijk een amateur bergbeklimmer was en liet hem derhalve liggen en creperen. Ik moest wel, stel je voor dat ik ontmaskerd zou worden, de Sherpa’s zouden hun respect voor mij op slag verliezen.

Tien meter voor de top van de Kangchenjunga stapte ik uit mijn draagstoel. Het laatste deel zou ik zelf beklimmen! Zuurstofgebrek deed me duizelen maar ik zette door. De adrenaline spoot uit mijn oren.  Ik had de top bereikt! Ik maakte ter afsluiting van de onderneming een selfie op de top van de Kangchenjunga en daalde daarna weer voorzichtig af naar mijn draagstoel. Hoewel de douanes bij de sneeuw- en boomgrens wederom onverbiddelijk streng waren, was de afdaling verder een peulenschil. Ik had een berg beklommen en kon een streep halen door ‘Bergbeklimmen’ in mijn bucket list.

‘Een lenig meisje scoren’ is de volgende opdracht in mijn bucket list en ik heb inmiddels een afspraak met mijn voormalige ‘coach and personal trainer,’ gemaakt. Ik hoop dat ze mij kan helpen om ook daar binnenkort een streep door te kunnen halen.

 

 

 

 

Natte droom

Geplaatst: 11 april, 2014 in column

Toen de limousine stopte en de chauffeur de deur voor me open deed, voelde ik dat er iets niet klopte. Ik stapte uit en raakte verblind door de tientallen lichtflitsen van fotografen die wilden vastleggen hoe ik, ‘als bekende Nederlander’ op de rode loper naar een party wandelde waarvoor ik was uitgenodigd. Toen ik mijn zonnebril opzette om mijn ogen te beschermen tegen de lichtflitsen, merkte ik dat ik geen broek en geen onderbroek aanhad, maar gelukkig leek het erop dat het niemand opgevallen was. Hoewel ik nu me wat ongemakkelijk voelde, wuifde ik beleefd naar de flitsende camera’s die me uitnodigden vriendelijk naar hen te lachen.
Ik merkte dat ik de enige was die deels naakt op het feestje was verschenen. Iedereen was keurig gekleed, incluis onderkleding. Na een drankje, een sigaretje (Ik dacht dat ik niet meer rookte?) en een hapje moest ik naar het toilet. Ik wandelde de trap op naar de toiletten. De toiletten waren allemaal open en hadden geen deur. Het was een drukte van belang bij de toiletten. De toiletten die niet bezet waren bleken verstopt te zijn, waren nat van de urine en bezaaid met fecaliën. Ze waren te smerig om gebruik van te kunnen maken en ik had geen zin om op mijn blote voeten in deze troep te stappen. Bovendien had je op het toilet een prachtig uitzicht op de dansvloer. En de mensen op de dansvloer hadden een prachtig uitzicht op de toiletten. Er was echter één toilet dat niet bezet was en niet verstopt was.  Dat was het toilet dat midden op de dansvloer stond. Ik moest erg nodig en besloot mijn plas aldaar te doen. Haastig liep ik de trap af en spoedde me naar het toilet op de dansvloer. Ook dit toilet had geen deur, bovendien had het geen muren.  Ik nam mijn geslacht ter hand en poogde een plas in de pot te doen. Maar het lukte niet. Geen druppel kon ik eruit persen. Het gevoel dat iedereen me kon zien verkrampte mijn blaasspier. Om me heen zag ik iedereen dansen en drankjes drinken. Niemand leek op me te letten, blijkbaar waren toiletten zonder muren en deuren hier heel gewoon. Ik merkte dat iemand achter me stond. Hij tikte op mijn schouder.  ‘Ik moet poepen,’ zo wist hij me te vertellen. ‘Ik wil plassen,’ legde ik hem uit. Hij keek naar mijn penis en zag dat er niks uit kwam.
Opeens keek iedereen op de dansvloer naar mij en mijn geslacht omdat ik onmachtig was mijn plas te doen. De man na mij liet zijn broek alvast zakken en vroeg me of ik aan de kant wilde gaan. Onverrichter zake stapte ik uit het toilet om ruimte te maken voor de man die inmiddels aan het poepen was, maar ik moest nog steeds nodig.
Ik besloot naar buiten te gaan om op een stil plekje in alle rust mijn plas te kunnen doen. Buiten was het kil; ik wenste dat ik mijn broek en onderbroek niet vergeten was.
Nu ik eindelijk mijn plas heb gedaan doe ik de rits van mijn broek omhoog. (Ik heb weer een broek aan?) Dat lucht op. De broek is kletsnat, dat wel…

Gadverdamme !

 

Gebochelde mannetjes

Geplaatst: 10 april, 2014 in column

Als het donker wordt komen de gebochelde mannetjes buiten. Het gebochelde mannetje is voor de gemiddelde wandelaar onzichtbaar. Brave burgers hebben niets te vrezen van het gebochelde mannetje. Maar gluurders, bespieders en ander pervers volk dat stiekem dingen doet wat niemand mag zien, moeten oppassen. Want gebochelde mannetjes verschijnen waar u gluurt, waar u stiekem naakt oversteekt, waar u perverse dingen doet. Gebochelde mannetjes staan altijd ergens om de hoek klaar om u te betrappen of ergens in de bosjes, om u uit te lachen, altijd daar waar u het juist niet verwacht.
Ik ben geen gebocheld mannetje, maar ik houd wel alles in de gaten, want het lijkt me best wel geil om ook eens een viespeuk te betrappen.

De borsten van de caissière

Geplaatst: 9 april, 2014 in Fictie

Die ochtend had ik een zware kater; ik beefde en zag dingen. De koelkast was leeg en ik had honger en dorst. Ik had trek in een uitsmijter en een fles Seven-Up om alles mee weg te spoelen.
Bevend en met een dikke laag zweet op mijn voorhoofd waagde ik mijn weg naar buiten richting buurtsuper om de hoek. Nu was ik nog nooit nuchter in de buurtsuper geweest en was ik in geen tijden nuchter buiten geweest, dus de zenuwen gierden door mijn keel. Maar ik moest wel, mijn voorraad was op.
Eenmaal in de buurtsuper kwam een kleine mijnheer naar me toe, hij was ongeveer een halve meter hoog en had een kaartje op zijn borst gespeld. Ik moest even bukken om te kunnen lezen wat er op stond:

MANAGER VAN DEZE BUURTSUPER.’

‘Kan ik iets voor u doen mijnheer?’, vroeg de manager van de buurtsuper. Ik hoorde een stem uit zijn keel komen die klonk als iemand die aan een heliumballon had gelurkt. Ik schrok van deze onverwachte interactie en het zweet brak me weer eens uit. ‘Ik red het zo wel manager,’ zei ik beleefd. Ik kom mijn eigen angstzweet inmiddels ruiken; ik moest wel een uur in de wind stinken. Haastig pakte ik wat gesneden spek uit de vleeskoeling, een doosje eieren en een fles Seven-Up.

Onderweg naar de kassa zag ik de manager giechelend en kirrend door de winkel rennen, de caissière rende achter hem aan. Toen de caissière mij zag stopte ze en liep ze pruilend terug naar de kassa. Toen ik ging afrekenen ontwaarde ik het buitenproportionele decolleté van de caissière, dat bewoond werd door een stel enorme borsten. Haar borsten bewogen wellustig op en neer terwijl ze de toetsen van de kassa beroerde. Ik probeerde naar binnen te turen omdat ik een glimp van haar tepels wilde opvangen.

Opeens stond de manager tussen mijn benen. Hij keek omhoog om mij recht in de ogen te kunnen kijken. ‘Anders nog iets mijnheer?’, schreeuwde hij met zijn heliumstem. De manager was zichtbaar boos vanwege mijn pervers getuur naar de borsten van de caissière. Ik schrok en voelde in een vlaag van paniek dat mijn blaasspier slapper werd. Gelukkig wist ik mijn plas net op te houden: ‘Nee mijnheer de manager,’ antwoordde ik bedeesd.
De caissière lachte me satanisch en hard uit. Ik gaf haar mijn beurs omdat ik inmiddels te hard beefde om zelf nog te kunnen afrekenen. Ze likte haar vinger nat met haar lange tong die droop van het kwijl, om de bankbiljetten uit mijn beurs te halen. ‘Nog een kratje Grolsch, beugels,’ fluisterde ik in de borsten van de caissière: ‘alstublieft.’ Die was ik bijna vergeten!

De manager had een prima stel oren en rende met zijn karretje naar de andere kant van de winkel om een kratje Grolsch voor me te halen. De borsten van de caissière bewogen wederom op en neer toen ze het totaal van mijn rekening aanpaste op de kassa.  Mijn ogen probeerden hulpeloos wederom een glimp van de tepels van de caissière op te vangen. En wederom stond de manager tussen mijn benen: ‘Kratje bier viespeuk!’, riep hij streng: ‘beugelflessen!’ De caissière likte opnieuw haar vingers met haar lange, druipende tong. Daarna deed ze het inmiddels natte wisselgeld voor me in mijn beurs.

Toen ik wegging keek ik nog even om en zag ik hoe de manager op de band van de kassa danste en het truitje van de caissière omhoog deed omdat hij met haar borsten wilde spelen. De caissière likte met haar lange tong over het gezicht van de manager die kirde van genot en plezier. Ik vluchtte naar huis en nam een flesje bier, en nog een, en nog een. Ik besloot nooit meer nuchter naar de buurtsuper te gaan.