Archief voor september, 2013

Mijn liefste

Geplaatst: 20 september, 2013 in column, Poëzie

Je ben niet nat mijn liefste,
wat is er aan de hand?
Wat ik ook doe mijn liefste,
je lijkt wel droger dan,
het droogste woestijnzand.

Heb ik niet beloofd je trouw te blijven?
Dit was de laatste keer.
Word toch nat mijn liefste.
Ik wil met je vrijen liefste, steeds maar weer.

Ik moet je verlaten liefste,
want ik heb liefde nodig,
meer dan jij me geven kan.
Door mij ben je opgedroogd,
En je verdient een betere man.

Je bent zo nat mijn liefste,
ik verdrink in jou minnespel.

Als ik bij jou binnenkom,
voedt mijn roede zich aan jou.
Zuigt het je leeg en droog,
en zal ik je moeten verlaten mijn liefste,
liefste, mijn liefste vrouw.

Gebroken hart

Geplaatst: 19 september, 2013 in Dingen van de dag

Ze had haar lijf gegeven,
en heeft een kind gekregen,
dat sprekend op hem lijkt.

Een man die eeuwig van haar zou houden,
haar nooit in de steek zou laten,
een man, allang vergeten,
in een vorig leven verlaten.

Een nieuw man gevonden,
die altijd van haar houdt.
Ze heeft een tweede kind gekregen.

Een kind die die eeuwig van haar zou houden,
haar nooit in de steek zou laten.
Hij zou haar nooit vergeten,
en haar nooit verlaten.

En de oudste jongen,
was jaloers op zijn broer,
en besloot hem te doden.

Het kind dat eeuwig van haar zou houden,
en haar nooit verlaten,
werd overhoop gestoken,
door hem die sprekend op hem lijkt.
Hij had haar hart gebroken.

Koud

Geplaatst: 18 september, 2013 in Poëzie

Koud

Regen slaat neer,
verkilt mijn lijf.
Een regenjas,
heb ik niet, meer
zon zou van pas
komen, of een lekker warm wijf.

Kogel in mijn hoofd

Geplaatst: 18 september, 2013 in column

Een kogel in mijn hoofd.
Door mijn schedel,
door mijn slaap.
Levenloos,
van het verstand beroofd,
val ik,
dood,
in het water.
Een harde plons.
Een geluid,
dat ik niet hoor.
Ik ben al weg,
in diepe rust,
onderweg,
op reis,
en er vandoor.

Een kogel in mijn hoofd.
Verstand spat rond.
Iedereen gilt.
Hou toch op.
Ik ben al dood,
voor eeuwig stil.
Ik luister niet.
Laat me drijven,
naar het einde,
naar het duister,
want een God,
die zie ik niet.

Verbrand me,
begraaf me,
maar jammer niet,
want voor luisteren,
was het te laat,
al veel te laat.

Er zit er een kogel in mijn hoofd.
Ik heb mezelf,
met succes,
van het levend lijden beroofd.

Liefdesleed

Geplaatst: 17 september, 2013 in column

Vertel me eens mijn lief,
mag ik jou beminnen,
mag ik jou bekoren.
Ik kruip voor je op mijn knieën,
naar Rome en terug.

Ik zag je voor het laatst,
toen ik laveloos en lallend,
voor je viel en opkeek,
een mokerslag me raakte,
en de tent werd uitgeschopt.

Het was een vuist,
ik weet het zeker.
Van wie,
dat weet ik niet.
Ik zit met een blauw oog,
en een vat vol liefdesverdriet.

Ik zal nooit meer drinken.
Ik zal nooit meer gokken,
jaag niet meer op rokken,
en geef jou de mooiste dingen.

Dit keer gaat het anders,
dat beloof ik jou.

Je moet wel met me trouwen,
want zo kan ik bewijzen,
dat ik van je hou.

Natte droom

Geplaatst: 16 september, 2013 in column

Vannacht droomde ik van bloot.
Van billen en borsten,
allemaal even groot.
Ik mocht voelen,
aaien,
strelen,
likken,
ga zo maar door.

Het was een droom die ik af wilde maken.
Het was een droom die ik bijna aan kon raken.

Maar zoals bij iedere droom van dit soort,
wilde ik mijn roede gaan gebruiken,
aan een hemels stukje vrouwenvlees ruiken,
en eindigde mijn droom,
alvorens ik begon,
in wakker worden,
met orgasme en al,
en een roemloze tocht naar de badkamer.

Waarom mag ik niet dromen,
zo lang ik maar wil,
van de mooiste vrouw,
die mij ook nog wil.
Waarmee ik vrij en min,
tot een onwaarschijnlijke hoogtepunt.

En dan wakker worden,
zonder gezeur en zonder vrouw.

Schiet het aan gort

Geplaatst: 15 september, 2013 in column

Kijk eens goed mijn jongen,
kijk eens langs de loop,
en dan goed mikken op dat blikje daar,
en schiet het overhoop.

Want als je goed kan schieten,
kun je je verdedigen.
Overal loert gevaar,
het leven is zo kort.
Schiet iedere bedreiging,
razendsnel aan gort.

Alleen zo kun je veilig zijn,
iedereen zal het doen.
En jij kan niet achterblijven,
Ook jij hoort bij dat rare wereldje,
onze maatschappij.

Weet je nog je vadertje,
hij zei nee,
ja,
hij deed niet mee,
hij was geen radertje,
hij vond ons rare wereldje van ons,
heel en heel gemeen.

Kijk eens goed mijn jongen,
kijk eens langs de loop,
en dan mikken op dat blikje.
Zo schoten ze je vader overhoop.

Veilig mediteren

Geplaatst: 14 september, 2013 in column, Meditatief

Nu sluit ik mijn ogen,
en zoek het hogerop.
Met niemand iets te maken.
Ik hoef niets te doen.
Om manipadmé hum.

Zoveel leed.
Zoveel verdriet.
Honger op de wereld.
Moet iemand niet iets doen?
Om manipadmé hum.

Nu drijf ik langzaam weg.
Zweven in de leegte.
Want ik zoek balans.
Zonder iets te doen.
Om manipadmé hum.

Mensen red de wereld,
van al het aardse leed.
Verstikking in vervuiling.
Laat me mediteren.
Om manipadmé hum.

Ik kijk nu even neer,
op het aardse leven,
waar ik over zweef.
Er is geen balans,
maar kan nu niets doen.
Om manipadmé hum.

Veilig in mijn mantra.
Het ligt niet aan mij.
Ik mediteer voor ieder,
want iemand moet het doen.
ཨོཾ་མ་ཎི་པདྨེ་ཧཱུྃ

Ik ben niet doof

Geplaatst: 13 september, 2013 in column

Gelach snerpt door de klas.
‘Ik snap het niet meester’
Gebulder krimpt mijn hart.
Meester praat luider.
Ik ben niet doof.

Langzaam weer naar huis.
‘Goed je best gedaan?’
Mijn ‘ja’ bedwingt een traan.
Mamma kwettert door.
Ik hou me doof.

Eindelijk in bed.
‘Ik haat jullie allemaal’
Ik huil met heel mijn hart.
Niemand die het hoort.
Ze houden zich doof.

In mijn hoofd een droom.
Ik ben de allerbeste.
Ik ben de allersterkste.
Ik ben de allerslimste.

Niemand die het hoort.
Want de rest is doof.

Morgen zal nooit komen.
Morgen blijf ik weg.
De tijd loopt maar door.
Moeder maakt me wakker.
‘Je moet zo naar school!’
Ik wil het niet horen.
Maar ik ben niet doof.

Te mooi

Geplaatst: 12 september, 2013 in column

Mijn mond valt open. Daar zit het mooiste meisje van de wereld. Ze kijkt me aan met haar mooie ogen en dito glimlach. Ze bestelt iets. Een Cointreau of zo.

Ik kijk je lachend aan en wandel naar je toe, want ik wil met je lachen, met je praten. En je lacht en vraagt me hoe ik heet. Ik vraag je of of je hier vaker komt.
‘Nog een drankje lieverd?
Of gaan we naar mijn plek.
Samen uit eten?
Eerst nog een kus’.
Mijn arm om je schouder. Jouw hoofd op mijn schouder. Ik ben een prins en jij bent mijn prinses. En samen leven we nog lang en gelukkig.

Maar mijn knieën knikken en mijn hoofd schudt nee.