Levend aas

Geplaatst: 14 april, 2014 in Fictie

Het visseizoen was geopend, ik was met pensioen dus je raadt het al, ik zat aan de wal met mijn hengel, wormen, maden en ander gerei zoals worstjes, bier en boterhammen, dik belegd met Edammer kaas. Niks fijner dan in je eentje vissen, met als enig gezelschap een hongerige kater en een begerige zeemeeuw, die eendrachtig met mij zaten te turen naar de dobber die, als hij een paar keer onderging, ons waarschuwde voor een lekker hapje.

Het water schitterde in de golven van het viswater, ik kreeg er hoofdpijn van. Ik voelde een zware druk op mijn borst en een stekende pijn. Ik merkte dat ik slap als een vaatdoek werd en omviel. Ik zag mezelf liggen. Blijkbaar was ik dood of had ik een bijna-doodervaring. Ik zag hoe mensen aan de andere kant van de straat naar me toe renden. Een tandeloze, bejaarde man sloeg op mijn borst en gaf me mond op mond beademing. Met zo’n griezel op je bek mag je alleen maar bidden dat je dood blijft. Twee snotapen stalen mijn bier en worstjes; stelletje aasgieren!

Ik was dus inderdaad dood maar ik zweefde nog steeds boven mijn levenloze lijf. Ik had niks voorbereid voor na mijn dood, maar door mijn katholieke achtergrond vond men het verstandig me maar te begraven.  Tijdens mijn begrafenis was het een gesnotter en gemekker van jewelste. Heel het dorp had al mijn zonden vergeven, al mijn escapades waren vergeten, ja zelf mijn ex, die ik regelmatig op haar donder gaf toen we getrouwd waren en bedroog alsof het een sport was, huilde tranen met tuiten. Ik ben een heilige. God, kom me maar halen.

Maar ik bleef in de buurt van mijn lijk. Ik kon mezelf niet verder dan een paar meter van mijn graf verwijderen. Ik zag echter niemand anders bij zijn of haar graf zitten dus het moest wel een tijdelijke toestand zijn. Misschien is er een wachtrij in het hiernamaals? De derde nacht dat ik bij mijn graf vertoefde sloop er iemand naar mijn graf. Het was te donker om te kunnen zien wie het was.

De persoon had een schop bij zich en begon te graven of zijn leven er van af hing. Hij groef mijn kist op en haalde mijn lijk uit de kist om het daarna op een kar te gooien. Daarna gooide de persoon het graf weer dicht en zette hij alles weer netjes op zijn plek. Toen hij mijn lijk meenam zag ik dat het graf onaangeroerd leek. De persoon stopte bij, naar ik aannam zijn huis en toen ik zag wiens huis het was was ik werkelijk een beetje verbaasd. Dat moet Herman zijn! En inderdaad, het was Herman van de viswinkel, ik zag het aan zijn manier van lopen en zijn kleding. Mist hij me zo erg?

Herman legde mijn lijf in een broeierige schuur vol met bromvliegen. Met een Stanleymes sneed Herman allemaal inkepingen in mijn lijf. Ik zag ook andere lijken liggen die allen in een of andere andere staat van ontbinding verkeerden. Ook zag ik de dode personen bij hun lijf zitten. Ik vroeg aan een van de personen, Wim heette hij, wat Herman hier aan het doen was.

Wim lachte me recht in het gezicht uit. ‘Snap je het echt niet?’, lachte hij: ‘Herman heeft een viswinkel en waar staat zijn viswinkel bekend om? Precies, zijn maden, en weet je hoe hij aan die maden komt?’ Ik keek om me heen: ‘Ik geloof dat ik het begrijp,’ antwoordde ik en keek naar mijn lijk waar de eerste bromvliegen inmiddels druk waren met eitjes leggen. Blijkbaar had Herman de hele begraafplaats leeggeroofd voor zijn legendarische maden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s